Antwerpen, 20 Jan 1937
Beste Jaap,
Even een briefje over ’t resultaat van de Winterswijkse tentoonstelling.
Merkwaardig, de menschen stonden er zo vreemd tegenover. Zo terughoudend en zo gereserveerd, maar er zijn 3 teekeningen verkocht à F 10,-. Toch heb ik nog een winst dat is een jas en een pak van Pa, dat was een noodzakelijke requisiet voor “t oog van de wereld”. Je weet wel dat cyclopen oog.
Erg leuk dat speechje de reacties waren zo merkwaardig en vol verrassingen.
Overweg wou eerst 3 dingen kopen, je weet wel die 3 die wat afgescheiden hingen op die vooruitspringende muur, maar hij twijfelde tusschen die Italiaanse man dat meisjeskopje er naast of die mannenkop.
Gisteren schreef hij me dat hij geen keus kon doen, en wenschte me veel succes!…
Och, al die soeza tenslotte. Ik werk maar liever, zoek wat te verdienen n’importe quoi en besteed zoveel mogelijk uren aan m’n werk. Ik heb alleen maar een echte zorg, met verstand en overleg te zoeken naar de tekortkomingen in m’n werk.
Ik ben maar voor één ding verantwoordelijk zul jij zeggen dat is voor de ‘kwaliteit van m’n werk’. Ik heb thuis een aantal dingen gelaten, de teekeningen zijn allen weer mee naar Antwerpen gegaan en ik ben weer bezig.
Ik was een tijd erg gehandicapt na m’n reis. Kon niet werken. Dat ben ik niet gewend. Nu gaat ’t weer ik voel me weer opgelucht.
Hebt u nog Winterswijkse couranten gelezen, ze hebben een gedeelte letterlijk overgenomen wat je hebt gezegd, heb ik gezien.
Vorige maand heb ik met Dordrecht en de Bredasche kunstkring mee geëxposeerd, natuurlijk niets verkocht.
Dat exposeren lijkt zo ijdel en kost altijd maar geld, van lijsten en verzenden. ’t Heeft au fond niets om ’t lijf. Altijd is ’t beste te wachten en met goed werk een goede tentoonstelling dat heeft zin. Een hoop om in godsnaam iets te verkopen om wat ruimer in de middelen te komen zitten is een ijdele hoop.
Zo van de week is een blinde n* komen poseren in m’n atelier. Wat een expressie en wat een vitaliteit ondanks alles. ’t Is een vroeger bokskampioen geweest in Amerika en werd op een tournee blind geslagen. Elke dag hoopt hij dat z’n gezicht zal terugkeren, en om dan weer fit te zijn en te kunnen boksen traint hij zich elke dag door na ’t poseren 2 uur lang de trap op en af te lopen, totdat hij nat van ’t zweet en erg vermoeid de tram pakt en naar huis rijdt. Gek is dat. Maar die moed en die volharding van die n* is bijna veel wijder.
Als iedere schilder bij ons een stukje van zichzelf zou kunnen zien in die n*, ze zouden kunnen leren hoe ze een borstel moeten vasthouden.
Ik heb voor die man’s volharding een geweldig respect.
Dag. Fijn je even geschreven te hebben.
’t Allerbeste voor allemaal.
Je Max.