30 Juni. [1937]
Beste Jaap,
Zojuist ontving ik je brief. Ik denk wel dat ik eerst de zaal in Amsterdam in orde ga maken. Daarvoor rol ik wat werk op – neem wat studies mee. Ik zal dat zo spoedig mogelijk doen.
Morgen krijg ik ’t geld van de burgemeester voor de gekochte teekening (frs. 500,- er voor betaald). Daarvan kan ik reizen naar Amsterdam. Ik zou dan graag naar Bergen wil doorkomen een paar dagen om dan even te praten. (Mag ik ’t beloofde tientje bewaren voor de terugreis? Erg hartelijk!)
Er zijn wel vage kansen om toch die F 25,- per maand te krijgen.
Een rijke diamanthandelaar heeft een zoon die schildert bij ons op ’t Instituut. Zoonlief heeft “een boontje” voor m’n werk. Hij wou werk van me leenen tijdens de vakantie. Doe ik liever niet zo maar. En ik vroeg toen misschien wat direkt – Waarom koop je ’t niet?
Volgende dag kwam hij terug.
Vader zou kennis met je willen maken!
Die kennismaking was een verovering.
Probleem. Vader zakenman – zoon schilder, ook bij hen. Als zakenman groot. Als vader sympathiek. Zijn zoon krijgt alle materieele steun van z’n ouders en ook morele steun.
Hij kocht een teekening van me en een klein schilderijtje samen frs 400,-
Toen vroeg hij naar “m’n toekomst” en ik heb hem uitgelegd “Prix de Rome”-plan. En m’n voorstel verteld dat ik m’n vader deed.
Later vertelde de zoon dat z’n vader “als de omstandigheden ’t zouden veroorloven” wilde ingaan op m’n voorstel om 5 schilderijen te kopen voor F 300 – weer dat “als… en dan afwachten.”
Misschien komt er van. Misschien niet. Weinig zeker is ’t maar de poging toch prettig.
Ik ontmoette verleden jaar een schilderes uit San Francisco te Florence. Ze had daar een schets van me gekocht.
Juist gisteren is ze me komen opzoeken – en wilde al mijn werk zien. Ze is 3 uur in m’n atelier gebleven en heeft alles gezien van de kleinste krabbels tot de composities toe.
Ze kent de schilder Diego Riviera (misschien van gehoord – hij heeft in Mexico belangrijke wandschilderingen gemaakt). Zij zou een prachtige connectie voor me kunnen zijn. Hij neemt jonge schilders die hem helpen met muurschilderingen. Misschien is er iets te doen.
Verder sprak van ’t zgn. “Carnegie Institute” – maar wat dat precies is heb ik niet goed begrepen. Ik geloof dat ’t een commissie is die werk uitzoekt voor Amerikaansche tentoonstellingen van “‘important painters’ in Europe”. Nou ja, dat kan nog wel wachten.
Maar ik heb zelden iemand bij me gehad die met zo een intense belangstelling en geduld (ikzelf was doodmoe van dat terugzien van die oude dingen) naar al die zaken keek.
Leuk, zo’n emotionele ontmoeting – erg aardig. S. Francisco – dat is dan Mexico – Florence en Antwerpen waren de draden die in mijn atelier bijeen kwamen.
Als ik in Bergen kom zal ik reproducties meebrengen van ’t werk van Diego Riviera.
Ik schrijf deze ontmoeting zo maar neer. Als een dagboek blad (god bewaar me voor dagboeken!) omdat ik dat ‘verbondene’ zo sympathiek vind.
Dag veel groeten en hartelijk
Max