3 maart 1936

Brief van Max van Dam aan Jaap Hemelrijk

Den weled. Heer, Dr. J. Hemelrijk, “De Spar”, Bergen (N.H.)

Max van Dam, St. Jacobsmarkt 10

Antwerpen, dinsdag  [3 maart 1936]

Lieve vrienden,

Bij hartelijk dank voor ’t opbeurend sterke briefje en de f 10,-voor de lijst. Ik had direkt daarop een bevestiging van ontvangst willen zenden, maar ik wachtte om de Koningin Astrid zeegels te willen zenden. Ik heb ze nu gekregen en zend ze hier bij.

’t Scheen dat ze al uit de circulatie waren genomen.

Het gaat de laatste tijd weer veel beter. Ik leed vorige week en deze dagen nog aan nogal erge slapeloosheid, ervaart / deprimeert meer, dan ik me eigenlijk zelf bekennen wil. Maar vannacht sliep ik voor ’t eerst weer behoorlijk en dan is de volgende dag geladen met meer moed en meer zorg en meer mogelijkheden en dan gaat ’t werk ook veel beter.

Ik zit op ’t ogenblik te broeien op een compositie en dat maakt me bij tijden zo afwezig en ver weg van elke realiteit. Nu voel ik even aan wat Sir Romain Rolland eens schreef in ’t laatste deel van Jean Christrophe. “Een sterk levend kunstenaar beseft op een zeker ogenblik van zijn leven, dat zijn werk de realiteit is en de realiteit zijn droom.”

Ik zag gisteren in de bibliotheek teekeningen van Delacroix – geweldig. Die sterke emotionele spanning van ’t zien en weergeven, hier met een groot en sterk schilder vermoeden.

“Romantiek” is geen week sentimentileit “geinspireerd door de Middeleeuwen” zoals een Academie professor in de kunstgeschiedenis hier ’t heeft uitgedrukt.

“Beeldekens maken zij die man”. 

“Romantiek is onderduiking in extase en puurt uit de diepte enkele zuivere kristallen en brengt die boven. Zoals een parelduiker.

Dag nogmaals dank voor ’t gezondene, jullie Max