9 november 1937

Brief van Max van Dam aan Jaap Hemelrijk

Monsieur Le Dr. J. Hemelrijk, “De Spar”, Bergen (Noord Holland), La Hollande

Max, Maison Ponsaillé

Le Dôme
Cafe – Bar Amêricain – Tabac
108, Boulevard du Montparnasse
Paris

Téléphone: ODEon 53-61

R.C. Seine 456-156

Paris, le Mardi 9 nov. [1937]

Beste Jaap,

Met je Carte de legimitation en je 100 frank + de chéque ben ik naar Parijs gegaan. In Toulouse was niets voor mij. Ik kon onmogelijk de winter over blijven tot ’t voorjaar in Collioure – beter in de lente er te zijn. Ik werkte in zo’n tempo dat ’t onmogelijk was door te gaan op die manier – want naast de winst aan een zekere breedheid kreeg ik ’n verlies aan diepte. Ik was er aan toe om nu eens stevig op één ding door te gaan. Zonder dat m’n aandacht vaneen werd gereten door dringend interessante détails links en rechts om me heen. Ik verliet Collioure op een goed moment. Om te kunnen zeggen – ziezo dat zijn studies – nu ’t werk, een andere bladzijde en ik kwam in ’t volle Parijs terecht en ben een Picasso gaan waarderen. Ik bedoel eigenlijk ik begrijp er nu een beetje van – en hij heeft me gelijk gegeven – en een stimulans.

Van Dufy zag ik in de tentoonstelling ‘l Art Independant geen interessant en boeiend werk naast Picasso en Dérain vooral, een markante figuur.

Ik ben erg blij m’n eigen ervaringen te kunnen toetsen aan hen – en ik geloof ik ben in ‘waardering gegroeid’ zoals jij dat uitdrukte.

Gisteren ben ik voorgesteld aan Monsieur Adnet ‘Directeur de la Compagnie des Arts Français’. Een erg sympathieke ontmoeting voor mij – want hij toonde zich na m’n eerste schetsen erg geïnteresseerd. En hij besteedde verder de heele morgen er aan om al m’n werk te zien dat ik bij me had – en had veel waardering.

Hij vond alleen dat ik op moest passen voor te grote handigheid een te groot gemak door dat ik te snel heb gewerkt. Het zelfde hadden me trouwens Boticelli en vooral Giotto al gezegd toen ik wat aandachtig in de zaal van de Italiaansche primitieven rondwandelde. En ’t is ook ’t essentieele van een opmerking van Bouwien uit je brief te distelleren wanneer ik ’t goed lees.

Verder was ik vanmorgen in ’t atelier van Roland Oudot – een belangrijk schilder met een zeer fijne kleur.

En nu m’n voorlopige toekomstplannen.

Ik keer terug naar Antwerpen zonder Opsomer. Maar ik herinner me dat je mij zo edelmoedig hebt aangeboden om eens een tijd in Bergen te komen werken. Ik zou dat erg graag doen. Zo als ’t nu is kan ’t best. Ik ben nog niet rijp om in Frankrijk te blijven. Een beetje ‘Bergensche kunstmest’ en ik ga beter gewapend later naar Frankrijk terug. Want dat weet ik wel zeker. Zonder kontakt met ’t Zuiden en met Parijs ontbeer ik te veel voor een behoorlijke ontwikkeling van m’n werk.

Parijs werkt ongelooflijk stimuleerend ’t douwt iemand met ‘kop en ooren’ (zeggen ze in Winterswijk, maar ik zou zeggen mee kop en ogen) in de moeilijkheden – geestelijk en materieele – ben je ’t waard.

Parijs douwt je er ook weer uit…..

En nu moet ik ’t eerst nog waard worden – om te kunnen wonen in zulk een groot huis als Parijs of Collioure – dat is de hele ‘Midi’ Ban. Faut mieux ik heb de tijd nog.

Ik heb aan ‘aie foud’ te werken van mij – die Hollandsche foud. Die goede stevige ontdergzou waar eeen Jaap Weyand bv met z’n beide benen boven opstaat.

Ik voelde ’t toen Rembrandt in ’t Louvre me de huid volschold met verwijten die groot en ernstig waren.

‘Aandacht. Grote intense aandacht – voor alle dingen zonder – Zoek ’t niet te ver, ’t is altijd dichtbij, soms te dicht. Ga dan maar op een afstand staan – dan zie je beter.’

’t Is zo zuiver in schilderkunst. Je ziet telkens een facet meer van een ander waar je van houdt, als je ’t eerst voor je zelf heb ontdekt.

Bouwien en de vrouwen! Dat is Duitsch. Vrouwen met een fijne intuïtie – met een grotere gevoeligheid dan mannen – hun omgang werkt veredelend op me. (Sommige vrouwen dan.) Als hij ’t zonder die gevoeligheid – of überhaupt zonder gevoeligheid in z’n werk kan stellen – al la Bonheur – hij is dan m.i. niet op een genoeg en zal onmogelijk verder kunnen evolueren – maar m’n opmerking is misschien wat gewaagd.

Ik ken niet waardering alleen zijn erg handige schetsen die een mooiere kleur suggereren dan hij schildert.

Vandaar zal z’n opmerkingen over vrouwen wel ‘met de rede omkleed’ zijn. (Je vindt splendide uitdrukkingen voor sommige begrippen. Je hebt toch veel van een artiest).

Schrijf me als ’t plan om naar Bergen te komen voor jullie huis mogelijk is.
Misschien is er een kleine werkruimte te vinden buiten je huis. En ik slaap boven op de zolder bij jullie.

Ik denk nog aan de Prix de Rome. Het is uit alle kwaden nog ’t beste kwaad om aan wat geld te komen.

Iets verdienen in Parijs nu, is volslagen onmogelijk. Ik probeerde het en kreeg flink m’n kous op de kop. Maar dat is goed ook.

Ik ben er absoluut nog niet aan toe – om aan de ‘verkoopbaarheid’ van sommige schilderijen te denken – dat komt of dat komt niet. Daar kan ik niets aan doen.

Het leven van een schilderij moet eigenlijk één doorlopende studie zijn – dat is ’t ware.

Het allerbeste

Tot ziens

Hart. groeten

Max