Aan den weled. Heer, Dr. J. Hemelrijk, “De Spar”, Bergen (N.H.), Nederland
Max van Dam, St. Jacobsmarkt 10, Antwerpen
Antwerpen, 8 Febr. 1936
Beste vrienden,
Jullie zult wel denken “uit ’t oog uit ’t hart” als ik nog niet eens even geschreven had sinds m’n bezoek aan Bergen. Alhoewel ik me schuldbewust ben en erg onhartelijk ben geweest door niet te schrijven is ’t toch niet dat ik niet aan jullie dacht. – maar ik heb nogal veel gewerkt en nogal veel vernield, omdat er me veel niet beviel. Ik merk dat elke dag opnieuw dat een schilder noodzakelijkerwijs er naar streven moet (en dat dan ook in elk werk moet bereiken) om een zekere harmonie tusschen datgene wat hij wil en wat hij kan uitdrukken.
Dat kunnen, dat gewone kunnen, dat iets is met beide beenen op de werkelijkheid, dat speelt me parten, en daar vecht ik mee, en dat laat me geen sekonde van de dag los.
En het is dan zo als van Gogh het heeft uitgedrukt “99 keer zal ik vallen, maar de 100ste keer sta ik op”.
Deze ”ups en downs” dragen bij tot een zekere stemming, alhoewel men door die stemmingen heen en boven die stemmingen uit tot een zekere sereniteit moet komen zonder ’t welk geen enkel schilderij ’t langer dan een uur uithoudt.
Zo kwam ik dagen achtereen tot de steeds die zelfde konklusie – wat ik vandaag schilderde was morgen voor m’n gevoel kapot – en ik krabde af, terug opnieuw, weer overschilderen, weer afkrabben – een ander doek – Zo gaat ’t verder dag in dag uit.
Toch geloof ik dat ’t noodzakelijk is te voelen aan de verf en drommels ongewillige materie is stug als ’n moeilijke jongen in z’n puberteitsjaren.
Och het heeft geen belang over de moeilijkheden te praten als je er midden in zit en nog minder nut heeft het er plezierig over te doen als ze overwonnen zijn.
Hoe gaat ’t daar in Bergen! De paar dagen waren voor mij werkelijk prettig en betekenden een rust, die ik toch erg nodig had in die dagen.
In Winterswijk heb ik altijd dat beklemmende gevoel van “hierachter is er niets meer”.
Maar de beloofde schets van Winterswijk gaat hierbij, het drukt niet die desolate stemming uit waarin ik daar ‘t met Kerstmis vond – dit is in de zomervakantie geteekend.
Hoe gaat ’t met Bowien en Jaap Weyand en Charley Toorop? Van Charley zag ik onlangs wat werk in Leiden. En ’t werk kwam me toch veel sympathieker voor dan ik van vroeger kende. Deze sterke intellectuele schilderijen hebben toch iets meer dan brutaliteit alleen dat is hard en breed geschilderd, met ontkenning van andere intenties, maar juist door die ontkenning suggereert ze ’t bestaan van een zekere gevoeligheid. Zo had ik toch kontakt met een levend mensch en dat is altijd een veredelende ontmoeting.
Zoudt u me een groots plezier kunnen doen! Ik herinner me die mooie zwarte lijst die op ’t ogenblik rond m’n normaalschool zit (blauwe muurtje).
Ik ben uitgenoodigd om mee in te zenden op een grote tentoonstelling georganiseerd door ’t Algemeen Nederlandsch Verbond. Resp. in Den Haag (Gem. museum) Rotterdam (Boymans), en Amsterdam Stedelijk museum.
’t Is een overzichtstentoonstelling van werk in alle Nederlandsch sprekende landen (dat is dus met Vlaanderen, Zuid-Afrika en Indië).
Ik mag 3 werken inzenden.
Nu staat op mijn atelier een stilleven groot 50 x 60 c.m. dat ik zou willen inzenden.
Wanneer het formaat past (ik denk ’t haast van wel) zoudt u die lijst aan mij zo lang in bruikleen willen afstaan en ’t voor 7 Febr. willen zenden naar
Pulchri Studio
Lange Voorhout
Den Haag
Wanneer ’t formaat juist is schrijf u me dat even. Dan zend ik mijn schilderij ook op. Bij Pulchri zullen ze de lijst er even omzetten, ik sprak dat af met Willem Sluiter.
Dag, veel groeten en vooral aan uw vrouw en Leo, Jan, Dientje en Japie – die Duitsche zangeres (Rosie Kahn?) [Rosy Hahn] Bowien enz.
Dag jullie Max