Aan den weled. Heer, Dr. J. Hemelrijk, “De Spar”, Bergen (Noord Holland), Nederland
Max van Dam, St. Jacobsmarkt 10, Antwerpen
Antwerpen 15 december 1935
Zeer geachte vriend Hemelrijk,
Het is nu zo goed als zeker dat ik met de beide Kerstdagen in Winterswijk ben en zou ik graag tot een afspraak komen om u te ontmoeten, zoals toch in onze bedoeling lag.
Dat ik toch nog vakantie kan nemen komt omdat er wat stagnatie in ’t werk gekomen is.
Door de propagandacentrale van de Belgische Werkliedenpartij werk ik mee aan ’t organiseren van een grote illustratieve tentoonstelling over ’t Plan van den Arbeid.
’t Ontwerp is gemaakt, de uitvoering kan beginnen. ’t Wachten is op de nodige crediteuren voor materiaal e.d.
Het P.B. van de B.W.P. [Belgische Werklieden Partij] heeft daarover nog niet vergaderd en ’t wachten is daarop.
Zou ’t mogelijk zijn dat u me schreef wanneer en waar we we elkaar treffen, of u naar Winterswijk komt of dat er een andere regeling die misschien minder moeilijk voor u is, wordt getroffen.
’t Liefst zou ik willen dat alles ’t beste voor u zal worden geregeld.
Den Haag heeft voor mij ’t lidmaatschap van Pulchri Studio opgeleverd.
Dat is een succes inzoverre er mogelijkheden voor financiële steun zijn gekomen om verder te werken.
Om artistieke redenen heb ik ’t lidmaatschap van Pulchri niet geambieerd.
Tusschen ons vertrouwelijk gezegd is die opmerking ter geruststelling.
Een sociëteit en veel bittertjes hebben voor mij nog geen bekoring – dat is voor schilders die al ‘t “pootje” hebben en dat heeft voor mij nog tijd.
Nu ben ik blij dat ik “een poot” bezit om mee te schilderen, zoals Van Gogh het eens in één van zijn brieven heeft gezegd.
Sterk en groot – een wonder die mensch.
Dag. In afwachting. Heel veel groeten en tot Ziens,
uw Max v Dam