27 juli 1937

Brief van Max van Dam aan Jaap Hemelrijk

Monsieur Dr. J. Hemelrijk, 91 Rue de St Cloud, Billancourt, Paris

Maison des Jeunes Cooperateurs [voorop]

Max, Paris [achterop]

Paris, Dinsdag [stempel 27 juli 1937]

Beste Jaap,

Als je dit briefje ontvangt ben ik onderweg naar Dyon. Voor vandaag is het er uitzonderlijk goed weer voor. Ik wil toch Parijs nog niet verlaten voor je even gedag gezegd te hebben.
Ik was blij met onze tocht zondag door ’t Louvre – ik zag Millet nooit zo goed als die dag!
Gisteren ben ik nog de chef d’oevre d’art Français gaan zien.
Heel mooi – vanaf de Gothiek tot en met Renoir. En enkele zeer mooie Manet’s.
Daarna zag ik een heele interessante collectie van Gogh in de ‘expositie’ – toen sprak de invloed van Millet op van Gogh toch wel sterk aan.
De heer Kukenheim zei me: “hij hield niet van dat ‘vu atravert en tempérament’. Ik vraag mij af – wat gezien? En dan houdt hij niet van Rembrandt? Kan hij geen Velasquez bewonderen of een El Greco [– “vu a travers un temperament” – …?-..?]
De natuur, de menschen, de kleur, het beteekent toch die natuur, die menschen, die kleur – liefhebben of desnoods wat anders. Maar in ieder geval een persoonlijke gevoeligheid hebben tegenover alles.
Is ’t dan alleen interessant of mooi om historiese herinneringen. En is ’t niet mooi om nu morgen in ’t nu al historie –
We doen niet anders dan geschiedenis maken als we doen. Laten we tenminste leven.
Ik geloof we rechtvaardigen op die wijze de zin van ons bestaan.
Dag. ’t Allerbeste.
Fijn even onze ontmoeting in Parijs.
Nog een paar genoeglijke dagen
Max.