1 maart 1939

Brief van Max van Dam aan zijn familie

Amsterdam Maart 1939

Waarde allen.

Nu kan Vader nog zo pessimisties zijn als hij wil. Maar er is geen enkele reden voor om te schrijven dat er geen toekomst mogelijk kan zijn. 

Ik schilder nu vanaf Oct. 1933. Elke dag. En als ik nu mijn laatste werk zie dan is er toch wel iets gegroeid in die 5 jaar. Notabene 5 jaar. Een periode van tasten -zoeken- er/en nu eigenlijk Amsterdam zal een begin worden van de opbouw mijn werk en mijn persoonlijkheid. Nu begint dan stil aan en dat is goed heel goed dat ‘t begint. Om mij heen [ligt] op ’t ogenblik alles stil, er is geen bruisend artistiek leven, er is een tijd van ellendig gematerialiseer, onrust, antisemitisme dreigend oorlogsgevaar. Wie als kunstenaar in die tijd zijn aandacht te uitsluitend op geld konsentreert heeft ’t mis- absoluut mis. Die vergooit zich. 

Maar degenen die zijn krachten als een onderstroom kan laten werken, in de beslotenheid van zijn atelier door blijft werken, ondanks armoede, ontbering en niet altijd warm eten, dat zijn de sterken, die gebruiken een tijd als deze voor het fundament van hun oeuvre. 

De grote Franschen als Picasso en Braque.

p.2

Je moet meer contact met me houden. Je moet je meer verdiepen. Je moet enthousiast worden voor de schilderkunst. Je moet meer dingen ontdekken die [het] leven waard maken geleefd te worden. Je moet je omringen met schoonheid en met levensvreugde.

’t is voorjaar en de zon schijnt. Dat is geweldig. Overal springen knoppen uit. De bomen gaan bloeien. En je hebt geduld. … Die bomen geven vruchten in het najaar. Dan “het es was ingebracht”.
Precies een Mensch…Wat je wil.
Moet ik mijn bloesems afplukken en in een vaas zetten? Dan gaat de boom dood en verdorren de bloemen na een tijdje.
Nee, ik wil een boom zijn!
Wortels in de grond…

Die f. 25,- die jij geeft voor ’t atelier is de mest opdat de wortels sterker worden.
Want de grond is hard – rotshard – maar niet onvruchtbaar…

Dat is de moed – de grote moed – Leve de moed.
Veel liefs, Max

hebben de mogelijkheden ontzaggelijk uitgebreid

zij hebben aan ’t schilderij een ruimte gegeven, … jou … architektuur kunnen spreken van het vlak ? 

Onze generatie krijgt de kans in die ruimte te spreken, Hebben je iets te zeggen, dat moeten we nog maar afwachten, maar laten we niet te snel wat willen, laten we alleen maar groeien in ons werk. En … worden we  en dan pas zijn we er. 

To be or not te be’ zei Hamlet

Elke ? kunstenaar heeft nu een maar ? Jo’s beetje krankzinnigheid, dat onderscheid hen van de andere menschen. 

Het begint met iets aan te voelen en iets te zien dat wil – dat moet ik weergeven, en daar begint ’t al, en als ’t af is, dan merkt hij dat ’t heel ver af staat van wat hij wilde… en hij begint opnieuw en weer een nieuwe krankzinnigheid… erg. Er is een verschil, de gekken in Meereberg zijn chaoties, ongericht… de artisten ? zijn gerichte gekken of worden gericht…

Als ik de zekerheid heb dat je mijn atelier betaald elke maand gedurende een tijdje, dan zijn deze paar vierkante meter van mij zij en dan mee fl 25 in de maand, het is ’t bescheidenste wat ik 

p.3

vraag, en je kunt er schilderijen voor krijgen.. Maar als je aan komt dragen met het predicaat wat de leek mooi vind, dan zeg ik dat weet ik niet dan moet je maar een handel beginnen in de smakeloze prullen die de leek koopt, en de barjan ? … Na Ast. ? Heeft honderden van die rommel, die kan er een fabriek van laten draaien, dat vind de leek mooi, en ik schijt er op. Ik wil zelfs niet in dat gezelschap langes en hun centen wil ik ook niet. 

Menschen die mijn werk kopen moeten er van houden, en die waardering moet ik lang ? gaan veroveren door mijn overtuiging en mijn liefde voor ’t vak. 

In 1933 begonnen, 

In 1938 de zilveren medaille voor de Prix de Rome.

1936 en ’37 reizen in Frankrijk en Italië, … een begin, beter begin kan ik niet wenschen, en je bent zo ongeduldig omdat ik geen geld genoeg verdien. 

Jij moet geld verdienen en veel want jij bent een maatschappelijk man, wat je doet moet je goed doen, waarom verdien niet meer? 

Is het ? toch dat geld verdienden als levensinzet bepaald, dat moet … ook doen, 

p. 4

 Je moet meer kontakt met me houden, je moet je meer verdiepen, je moet enthousiast worden voor de schilderkunst, je moet meer dingen ontdekken die leven waard maken geleefd te worden. Je moet je omringen met schoonheid en met levensvreugde. 

’t Is voorjaar en de zon schijnt, dat is geweldig, overal springen knoppen uit, de bomen gaan bloeien, en je hebt geduld, die bomen geven vruchten in ’t najaar, dan had ? er wat …gebracht’

Precies een mensch. Wat je wil moet ik mijn bloesem afplukken en in een vaasje zetten. Dan gaat de boom dood en de bloesem verdorren naar een tijdje. 

Nee ik wil een boom zijn!

Wortels in de grond… 

Die fl 25. Voor ’t atelier dat jij geeft is de mest

Opdat de wortels sterker worden, want de grond is hard, rotshard… maar niet onvruchtbaar…

Dat is de moed, de groote moed,

Leve de moed

Veel liefs 

Max