29 juni 1937

Brief van Max van Dam aan Jaap Hemelrijk

Den Heer Dr. J. Hemelrijk, “De Spar”, Bergen (Noord Holland)

Desguinlei 176

Antwerpen, 29 juni 1937

Beste Jaap,

Er moet nog even een briefje achter de ‘big’ brief aan. M’n moeder zou zeggen: “wat ’n mezille…”

Het is zo.

Ik weet heel goed dat m’n Prix de Rome maar gedeeltelijk in m’n ontwikkeling – en een groter gedeelte er naast ligt maar ik wil t’ proberen omdat ik bouwen wil aan de grond waarop ik nog zal moeten steunen.

Ik verafschuw een schilderkunst die geen grond onder de voeten heeft. En overal hier omheen zie ik de schilder opduiken en even gemakkelijk verdwijnen die “laat maar schilderen” en “verf maar raak” tot basis kozen waarop hun werk steunt.
Ik weet wel dat een kunstenaar niet te veel moet redeneren. Maar hij moet toch wel eens nadenken en als ’t kan ook wel eens denken.

Nadenken nu bij mij voelde ik tekortkomingen in mijn werk – als een kop (’t komt er niet op aan welk een expressie) doorgaans wil blijven leven. Daar moet een schedel onder zitten en die heeft jukbeenderen en de ogen zitten in de kassen en een kop ingebouwd op een nek.

Daar moet zijn architektuur in ’t werk – er moet zijn een innerlijke monumentaliteit – om tot stijl te komen. Die stijl is de uitdrukking van een tijd – van een levensgevoel – van “verbonden” menschen. Dat “verbonden” misschien niet in religieuze zin, dan toch met een in die zin beleefde achtergrond.
 –

Wel nu studeren voor de “Prix de Rome” doet mij geen kwaad. Bouw ik daarmee door ’t academisme heen aan ’t fundament van m’n werk.

’n Jaar lang. Geen expressie. Maar gebonden en constructie. ’n Jaar lang de anatomie bestuderen van ’t menschelijk lichaam. Wroeten in de elementaire waarheden van de schilderkunst die niet dood zijn als ze levend worden toegepast. Maar die nu kapotgedrukt zijn door een onbegrepen en “onbeleefd” academisme.

Ik durf ze nu onder de ogen te zien. Een paar jaar vroeger ben ik er van weggelopen doodsbenauwd ook te worden doodgedrukt door ’t middel dat doel werd in Amsterdam.

Nu voel ik dat ’t op ’t ogenblik ’t middel moet aangrijpen om ’t te verwerken.

Ik heb begrepen dat we in ’t leven niets mogen ontlopen maar dat we er midden in moeten gaan en er doorheen moeten er dwars door.
Ik ben niet bang eenige veren te laten – die groeien wel weer aan!

Wel nu in Antwerpen was ’t gebaar de allure en ’t is min als je ’t gaat voelen zo als Vondel zei:

“’t Eischt te meer ’t hart en niet zo zeer ’t gebaar.”
“’t Eene zonder ’t áèr dat maakt een leugenaar.”

(Ik geloof naar de letter niet heelemaal juist geciteerd. ’t Is uit ’t hoofd.)
Dat was nu ’t gesprek met Opsomer.

 –

Ik sloeg spijkers met koppen en vroeg m’n vader F 25,- per maand. Dan beschik ik met de Kon. sub. over een bedrag van F 40,- per maand. Daar kan ik een kamertje huren in Amsterdam, eten, studeren, cerebraal en droog, voor de “Prix de Rome” werken van ’s morgens 7 tot ’s avonds 12. Lukt ’t ik zal kunnen reizen en er is iets gebeurd om ruimer te bewegen. Lukt ’t niet, ik heb toch niets verloren, alleen maar een illusie kwijtgeraakt en dat heb ik me in ieder geval niets te verwijten.

 –

Maar helaas. M’n vader “ziet ’t einde niet” zoals hij zegt. Van F 50,- Kon. sub in 3 maanden kan ik niets doen, zonder bij te verdienen, en dan gaat ’t niet. ’t Is de regelmaat van studeren die kan helpen. Half werk in deze wil ik niet doen.

–

’t Is jammer. Dan ga ik maar door bohémien a pring te zwerven. Misschien is dat voor me weggelegd. En dat is toch prachtig, die wisseling van ideaal en werkelijkheid en droom en leven – waarheid en verbeelding.

(Ik bedoel dat absoluut niet ironies. Maar heel ernstig omdat ik geloof dat ieder mensch krijgt wat hem toekomt.) En in mijn diepste diepte vind ik eigenlijk dat dat voor me weggelegd is en ik ben er niet rouwig om.

–

Voilà. Daar zijn m’n intenties. Ik weet dat je me volkomen begrijpt. Daarin zit ook een stukje waarom wij beiden ’t werk van Jaap Weyand goed vinden. “die fond en die duurzaamheid”. Groet hem voor me.
Wees zelf erg hartelijk gegroet.

En ook je vrouw en de jongens en Dientje en veel goeds v Max.