14 juni 1937

Brief van Max van Dam aan Jaap Hemelrijk

Den Weled. Heer, Dr. J. Hemelrijk, “De Spar”, Bergen (Noord Holland)

Desguinlei 176, 14 Juni (1937)

Beste Jaap,

Heeft men vanuit “Pulchri” de beide stillevens gezonden die ik erg graag in de plaats had van de grote compositie.

Ik zou die wel graag in bruikleen willen geven tot ik ze weer nodig heb.

Jammer dat je niet terug schreef – nu heb ik een spijtig gevoel van iemand confidentie te hebben opgedragen en dat geeft zo iets peuterigs over mezelf dat ik haat.

Met ’t werk gaat ’t goed, ik werk veel, maar ik bewaar weinig. ’t Is financieel zo beroerd dat ik m’n doeken aan beide kanten moet beschilderen om voor alles toch te willen door blijven gaan.

Nu is er een handicap in ’t werk omdat ’t Instituut vakantie heeft en de curses afgelopen is. En ik er weer uittrekken wil tot October. ’t Moet om weer ruimte te krijgen.

Er is een tentoonstelling van ’t Instituut geweest en m’n werk zag ik bij elkaar. Dat deed me goed omdat ’t veel meer een eenheid was dan vroeger en ’t gaver was van conceptie dan ik verwacht had.

Nu m’n financieele kant.

Zoals ’t nu gaat, scharrelen gaat ’t niet meer ik verlies te veel werk en tijd.

Ik heb besloten na veel overleg mee te dingen voor de Prijs van Rome in 1938. Ik heb toch een kans en ik kan meedingen na informaties te Amsterdam te hebben ingewonnen.

Ik heb alle ‘remmingen’ en ‘scrupules’ op zij gezet en m’n vader geschreven. Dat ik dat van plan was en gevraagd stuur me per maand F25,- een jaar lang. Dan mag hij na afloop van dat jaar 5 schilderijen uitzoeken uit m’n atelier, ik zal dan materiaal genoeg hebben en ook te eten, ik zou dan voor een 150 frank per maand kunnen gaan wonen. Studeren ’s avonds verwarming hebben. Niet altijd de straat op. Onderdak ergens anders zoeken voor de kou. En alleen thuiskomen om te slapen.

Misschien dat hij ’t doet, met dit “Prijs v. Rome” doel voor ogen. Dan ziet hij misschien een ‘einde’. Hij was zo bang dat hij ‘geen einde’ zag aan m’n armoede. Er is wat voor te zeggen. Maar misschien heb ik hoop dat hij er op ingaat omdat ’t nogal zakelijk is gesteld m’n verzoek. Hij geeft wat en hij krijgt wat terug. En ik ga voor de ‘Prix de Rome’ op. Iets wat zijn ijdelheid streelt.

’t Is jammer zo te moeten denken. Wat zou ik ’t toch prettig hebben gevonden als alleen in een verstandhouding van begrijpen en meevoelen kon worden gereageeerd.

Er is een heimwee als ik aan Bergen terug denk en naar de wijze waarop jij en je vrouw met je kinderen omgaan. En dan denk ik ’t is moeilijk. Maar die openheid vind ik zo prachtig.

Als ik thuiskom moet ik alsmaar ‘opscheppen’ en als ik niet opschep dan wordt me verweten ik ben zo gesloten als een bus. En dan wordt me geleerd ‘eerzuchtig’ te zijn, vervloekt eerzuchtig maar ik vind eerzucht maar dom en klein. En ’t helpt me wezenlijk toch geen steek vooruit.

Ik zou willen dat je m’n laatste werk eens zag. Nu van de allerlaatste tijd. En ben zo blij dat ik ’t langzaam geconcentreerd stukje voor stukje vooruit kan brengen. En er is meer eenheid, concentratie en eenvoud. En dat maakt meer blij dan iets anders. Een duurzame en diepe blijheid.

Schrijf me eens hoe ’s staat met die stillevens.

Wat denk je van de Prix van Rome?

Zoude u me b.v. via Jaap Weijand kunnen helpen aan praktische wenken.

Word ik niet al te zeer tegengewerkt omdat ik geen leerling van Amsterdamsche academie ben. Maar of zijn deze poge is nodig voor ervaringen op te doen. En door ervaringen leer ik. 

Ik heb toch veel moed!

Veel hartelijke groeten en ’t allerbeste

je Max