23 juni 1936

Brief van Max van Dam aan Jaap Hemelrijk

Aan Dr. J. Hemelrijk, “De Spar”, Bergen (Noord Holland)

Max,  10 Marché St Jacques, Anvers

Antwerpen, 23 juni 1936

Waarde dr Hemelrijk,

Hartelijk dank voor het briefje van vanmorgen en de medewerking. Het is echter erg moeilijk om precies te kunnen zeggen op welke dagen ik ongeveer daar of daar zal zitten.
De route is groot gezien de volgende.

Antwerpen – Mechelen – Leuven – Namen         1e dag

Dinant – Givet – Mégieres                                       2e dag

Verdun                                                                       3e dag

Neufchateu                                                               4e dag

Langres                                                                     5e dag

Besançon                                                                  6e dag

Pontarlier – Lausanne                                             7e dag

Aigle – Sion                                                              8e dag

Brigue – Domodossola                                           9e dag

Palanga – Strega – Arona                                       10e dag

Arona – Milaan                                                         11e dag

Milaan – Venetië                                                      12e / 13e / 14e dag

Deze route volgt ’t Maasdal, ’t Moezeldal en ’t Rhönedal. Er zijn heel lastige trekstukken tusschen die per trein gedaan moeten worden. Zoals de Simplon over en van Besançon naar Pontarlier en Pontarlier naar Lausanne zitten we midden in de Zwitserse Alpen.

Zo dat de dagindeling erg optimistisch er uit ziet voor 15 dagen naar Venetië. Maar natuurlijk blijven we op stukken waar ’t erg mooi is wat langer. Ik zal probeeren wel reisschetsen te maken en zoveel als ’t kan, maar vooral veel zien. Zien.

We gaan met z’n drieën. Goede vrienden en met goede voornemens elkaar zo goed te helpen als ’t kan.

Die F 25,- zit zo. Ik moet minstens frs 1000,- hebben om over de Fransche grens te kunnen, en ook zoiets voor Italië. Ik verkocht een schilderij voor frs 1000,- op de tentoonstelling van ’t Instituut. En kleiner schilderij voor frs 500,- en 1 Julie krijg ik F 50,- van de Kon. Subsidie.

Dat is nu alles krap aan. Maar ’t gaat er zijn kosten op de fiets natuurlijk. Verder moet er nog een tent zijn en wat reiskleding. Dan is een en ander vrij goed geregeld. De pas komt in orde. Een lidmaatschap van de A.N.W.B. is wel wenschelijk maar niet nodig, zo dat 15 Julie we op onze ‘velos’ stijgen en we ‘trappen ’t af’.
Ik zal trachten zo nu dan wat indrukken te zenden.

Dag. Veel dank voor ’t toekomstige tientje en veel sukses met “de verkoop van m’n marchandises
Allemachtig dat verkopen van schilderijen.
Jullie Max.

Aan allen hartelijke groeten.