2 september 1937

Brief Max van Dam aan Jaap Hemelrijk

Monsieur Dr. J. Hemelrijk, “De Spar”, Bergen (Noord Holland), Pays-Bas

Max, Collioure, Pyr Orient, France

Collioure, 2 sep [1937]

Beste Jaap,

Tusschen 2 studies in (vanmorgen van 6 ½ tot 10 en vanmiddag 4 uur) vind ik even tijd om je te schrijven.

Ik moet je schrijven. Ik heb ’t werk beet en ik ben enthousiast hier te werken.

Er liggen naast me een 16 studies waarin een belangrijke evoluties. Ik vreet de kleur – en de kleur verteert mij –

Het blauw van de zee geeft aan de huizen, de bergen en het zand zulk een superbe kornaliteit dat ’t bijna onmogelijk is niet te werken.

Een diep blauwe zee. Witte boten, visschers met donkerbruine koppen in lichte-blauwe pakken. Een citadel – en een oude kerk van roze steen die een baai omsluiten worden door de zon verteerd in een wondere tinteling van licht en kleur.

Er is hier zo veel dat ‘aanteigt’ aan mijn talent dat ik handen en en tijd te kort kom – Waarom tijd te kort?

Ik vraag me voortdurend af waarom hier niet de winter over te blijven. Ik kan een atelier hier huren voor 6 maanden voor 5 francs per dag. In ieder geval rek ik m’n verblijf hier zo lang mogelijk.

“La peinture […] un vraine bonheur”

Ik ben begonnen met groter formaat – dat opent mogelijkheden. Mogelijkheden om te composeren, mogelijkheden voor kleur vooral.

Wat denk je. Ik zit er nu één maand, ik kom er in, waarom niet blijven, ’t is zo beroerd met dat geld. Maar ik denk ’n groot stuk te kunnen vooruit te komen door te blijven werken.

Er zit echter de ‘Prix de Rome’ – ergens achter in m’n hoofd – en ’t schijnt zo ver weg – maar dat moet ook.

Jij begrijpt me best. Je voelt m’n moeilijkheden – maar ik los ze mild op door te omzeilen. Ik zit in een ononderbroken stroom van werk en het gaat stap voor stap verder. Te kunnen werken. Je kunt niet gelooven wat ’t beteekent.

In de zon, in de schaduw, een lucht, de bergen, en die zee! ’t Is een gorns, een straf – zonder verf zomaar ergens en zonder linnen te werken. Papier en O.I inkt waterverf – en soms verf op papier – een plank – geleerd op m’n knieen – op een steen zitten te werken. ’t Beperkt de mogelijkheden zo. Maar ik werk, dat tilt over al die petite misères heen, en al is ’t erg primitief de beloning is des te groter – er komt in sommige studies een intensiteit die ik nooit te voren had.

Schrijf me eens terug. Ik weet ‘t  – jij ziet me groeien. Het geeft me altijd zulk een gelukkige beleving als ik eens wat van je hoor.

Jij hebt iets voor schilderkunst – en een soort liefde voor de verf – dat ik me soms verbaasd afvraag

Waarom schilder jij ook niet?

Ik herinner me je wijze van zien in ’t Louver. Je liefde voor Millet en je intuitie voor elke zuivere beleving.

Vanuit deze hoek van Frankrijk vlakbij Spanje met dan lichte en echte kleur – een groet en een flinke handdruk vol spanning van ’n fijn en toon en een rythme. ’t Is allemaal meer dan verf.

Veel hartelijks voor allen

tot ziens

Max