19 november 1937

Brief van Max van Dam aan Jaap Hemelrijk

Den weled. Heer, Dr. J. Hemelrijk, “De Spar”, Bergen (Noord Holland)

Max, Desguinlei 176, Antwerpen

[poststempel: Antwerpen, 19 Nov. 1937]

Beste Jaap,

Ik ben bezig m’n atelier op te ruimen. Nu zit ik in de knoop omdat ik niet goed weet wat ik met al die studies moet doen. Ik kan toch niet alles verbranden. Zou ’t mogelijk zijn als ik ’t beste er uit zoek en in een kist pak en ’t naar Bergen stuur en ’t zo lang op jouw zolder bewaar. Is dat mogelijk?
Voor mij is dat de eenvoudigste oplossing

1e omdat ik graag in Bergen een tijd wil komen werken

2e omdat ik toch een gooi wil doen naar de Prijs van Rome (’t is een geldbron om proberen aan te boren) dan is ’t andere werk veilig opgeborgen op jouw zolder – en dan hoef ik ’t niet meer te zien.
Mag ik een dezer dagen eens naar Bergen komen om ’t Collioure werk te laten zien. Dat zal me groot plezier doen. We kunnen dan beter praten over m’n verdere plannen en aan ’t laatste werk zie je toch meer wat ik nog allemaal moet doen.
Schrijf me even of ik kan komen in de laatste week van Nov.
Het allerbeste en tot ziens
Max