14 juli 1937

Brief van Max van Dam aan Jaap Hemelrijk

Den Weled. Heer, Dr. J. Hemelrijk, “De Spar”, Bergen (Noord Holland), Pays-Bas

Max, 8 rue Simonnot, Pre St Gervais, Seine

Parijs, 14 Juillet 1937

Beste Jaap,

Verontschuldig deze kleine velletjes, het is van een krabbelblok.

Mijn briefje in het ‘Café le Dôme’ (‘Montparnasse snobbisme’) geschreven, gaat hier volgen een tweede.

Ik ben op reis gegaan omdat ’t niet nodig was dat ik eerst naar Amsterdam ging. Ik heb van de Rijksacademie voldoende inlichtingen gekregen. Het voornaamste is dat

  1. In ’t voorjaar 1938 een examen wordt gehouden zgn. ‘voor examen voor de Prijs v Rome’. De datum wordt in de grote bladen en ’t staatsblad bekend gemaakt.
  2. Daarna de compositie grote prijskamp

Je weet ik had graag naar Bergen gekomen maar nu ’t eventjes financieel ging gaf ik de voorkeur aan Frankrijk omdat ik daar wat ’t werk betreft meer aan zal hebben.

M’n bedoeling is vanuit Parijs over Dyon naar Perpignan te gaan en langs de Loire terug naar Parijs. De reis is heel voorspoedig verlopen tot nu toe. Ik ben nu vanaf de 8ste in Parijs en ik krijg de ‘atmosphere Parisienne’ al in m’n vingers. De ‘Pont-neuf’ heb ik al geteekend. En verder wat teekeningen van [shates et Luye endeee?] met de pen. Er zijn een 4 grote teekeningen . En 2 er van hebben het lichte gekregen dat Parijs zo mooi maakt.

Ik heb de gewaarwording gemakkelijk te werken. Er is niet die dwingende eigen zwaarte dat zich soms zo kinderlijk tusschen mij en m’n werk drijft. Ik ben nog niet beginnen te schilderen maar ik zou willen wachten tot ’t absoluut niet anders kan. Ik wacht eigenlijk met spanning op een briefje van je. Als ik niet zo dom was om je brief waarin de datum van je komst te P.in een koffer te sluiten en die te Antwerpen op te bergen, ik zou ’t geweten hebben.

En nu even m’n financieele ‘sla er door’ zijde.

Je weet ‘t – ik ben vertrokken met F50,-  (kon. Sub) +500 frank Belgique van de verkochte teekening aan de stad Antwerpen.

+ een chèque van 10 dollar van die Amerikanen uit Florence waarover ik schreef.

Vanaf 1 Sep krijg ik die 10 dollar elke maand een jaar lang. Bof hè?

Groot ongeluk. Mijn eerste chèque is niet inbaar. Ze is getrokken op de Anglo-Calofornia Bank te San Francisco. Deze heeft in Parijs geen enkel filiaal en is alleen inbaar als ik een bankrekening had dan zou ’t worden kunnen verrekend. Nu neemt niemand hem aan. Strop. Wat moet ik doen? In Parijs raden ze me aan iemand te vinden die een bankrekening heeft, deze zou hem bij zijn bank kunnen aanbieden, die hem koopt. Met de bankrekening van die iemand als dekking. De bank biedt de chèque aan op zijn beurt aan te San Francisco en de zaak is gezond.

Ik ben er 100% van overtuigd dat de chèque de waarde heeft – wat moet ik doen? Ik heb helaas nog geen vrienden in Parijs met bankrekeningen. Zou jij er weg mee weten?

O ja mag ’t mij toegedachte tientje zolang in petto blijven tot ik in nood zit? Mag ik er dan om vragen?

Ik zag in St. Quentin prachtige La Tour’s. Een heel museum met pastels van La Tour. Het is zeker de moeite waard als je St. Quentin paseert (je reist met een auto?) om even binnen te lopen.

O ja. Er was bij kennissen een Amerikaans meisje (studente academie voor beeldende kunsten in New York) die met fam. op doorreis was naar Holland. Ze wilden een rustig pension een paar weken geloof ik. Aan zee en bosschen in de buurt. Toen beval ik Bergen aan. Ik gaf hen jouw adres. Misschien kun je die menschen wel aan zoiets helpen wat ze zoeken. Dat mocht ik toch wel doen? Le. toch niet voorbarig. ’t Was een alleraardigst meisje, nogal gevoelig, leek me.

Zondag in ’t Louvre doorgebracht. Geweldig museum is dat toch. Alles subliem toch veel ontdekkingen gedaan.

Salvator Rosa bevalt me erg, en een Velasquez enorm. El Greco was met prachtige zalen vertegenwoordigd. Maar zoveel juwelen aan de speciale Greco tentoonstelling laat te zien zijn deze 2 toch niet. Er is op die tentoonstelling een portret. Een laat werk dukt me dat toch ’t meest indringende soort (psychologies – en schilderkundig) wat er ooit geschilderd is.

Het was een drukkende heete dag toen ik de tentoonstelling zag, maar ik voelde alleen de klem waarin die Spanjaard me gevangen hield 2 uren lang. En daarna en de volgende dag ook en nu weer terwijl ik dit schrijf.

’t Louvre heeft de oude Grieken prachtig nieuw gerangschikt. Ik zag ’t bij avondverlichting en ik bleef gespannen zien, maar een droom van zoveel zuivere evenwichtige schoonheid.

“EINFALT UND STILLE GROßE” (Winckelmann)

Ze kunnen zeggen van de Grieken wat ze willen… maar zo zuiver gezien en… doe ’t maar eens!

Wie modeleert nu nog met zulk een meesterslag een oog, een neus en een mond om dan van een torso niet eens meer te spreken.

Parijs is toch duur voor zulke bohemienachtige wezens als ik ben. Alhoewel ik ’t biezonder getroffen heb wat kamer betreft kan ik toch niet meer doen dan rondneuzen. Om hier te werken werkelijk iets te doen, er is een paar jaar nodig om er in te komen. En ik geloof want dat ik die paar jaar nodig heb.. Nu verzamel ik indrukken. Die indrukken verwerken komt later wel, nu zien – en weergeven, blijven in de bedoeling waar in die schilderkunst zich beweegt ‘laden als maar laden’. De ontlaading zal natuurlijker wijze gebeuren en dan is ’t goed. Ik ben gerust op dat punt – als ik maar tijd heb.

Voordat ik naar Dijon ga wil toch nog een paar schetsen hebben van zaken die ik zou willen meenemen.

Ik begin landschap moeilijk te vinden en dat is een goed teeken. Het landschap heeft z’n eigen karakter, z’n eigen kleur, z’n eigen psygologie. Een landschap is als een groot gezien portret en dikwijls heel menselijk! Of is dat literatuur deze gedachten?

Ik hoop evenwel gauw een klein briefje te ontvangen over je komst hier.

In ieder geval ’t allerbeste ontstzilus, veel hartelijke groeten voor allemaal

je Max