13 April ‘38
Beste Max,
Vanmiddag was ik bij Santee Landweer en bezag de mooie collectie, waarvan ik natuurlijk verschillende dingen reeds kende.
Je opmerking, om vooral eens te letten op het weideland, was juist: ik vind het inderdaad een van de mooiste dingen die er hangen. Hoewel: ook de grote tekeing van het kerkhof vind ik bijzonder goed; fascinerend zelfs door de merkwaardige bouw van de kleuren in het vlak. Dat de twee schetsjes verkocht waren, verwondert mij niet: ik snuffelde ook de gehele map door, ik ben dol op zulke schetsmatige dingen, en vond die twee toch vrijwel de beste. Een enkel landschap trof mij ook daaronder.
De volgorde van voorkeur is voor mij geworden: 28 {weidelandschap / niet gesigneerd}, 11 {le Puy de Bang}, 3 {Bangels}, 17 {kerkhof}. Er is echter een kwestie die mij puzzelt: de prijs. Aan de ene kant vind ik steeds meer, dat de artist behoort te worden betaald; aan de andere kant kan ik mij de luxe van schilderijen te kopen niet permitteren. Ik sprak je onlangs al eens over het zonderlinge verschil tussen de prijs van beeldend werk en literair werk: ik zie nóg niet in, waarom een sonnet van mij niet gelijkwaardig zou wezen aan een schets van Troelstra, een litho van Van Dobbenburgh, een ets van X, een tekening van Y. Aan het Vondelboekje heb ik vier of vijf maanden gewerkt – natuurlijk naast mijn gewone arbeid, maar dat doet een schilder, die practisch lééft van de tekenlessen, toch ook. Totnutoe heeft het me 4,50 opgebracht, en als we tijd hebben van leven, wordt dat misschien nog wel eens 5,50. Ik zie bij dat Kerkhof F 200,- staan: ik mag aannemen, dat je daaraan iets kórter hebt gewerkt, dan ik aan Erasmus. De opbreng[s]t evenwel is nagenoeg gelijk.
Maar dit is alles lichtelijk overbodig: zakelijk gesproken is de situatie zó, dat jij van je normale prijs af moet trekken het bedrag, dat de teruggegeven schets waard is, en dat daarna door mij moet worden bepaald, òf in de komende tijd mijn kansen aanwezig zijn om je te betalen. Anders zal ik nee moeten zeggen. Want zèlf honger te lijden voor kunst die je máákt, is nog daar aan toe; maar met je drieën honger te lijden voor kunst die je kóópt, is absurd.
Overigens wilde ik je vragen, of niet de mogelijkheid bestaat, je schilderijen een maand in onze school te Hilversum te hangen. Wij hebben steeds kleine exposities, ter kunstzinnige ontwikkeling van leerlingen. De pers komt ook, en somtijds een vader of moeder. Verkocht wordt er weinig of niets, maar blijkbaar bij Santee [met potlood:] {gezond betekent abc Max] óók niet. Wij mogen van het bestuur er echter niet veel kosten voor maken.
[in kantlijn:] {goed, zal ik doen!}
Hart gr, Garmt Stuiveling