Tijdlijn Max van Dam
Start Tijdlijn
Correspondentie Max van Dam

Dit is de tijdlijn over Max van Dam Max van Dam geboren in Winterswijk, 19 maart 1910 – en overleden in Sobibór, ca. 20 september 1943.
Ga door de tijdlijn heen met gebruik van de knoppen
![]()
of door op de jaartallen van de tijdlijn te klikken.
Start Tijdlijn Brieven
Correspondentie Max van Dam

Raadpleeg hier de correspondentie tussen Max van Dam en zijn mecenas Jaap Hemelrijk en enkele andere bewaard gebleven brieven.
Ga door de tijdlijn heen met de pijltjes aan de zijkanten of door op de jaartallen van de tijdlijn te klikken.
Briefkaart van Max van Dam aan de familie Van Dam
Aan den Wel E(del)e Heer
A. van Dam
Groenlosche weg 27
Winterswijk
Lieve Pa, Ma, Ro en Jet!
A’dam 22 Sep. [1929]
Bevestig bij deze ontvangst postwissel groot f 25.- onder groote dank.
Gisteren ben ik naar een meeting van de S.D.A.P. geweest in ’t Arbeiderssportpark. Wibaut, De Miranda Polak en Boekman uitten hun vreugde over de afloop van de Wethouderscrisis
Ik ontmoette op de terugweg Mijnheer en Mevrouw Lobbers terwijl vanmorgen een Winterswijk me gedag toeriep
Zul je vooral niet vergeten ’t Opgangnummer af te geven?
Ik wacht erop!
Dag stevige hand
Max
In kadertje:
Aangezien ik gisteren ben natgeregend, sturen jullie m’n overjas.
Max
Brief van Max van Dam aan Jaap Hemelrijk
Den Wel Ed. Heer, Dr. J. Hemelrijk, rector v/h gymnasium te Alkmaar, Bergen (N.H.), Nederland
Max van Dam, St. Jacobsmarkt 10, Antwerpen
Antwerpen 10 Nov ’35
Zeer geachte Heer Hemelrijk,
Over uw bezoek aan Winterswijk schreef mijn vader me een en ander.
Mij bleek daaruit uw levendige belangstelling voor teken en schilderwerk.
Overeenkomstig een gemaakte afspraak tussen U en m’n vader zou ik u schrijven, om tot een nadere kennismaking te komen.
Het is niet helemaal zeker of ik met Kerstmis in Winterswijk kom. Ik zit op ’t ogenblik nogal in een werkperiode en dat onderbreek ik dan niet graag. Het zal van ’t werk afhangen of er Kersvakantie is of niet.
Ik ben nl. aan een grote kompositie met veel figuren bezig en daaraan ben ik maar ondergeschikt.
Evenwel zal ik u gaarne een portefeuille met tekeningen zenden van de laatste tijd ter orientering.
Mijn vader schreef met dat u wat schetsen had meegenomen uit Winterswijk, dat is maar werk van vroeger en dat is voorbij.
Mocht u eens Antwerpen bezoeken dan zal ik ’t zeer op prijs stellen u te mogen ontvangen.
Ik heb nl. een atelier in ‘t “Tropeninstituut voor schone kunsten” waar u me altijd kunt vinden, u zult dan wat schilderijen kunnen zien. Wanneer U ten overvloede eens door de Leidschestraat te Amsterdam komt, dan staat er nog bij de Kunsthandel “Santee Landweer” Keizersgracht een stilleventje dat daar gebleven is na m’n laatste tentoonstelling.
U hebt dan eenige voorstelling wat de kleur betreft.
Mocht ik met Kerstmis toch nog vacantie hebben – ik zal u schrijven.
Inmiddels hartelijk dank voor uw belangstelling teeken ik met de meeste Hoogachting
Max v. Dam
Brief van Jaap Hemelrijk aan Max van Dam
Bergen 27 Nov. 1935
Waarde Max (zal ik maar zeggen)
Ik heb de portefeuille tekeningen ontvangen en bekeken. De verwachting, die ik er van had na de schetsen, die ik tevoren gezien had, is ten volle vervuld. Je hebt een mooi talent, dat mijn sympathie in alle opzichten verdient. Ik bedoel niet alleen de techniek, die ik niet voldoende beoordelen kan, maar ook de toon, de gevoeligheid en de inspiratie, die eruit tot me spreekt. Ik heb het werk aan enkele schilders laten zien, die mijn bewondering deelden. Een vriend van mij, die elders een expositie heeft gehad en daarna op tournée is geweest, komt spoedig terug. Hem wil ik ze ook graag laten zien, omdat ik in zijn oordeel veel vertrouwen heb en omdat hij veel belangstelling heeft voor het werk van zijn collega’s. Daarom wou ik je vragen of ik de portefeuille nog een poosje mag houden.
De een zei: hij heeft een typisch talent voor een etser, de ander: hij heeft een bijzonder flair om te tekenen en tekent met mooie kleur.
Ik vind je aanleg voor glas in lood schildering veelbelovend. Afijn, je ziet dat je zending wel de opmerkzaamheid trekt.
Schrijf me dus even of je ’t goed vindt, dat ik nog even wacht met terugzenden.
En ook, als je in Holland komt, of je gelegenheid hebt eens bij ons aan te komen. Je kunt logeren als je dat wenst en zo tevens met de omgeving kennis maken, die zoveel schilders en tekenaars heeft getrokken.
Met vr groeten
J Hemelrijk
Brief van Max van Dam aan Jaap Hemelrijk
Den Weled. Heer, Dr. J. Hemelrijk, “De spar”, Bergen (N.H.), Nederland
Max van Dam, St. Jacobsmarkt 10, Antwerpen
28 Nov 35
Zeer geachte Heer Hemelrijk
Hartelijk dank voor uw sympathieke brieven. Natuurlijk kan ik nog wachten met m’n tekeningen. U kunt ze zo lang mogelijk behouden als u wilt.
Ik dank u hartelijk voor uw opmerkingen. Wanneer ik even wachten kan zal ik u wat uitvoeriger schrijven, want ik heb nog een herrinnering aan u. Er is nu echter iets dringends dat me bezig houdt om zo snel te schrijven. n.l. ’t volgende.
Door Jan Slagters, Willy Sluiter en Isidoor Opsomer, ben ik voorgedragen als candidaat-lid van Pulchri – Studio Den Haag.
De ballotage vindt plaats van 30 November tot 7 Dec.
Daarvoor moet ik 7 werken inzenden.
Ik verdeelde aldus:
4 schilderijen en 3 teekeningen
De schilderijen zijn verzonden. Ik zou u zo heel beleefd willen vragen, zoudt u zo spoedig mogelijk 3 van m’n teekeningen uit de portefeuille die bij u is willen zenden.
n.l. 3 uit diegenen waar een witte parspartout omzit en wel
- de teekening van de liggende man
- het rabbijntje
- die donkere teekening waar van ’t zelfde onderwerp ook een ets bestaat
’t is een zelfportret.
’t is nog al somber, dwars door heen staat een vierkant gedrukt, omdat ’t op een ets geteekend is.
’t is een vierkant formaat ongeveer van de groote als ’t rabbijntje.
Ik hoop dat u me begrepen hebt, als ’t nog wat vaag is welke ik bedoel zou ik willen vragen, zoekt U er zelf dan 3 uit die U ’t beste vindt.
adres Pulchri Studio
Hoge Nieuwstraat 16
Den Haag
Bij voorbaat grote dank
veel hartelijke groeten Max
Brief van Max van Dam aan Jaap Hemelrijk
Aan Den Weled. Heer, Dr. J. Hemelrijk, “De Spar”, Bergen (N.H.), Nederland
Max van Dam, St. Jacobsmarkt 10, Antwerpen
[Poststempel 1 Dec 1935]
Antwerpen
Zondagmorgen
Geachte vriend Hemelrijk,
U moet ik toch nog even schrijven.
De sympathie waarmee U m’n werk tegemoet bent gekomen is bijzonder hartelijk, al te hartelijk.
Ik sta nog zo aan ’t begin, en ik heb nog zoveel te doen.
Zeker ik ben blij als er iemand door m’n werk bladert en er wat van “dat andere” in voelt, en dan wat kijkt met z’n hoofd opzij, en een hand gaat stil omhoog en de vingers maken een eigenaardige nerveuze beweging, ze trillen in de toppen, en hij praat goddank niet…
Zo’n kontakt van mensch tot mensch vind ik gelukkig – en ik heb ’t gevoel dat met U te hebben gehad, zonder dat ik u ken. Ja, ik ken u toch.
Iets in z’n atmosfeer daaraan verwand ben ik eens ondergaan toen ik luisterde naar een lezing van U vele jaren geleden, in een koude Winterswijkse schouwburgtent, over Pompei en Herkulanum. Toen ik uw brief las, zag ik dat opeens weer voor me, en ik hield even op met lezen, en ik zag ’t beter.
Ik was toen een jaar of 14, 15 geloof ik, maar die fragmentarische wandschilderingen waren toen voor mij bepaald. Zó en zo van kleur en voltooid in z’n compositie.
Toen ik later een reproduktie van Raphaël zag “de drie Gratiën”, b.v. toen was er verband. Ja maar ik geloof dat de Grieken (of Romeinen of toch Grieken in Italië) formidabele schilders geweest moeten zijn.
Heb ik u erg veel last bezorgd met de 3 tekeningen naar Den Haag?
Het was zo gepresseerd, en m’n ander werk moest in Antwerpen blijven op ’t atelier, anders had ik u niet lastig gevallen. Er kwam hoog bezoek, ministers, burgemeester v. Antwerpen, commissaris van de Koning – enz. er was dan zoiets als een atelier expositie. Dat wist ik allemaal maar pas erg laat. Het was een opluchting toen ze weg waren.
Graag kom ik eens naar Bergen logeren. Dank voor de invitatie,
Dag, veel groeten Max.
Brief van Max van Dam aan Jaap Hemelrijk
Aan den weled. Heer, Dr. J. Hemelrijk, “De Spar”, Bergen (Noord Holland), Nederland
Max van Dam, St. Jacobsmarkt 10, Antwerpen
Antwerpen 15 december 1935
Zeer geachte vriend Hemelrijk,
Het is nu zo goed als zeker dat ik met de beide Kerstdagen in Winterswijk ben en zou ik graag tot een afspraak komen om u te ontmoeten, zoals toch in onze bedoeling lag.
Dat ik toch nog vakantie kan nemen komt omdat er wat stagnatie in ’t werk gekomen is.
Door de propagandacentrale van de Belgische Werkliedenpartij werk ik mee aan ’t organiseren van een grote illustratieve tentoonstelling over ’t Plan van den Arbeid.
’t Ontwerp is gemaakt, de uitvoering kan beginnen. ’t Wachten is op de nodige crediteuren voor materiaal e.d.
Het P.B. van de B.W.P. [Belgische Werklieden Partij] heeft daarover nog niet vergaderd en ’t wachten is daarop.
Zou ’t mogelijk zijn dat u me schreef wanneer en waar we we elkaar treffen, of u naar Winterswijk komt of dat er een andere regeling die misschien minder moeilijk voor u is, wordt getroffen.
’t Liefst zou ik willen dat alles ’t beste voor u zal worden geregeld.
Den Haag heeft voor mij ’t lidmaatschap van Pulchri Studio opgeleverd.
Dat is een succes inzoverre er mogelijkheden voor financiële steun zijn gekomen om verder te werken.
Om artistieke redenen heb ik ’t lidmaatschap van Pulchri niet geambieerd.
Tusschen ons vertrouwelijk gezegd is die opmerking ter geruststelling.
Een sociëteit en veel bittertjes hebben voor mij nog geen bekoring – dat is voor schilders die al ‘t “pootje” hebben en dat heeft voor mij nog tijd.
Nu ben ik blij dat ik “een poot” bezit om mee te schilderen, zoals Van Gogh het eens in één van zijn brieven heeft gezegd.
Sterk en groot – een wonder die mensch.
Dag. In afwachting. Heel veel groeten en tot Ziens,
uw Max v Dam
Brief van Max van Dam aan Jaap Hemelrijk
Den weled. Heer, Dr. J. Hemelrijk, “De Spar”, Bergen (N.H.) Nederland
Max van Dam, St. Jacobsmarkt 10, Antwerpen
Antwerpen, maandag 23 Dec
Geachte Heer Hemelrijk,
Naar aanleiding van uw briefje v[an] 19 dezer het volgende.
Ik zou toch graag naar Bergen willen komen. Zou ’t mogelijk zijn dat ik 2e Kerstdag in de loop van de namiddag te Bergen kom. Ik hoop dat u me niet onbescheiden zult vinden als ik plotseling met deze vraag voor de dag kom, maar de omstandigheden maken dat zo.
Kerstdagen in W’wijk kan niets van komen. Moet de 1e Kerstdag in Antwerpen zijn. Bovendien zond ik een schilderij in voor de Willink van Collenprijs van Arti in Amsterdam. Van 24 tot en met 28 Dec is dat tentoongesteld.
Ik zal natuurlijk niets hebben omdat ’t niet knap genoeg is. Maar ik zou toch nog wel eens graag zien wat de anderen deden. (het is n.l. een compositieprijsvraag met ’t onderwerp “Zomer”)
Zodat m’n bedoeling is ‘s morgens vroeg (26 Dec) uit Antwerpen te vertrekken, naar Amsterdam de tentoonstelling bij Arti gaan zien en dan door naar Bergen. Zodat ik verwacht tegen de achtermiddag bij U te komen.
Hartelijk dank voor de verzorging van de tekeningen voor Pulchri en de felicitatie.
Och ja, dat is begrijpelijk dat ze niet werden teruggezonden. Vrienden van mij uit Den Haag (De Merema’s (secretaris van VeaVo) [B. Merema, in leven leraar kunstgeschiedenis aan het Gymnasium Haganum en het Grotius Lyceum in Den Haag alsmede de academie voor Bouwkunst te Amsterdam. B. Merema was secretaris van de vereniging tot bevordering van het aesthetisch element in het voortgezet onderwijs.(V.A.E.V.O)] u zult hem denkelijk kennen, leraar aan ’t gymnasium in Den Haag), zorgden voor ’t transport van m’n schilderijen, zodoende zijn de teekeningen met de schilderijen samen ondergebracht bij hen thuis.
Geachte Heer Hemelrijk, ik zou ’t erg prettig vinden met u kennis te maken, als ’t door kan gaan 2e Kerstdag in Bergen. Fijn.
Ik heb zo’n zin dat mooie brok van ons land nog weer eens terug te zien.
Veel hartelijke groeten en tot Donderdag uw Max.
Brief van Max van Dam aan Jaap Hemelrijk
Aan den weled. Heer, Dr. J. Hemelrijk, “De Spar”, Bergen (N.H.), Nederland
Max van Dam, St. Jacobsmarkt 10, Antwerpen
Antwerpen, 8 Febr. 1936
Beste vrienden,
Jullie zult wel denken “uit ’t oog uit ’t hart” als ik nog niet eens even geschreven had sinds m’n bezoek aan Bergen. Alhoewel ik me schuldbewust ben en erg onhartelijk ben geweest door niet te schrijven is ’t toch niet dat ik niet aan jullie dacht. – maar ik heb nogal veel gewerkt en nogal veel vernield, omdat er me veel niet beviel. Ik merk dat elke dag opnieuw dat een schilder noodzakelijkerwijs er naar streven moet (en dat dan ook in elk werk moet bereiken) om een zekere harmonie tusschen datgene wat hij wil en wat hij kan uitdrukken.
Dat kunnen, dat gewone kunnen, dat iets is met beide beenen op de werkelijkheid, dat speelt me parten, en daar vecht ik mee, en dat laat me geen sekonde van de dag los.
En het is dan zo als van Gogh het heeft uitgedrukt “99 keer zal ik vallen, maar de 100ste keer sta ik op”.
Deze ”ups en downs” dragen bij tot een zekere stemming, alhoewel men door die stemmingen heen en boven die stemmingen uit tot een zekere sereniteit moet komen zonder ’t welk geen enkel schilderij ’t langer dan een uur uithoudt.
Zo kwam ik dagen achtereen tot de steeds die zelfde konklusie – wat ik vandaag schilderde was morgen voor m’n gevoel kapot – en ik krabde af, terug opnieuw, weer overschilderen, weer afkrabben – een ander doek – Zo gaat ’t verder dag in dag uit.
Toch geloof ik dat ’t noodzakelijk is te voelen aan de verf en drommels ongewillige materie is stug als ’n moeilijke jongen in z’n puberteitsjaren.
Och het heeft geen belang over de moeilijkheden te praten als je er midden in zit en nog minder nut heeft het er plezierig over te doen als ze overwonnen zijn.
Hoe gaat ’t daar in Bergen! De paar dagen waren voor mij werkelijk prettig en betekenden een rust, die ik toch erg nodig had in die dagen.
In Winterswijk heb ik altijd dat beklemmende gevoel van “hierachter is er niets meer”.
Maar de beloofde schets van Winterswijk gaat hierbij, het drukt niet die desolate stemming uit waarin ik daar ‘t met Kerstmis vond – dit is in de zomervakantie geteekend.
Hoe gaat ’t met Bowien en Jaap Weyand en Charley Toorop? Van Charley zag ik onlangs wat werk in Leiden. En ’t werk kwam me toch veel sympathieker voor dan ik van vroeger kende. Deze sterke intellectuele schilderijen hebben toch iets meer dan brutaliteit alleen dat is hard en breed geschilderd, met ontkenning van andere intenties, maar juist door die ontkenning suggereert ze ’t bestaan van een zekere gevoeligheid. Zo had ik toch kontakt met een levend mensch en dat is altijd een veredelende ontmoeting.
Zoudt u me een groots plezier kunnen doen! Ik herinner me die mooie zwarte lijst die op ’t ogenblik rond m’n normaalschool zit (blauwe muurtje).
Ik ben uitgenoodigd om mee in te zenden op een grote tentoonstelling georganiseerd door ’t Algemeen Nederlandsch Verbond. Resp. in Den Haag (Gem. museum) Rotterdam (Boymans), en Amsterdam Stedelijk museum.
’t Is een overzichtstentoonstelling van werk in alle Nederlandsch sprekende landen (dat is dus met Vlaanderen, Zuid-Afrika en Indië).
Ik mag 3 werken inzenden.
Nu staat op mijn atelier een stilleven groot 50 x 60 c.m. dat ik zou willen inzenden.
Wanneer het formaat past (ik denk ’t haast van wel) zoudt u die lijst aan mij zo lang in bruikleen willen afstaan en ’t voor 7 Febr. willen zenden naar
Pulchri Studio
Lange Voorhout
Den Haag
Wanneer ’t formaat juist is schrijf u me dat even. Dan zend ik mijn schilderij ook op. Bij Pulchri zullen ze de lijst er even omzetten, ik sprak dat af met Willem Sluiter.
Dag, veel groeten en vooral aan uw vrouw en Leo, Jan, Dientje en Japie – die Duitsche zangeres (Rosie Kahn?) [Rosy Hahn] Bowien enz.
Dag jullie Max
Brief van Aron van Dam aan Max van Dam
Winterswijk 9 Febr. 1936
Waarde zoon.
Je groote brief kwam in ons bezit en uit de veelheid van woorden meenen wij te kunnen opdiepen 2 feiten van beteekenis.
De eene is dat je bent uitgenodigd mede in te zenden voor de te houden tentoonstellingen en de andere is dat je op zwart zaad zit.
Over dat laatste wil ik het nu eens hebben.
Ten onrechte verwijt je ons, gebrek aan belangstelling, aan liefde, aan medewerking enz. Ik zeg ten onrechte want die zijn in ruime mate aanwezig. Moeilijker wordt het echter wanneer al die dingen in klinkende munt moeten worden omgezet. Laat ik het voor de zooveelste maal je duidelijk zeggen, dat ik niet in staat ben je zooveel geld ter beschikking te stellen, dat jij je ongestoord en ten volle kunt uitleven. Mijn inkomen is van dien aard, dat wij met de noodige zuinigheid moeten trachten rond te komen. Dat wil niet zeggen dat het niet mogelijk is een enkele keer voor een of ander buitengewone zaak eenige guldens te bestemmen, maar overigens moet de meest mogelijke zuinigheid in acht worden genomen.
Daarbij is de toekomst zeer onzeker en weet ik nog niet wat ons boven het hoofd hangt. Ziedaar de omstandigheden waarvan jij je blijkbaar geen voldoende rekenschap hebt gegeven. Nu wil ik je dit zeggen dat jij van een heeleboel menschen veel liefelijks en aardigs kunt ondervinden, doch dat er zeer weinigen zijn die van hun eigen middelen zullen offeren. Daarom is de zorg voor jou om aan geld te komen en daardoor in staat te zijn je weg te vervolgen te trachten je talenten te verkoopen door je producten ten gelde te maken of op andere wijze voor ontwerpen of iets dergelijks je te laten betalen. Gelukt dat, dan komt het in orde, gelukt dat niet dan ben en blijf je in de misère.
Als je het lijden van een van Goch ten voorbeeld haalt schiet je dan al heel weinig mede op.
Waarom ik dat nu eens allemaal neerschrijf? Wel om de volgende reden.
Toen je hier was gaf de heer Roos te kennen genegen te zijn een schilderij van je te koopen. Uit het gesprek dat toen volgde bleek dat je hiertoe niet genegen was.
Als je nog op dat standpunt staat, mij best, maar vertel ons dan niets meer van je armoede, want op die manier schep je zelf die toestand.
Aan den anderen kant loopen wij hier te piekeren, dat jij misschien rondloopt zonder eten enz. Een prettig gevoel voor je ouders, dat kun je denken. Daarom sluit ik hierbij in een briefje van f 10,- dan heb je tenminste iets voor het eerste noodige.
Zoo ik zeide geld kan ik je niet geven, maar ik wil het anders proberen. Ik wil je helpen bij je pogingen om door middel van je vak aan geld te komen. Je kunt mij n.l. zenden een paar mooie schilderijen, vervaardigd op prima doek en prima kwaliteit verf en ander materiaal en van zoo hoog mogelijke kunstwaarde. De voorstelling moet zoodanig zijn, dat het mij mogelijk moet worden gemaakt koopers te vinden, dus geen naaktfiguren of iets dergelijks. Voor de rest laat ik alles aan jou over, maar het moeten goede schilderijen worden in de volle beteekenis van het woord.
Ga je hierop in, dan zal ik zorgen dat je daarop een voorschot krijgt van b.v. f 25,- of iets meer als het niet anders kan.
Ik wacht hierop je antwoord af, liefst met een korte beschrijving van je meening over de uitvoering. Ziedaar wat ik je heb te zeggen.
Voor heden gegroet
Je vader
A van Dam
Brief van Max van Dam aan Jaap Hemelrijk
Den Weled. Heer, Dr. J. Hemelrijk, “De Spar”, Bergen (Noord Holland)
Antwerpen 17 Febr [1936]
Beste vrienden,
Hartelijk dank voor de genomen moeite voor de lijst, ik geloof dat het stilleventje er goed in doen zal.
Uw openhartige vraag over mijn materiele levensomstandigheden is me erg sympathiek omdat ik vooral de laatse tijd drommels in de penarie zit, en toch graag over praten wil zonder dat ik opdringerig zou schijnen.
Mijn schilderen heeft de laatste tijd zich zo sterk doorgezet, dat ik moest doorwerken. Geld voor doek had ik niet. Verschillende bezuinigingen in eten e.d. konden tot op ’t randje in staat zijn verf aan te schaffen. Veel schilderijen van verleden jaar schilderde ik over. Ik vond ze niet goed, zo “a peu prix”. En het is toch niet nodig dat ik alles bewaar.
Ik was gelukkig om te kunnen werken omdat ik voel dat er iets doorbrak – dat ik kost wat kost moest vasthouden. Tengevolge daarvan zijn m’n mogelijkheden om iets te verdienen met reklameteekeningen zover op de achtergrond gedrongen dat ik ’s avonds onmogelijk me er toe kon zetten om te gaan letters teekenen.
Die materiele verwaarlozing speelde me parten. Ten einde raad schreef ik een brief naar huis om steun (heeft veel gekost voor ik er toe overging).
Moeder reageerde eerst met een klein kort briefje, dat ze dacht dat ik me zelf kon redden, omdat ik toen ik thuis was tijdens een visite eenigszins uit de hoogte afwijzend had gereageerd op een aanbod om een schilderij te verkopen – Het ging n.l. hierom –
Een zekere mijjnheer Roos opzichter van de Ned. Heidemaatschappij woont te Winterswijk was met z’n vrouw bij ons op visitie was moe gepraat over de werkverschaffing en de ontginning van woeste grond en vond toen plotseling aanleiding om over kunst te gaan praten. Hemeltje lief, wàt een stommiteiten debiteerde die man! Hij stak een grote sigaar op, zoog een paar keer nadrukkelijk plantte z’n duim achter z’n veset, schoof z’n been vooruit, keek me aan en zei
“Wat kost een schilderij van u?”
Prompt er bovenop zei ik “van f 100,- tot f 600,- hangt af van de groote, ’t onderwerp en de hoedanigheid van ’t schilderij!”
Z’n gezicht betrok als een heldere hemel bij een opkomende donderbui. Maar hij beheerste zich goed (zulke menschen beheersen zich altijd goed.)
“Och kan ’t niet goedkoper? Als u iets hebt wat ik thuis kan ophangen dan heb ik er wel f 50,- voor over. Boven ’t dressoir is nog een leege plaats en met een knikje naar z’n vrouw dat niemand zien mocht was er een ogenaiskussie tussen die twee. Zo van… zij “je bent gek vent” en hij -zelfbewust- “laat me maar begaan – je kunt nooit weten”.
En dan tot mij:
“Mijnheer van Dam…. eh …. eh …. ik bedoel natuurlijk geen naakt – voor mij persoonlijk vind ik een naakt in de slaapkamer wel mooi… (Ik zag z’n vrouw hevig blozen. Maar ik kon er niets aan doen dat ik ’t zag.) Maar ehh. voor de menschen ziet u. Wat zullen de menschen er wel zeggen. Nee dat kan ik niet doen. Maar een landschap of een mooi stilleven of bloemen…
Och ja – zei ik een naakt kan ook niet “dat herinnert te veel aan de waarheid.”
De zin van zo’n reactie van mij ontging hem. En ik was al geïrriteerd.
Hij glimlachte wijs. En m’n moeder zei een stuk woeste grond hei of zo. “Ja zei m’n vader “iets toepasselijks”.
Toen ik.
Mijnheer Roos, “Menschen die schilderijen kopen zijn zo als u in uw werk van alle dag. “Ze ontginnen ook woeste grond – maar in dat geval is die woeste grond hun hart. En ze doen dat zelf. Niemand is daarbij nodig. Soms doen een man en een vrouw dat samen en voor elkaar. Er is geen Heidemaatschappij, en geen werkelozen voor nodig. Geen gemeentebestuur en geen werkverschaffing dat gebeurt in de intimiteit van hun eigen wegen. Ze kopen een schilderij omdat ze er niet zonder kunnen. Zo min als deze zonder boeken of zonder muziek kunnen. De schoonheid is een realiteit in hun leven.
Als u inderdaad met die gevoelens bezielt een schilderij koopt, dan doet u iets. Anders is ’t een gebaar dat leeg blijft zonder zin en zonder ruggengraat – dat met schilderkunst niets te maken heeft. Maar zou iets worden als “épâter le bourgeois”. À propos – u kent toch weinig werk van me.
“Nou zei m’n vader – je stuurt maar wat.” En moeder zei “Wie wil d’r nog een kopje koffie.”
“Hè ja” zij mijnheer Roos – en dat “hè ja” was “een kurze Rede tiefer Sinn.”
–
Waarom ik dat eigenlijk vertel? Och, het is maar een beetje ironie – en ook omdat ik besloot bijgaande brief van m’n vader in te sluiten, waarin hij duidelijk en onomwonden zijn meening zegt. Waartegen ik nogal wat aan te voeren heb, maar ’t is verstandiger om geen ruzie te maken. Het is hem tenslotte niet kwalijk te nemen, als hij de dingen nogal eng ziet. (het is zowat in de stijl van vakvereenigingsachtige koopmanspedanterie) maar hij bedoelt ’t toch niet kwaad en als zodanig toch eerlijk, en dat is dan weer sympathiek. Ik moet hem er nog op antwoorden – eerst was ik wat geirriteerd en schreef een lange brief die ik niet verzond. Z’n gedachten ontledend en en mijn gedachten tegenover zettend is de hoop de afstand te bekorten die er tusschen ons is, maar m’n vorige brief was een groote poging daartoe – en als dan zijn reactie daarop is “Waarde zoon” – dan heeft hij de zin van m’n poging tot toenadering toch niet begrepen en dan laat ik ’t maar voor wat ’t is voorlopig.
Ik heb geduld.
In ieder geval zie ik materieel de nabije toekomst niet zo somber in als ’t zou kunnen schijnen. Eind Februarie beslist een kommissie of ik al dan niet wat geld krijg uit de Kon. Subsidie. Willy Sluiter is voorzitter, en hij heeft me zijn steun toegezegd, zonder dat ik er om vroeg. Hij vond dat ik er wel voor in aanmerking kwam. Zodat ik toch eenige hoop heb dat ik iets krijg. ’t Is echter maar een hoop en ik zal moeten wachten tot die hoop zekerheid wordt. M’n werk is in Den Haag en Pulchri zou voor ’t transport zorgen. Liever was ik zelf nog naar Den Haag gegaan, om wat van ’t laatste werk mee te nemen, er zelf voor ’t transport te zorgen – maar het geld voor de reis heb ik niet – en ik geloof toch wel als men bij Pulchri me beloofde het te brengen, naar de keuring gaan, dat ze dat toch wel niet zullen vergeten.
Ik schreef in ieder geval nog even een briefje.
Zo hobbel ik voort en ik werk en ik vergeet die materieele rompslomp. Maar in de tijden die over zijn pieker ik zo eens een beetje, hoe ik hier of daar zal uitraken en dan is nog altijd net iets te vinden waarmee ik me dan weer een paar dagen red.
Och ik weet dat ik een moeilijk vak gekozen heb – en de konsekwentie zal ik waardig dragen ook. ’t Moet en ik kan niet anders.
Dag, hartelijke dank voor jullie belangstelling – aan allemaal de vriendelijke groeten van mij.
Jullie Max.
Brief van Max van Dam aan Jaap Hemelrijk
Den Weled. Heer, Dr. J. Hemelrijk, “De Spar”, Bergen (N.H.), Nederland
Max van Dam, St. Jacobsmarkt 10, Antwerpen
Antwerpen 25 Febr. [1936]
Beste vrienden,
‘Als de nood ’t hoogst is, is de redding nabij.’
Ik kreeg vanmorgen een briefje dat mij uit de Kon. Subsidie een bedrag van f 200,- zal worden uitgekeerd begin April.
Zo kan ik toch een heele tijd voort. Zaak is nu me er tot April door te slaan.
Ik ben bezig op ’t ogenblik aan ’t tekenen van een affiche voor een prijsvraag van de arbeiders sport-olympiade te Antwerpen. Misschien heb ik een kansje.
Er zijn ter gelegenheid van ’t Carnavale vrije dagen, en die maak ik productief om aan ’t ontwerpen de slaan voor dat plakkaat.
In ieder geval meen ik dit even te moeten schrijven van die f 200,- omdat ik dat wel weer erg prettig vind.
Dag veel hartelijke groeten aan allen
Max.
PS.
Voor de tentoonstelling van ‘t Alg. Ned Verbond in ’t stedelijk museum Den Haag, Amsterdam en Boymans Rotterdam, heb ik ’t laatste schilderij staan dat ik nogal beter vind dan ander werk. Moeilijk zijn kosten van verzending en een behoorlijke lijst.
U vertelde eens “langs de neus weg” dat Boendermaker wel eens genegen zou zijn eenige lijsten af te staan voor een schilderij.
Misschien kan ik ook eens profiteren van die ruilhandel, maar hij is nogal precieus in die zaken? Zoudt u als u hem kent, eens een keer voor me heel voorzichtig poolshoogte willen nemen.
Dag, ik ben veel opgewekter vandaag,
Veel hartelijke groeten,
Max
De zwarte lijst blijft nog even in Den Haag bij de Merema, wanneer ik kans heb om ’t te doen verzenden zal ik niet nalaten dat zo spoedig mogelijk te doen. Dank. Max
Brief van Max van Dam aan Jaap Hemelrijk
Den Weled. Heer, Dr. J. Hemelrijk, “De Spar”, Bergen (Noord Holland), Nederland
Max van Dam, St. Jacobsmarkt 10, Antwerpen
Antwerpen 25 Febr. [1936]
Beste vrienden,
‘Als de nood ’t hoogst is, is de redding nabij.’
Ik kreeg vanmorgen een briefje dat mij uit de Kon. Subsidie een bedrag van F 200,- zal worden uitgekeerd begin April.
Zo kan ik toch een heele tijd voort. Zaak is nu me er tot April door te slaan.
Ik ben bezig op ’t ogenblik aan t tekenen van een affiche voor een prijsvraag van de arbeiders sport-olympiade te Antwerpen. Misschien heb ik een kansje.
Er zijn ter gelegenheid van ’t Carnavale vrije dagen, en die maak ik productief om aan ’t ontwerpen de slaan voor dat plakkaat.
In ieder geval meen ik dit even te moeten schrijven van die F 200,- omdat ik dat wel weer erg prettig vind.
Dag veel hartelijke groeten aan allen
Max.
PS.
Voor de tentoonstelling van ‘t Alg. Ned Verbond in ’t stedelijk museum Den Haag, Amsterdam en Boymans Rotterdam, heb ik ’t laatste schilderij staan dat ik nogal beter vind dan ander werk. Moeilijk zijn kosten van verzending en een behoorlijke lijst.
U vertelde eens “langs de neus weg” dat Boendermaker wel eens genegen zou zijn eenige lijsten af te staan voor een schilderij.
Misschien kan ik ook eens profiteren van die ruilhandel, maar hij is nogal precieus in die zaken? Zoudt u als u hem kent, eens een keer voor me heel voorzichtig poolshoogte willen nemen.
Dag, ik ben veel opgewekter vandaag,
Veel hartelijke groeten,
Max
De zwarte lijst blijft nog even in Den Haag bij de/v Merema, wanneer ik kans heb om ’t te doen verzenden zal ik niet nalaten dat zo spoedig mogelijk te doen. Dank. Max
Brief van Max van Dam aan Jaap Hemelrijk
Den weled. Heer, Dr. J. Hemelrijk, “De Spar”, Bergen (N.H.)
Max van Dam, St. Jacobsmarkt 10
Antwerpen, dinsdag [3 maart 1936]
Lieve vrienden,
Bij hartelijk dank voor ’t opbeurend sterke briefje en de f 10,-voor de lijst. Ik had direkt daarop een bevestiging van ontvangst willen zenden, maar ik wachtte om de Koningin Astrid zeegels te willen zenden. Ik heb ze nu gekregen en zend ze hier bij.
’t Scheen dat ze al uit de circulatie waren genomen.
Het gaat de laatste tijd weer veel beter. Ik leed vorige week en deze dagen nog aan nogal erge slapeloosheid, ervaart / deprimeert meer, dan ik me eigenlijk zelf bekennen wil. Maar vannacht sliep ik voor ’t eerst weer behoorlijk en dan is de volgende dag geladen met meer moed en meer zorg en meer mogelijkheden en dan gaat ’t werk ook veel beter.
Ik zit op ’t ogenblik te broeien op een compositie en dat maakt me bij tijden zo afwezig en ver weg van elke realiteit. Nu voel ik even aan wat Sir Romain Rolland eens schreef in ’t laatste deel van Jean Christrophe. “Een sterk levend kunstenaar beseft op een zeker ogenblik van zijn leven, dat zijn werk de realiteit is en de realiteit zijn droom.”
Ik zag gisteren in de bibliotheek teekeningen van Delacroix – geweldig. Die sterke emotionele spanning van ’t zien en weergeven, hier met een groot en sterk schilder vermoeden.
“Romantiek” is geen week sentimentileit “geinspireerd door de Middeleeuwen” zoals een Academie professor in de kunstgeschiedenis hier ’t heeft uitgedrukt.
“Beeldekens maken zij die man”.
“Romantiek is onderduiking in extase en puurt uit de diepte enkele zuivere kristallen en brengt die boven. Zoals een parelduiker.
Dag nogmaals dank voor ’t gezondene, jullie Max
Brief van Max van Dam aan Jaap Hemelrijk
Aan Dr. J. Hemelrijk, “De Spar”, Bergen (Noord Holland)
Max van Dam, St. Jacobsmarkt 10, Antwerpen
Antwerpen, 19 juni 1936
Waarde dr Hemelrijk,
Zou ’t misschien mogelijk zijn om uit die teekeningen die u van mij hebt een vier of vijftal te verkoopen samen voor F 25,-
Het zit n.l. zo.
Er is grote vakantie en ik zou dolgraag een trektocht maken per fiets door Zuid-Frankrijk naar Venetië. Ik heb ongeveer 3 maanden tijd er voor. Ik verkocht een schilderij voor frs 1000,-, Julie verdien ik nog frs 1000,-.
Mij ontbreekt voor de fiets en andere nodige zaken nog frs 500,-
Ik moet er uit! , en ik sta daarvoor graag aan wie ’t geve wil vier of vijf teekeningen af.
Ik heb de laatste tijd hard gewerkt aan teekeningen voorstudies voor een compositie. Er is iets gekomen waar ik blij mee ben.
Er is een zekere ruimte in m’n visie. Maar ’t is zo pedant om er over te schrijven. Liever had ik dat u m’n laatste werk eens zou kunnen zien, maar daar zal hoop ik nog wel eens gelegenheid voor bestaan.
Nu onderging ik de laatste tijd iets van concentratie. Niet meer dat zo verwarde aan de eene kant in elkaar trappen wat aan andere kant werd opgebouwd.
’t Zal moeten groeien en de zekerste weg om er te komen is een krijtje te nemen en zien, zien en weergeven en niet teortetiseren.
Elke tekening die goed is, is altijd een ontmoeting van iets met iets beters.
Een ontmoeting met datgene wat beter is dan wij is altijd een verrijking.
Ik wil zien!
Ik ben gelukkig dat ik een schilder ben!
Is er een kleine kans voor die F25,-, dat zou me veel dingen makkelijker maken om te kunnen doen.
Dag aan allen de hartelijke groeten
Max
Brief van Max van Dam aan Jaap Hemelrijk
Aan Dr. J. Hemelrijk, “De Spar”, Bergen (Noord Holland)
Max, 10 Marché St Jacques, Anvers
Antwerpen, 23 juni 1936
Waarde dr Hemelrijk,
Hartelijk dank voor het briefje van vanmorgen en de medewerking. Het is echter erg moeilijk om precies te kunnen zeggen op welke dagen ik ongeveer daar of daar zal zitten.
De route is groot gezien de volgende.
Antwerpen – Mechelen – Leuven – Namen 1e dag
Dinant – Givet – Mégieres 2e dag
Verdun 3e dag
Neufchateu 4e dag
Langres 5e dag
Besançon 6e dag
Pontarlier – Lausanne 7e dag
Aigle – Sion 8e dag
Brigue – Domodossola 9e dag
Palanga – Strega – Arona 10e dag
Arona – Milaan 11e dag
Milaan – Venetië 12e / 13e / 14e dag
Deze route volgt ’t Maasdal, ’t Moezeldal en ’t Rhönedal. Er zijn heel lastige trekstukken tusschen die per trein gedaan moeten worden. Zoals de Simplon over en van Besançon naar Pontarlier en Pontarlier naar Lausanne zitten we midden in de Zwitserse Alpen.
Zo dat de dagindeling erg optimistisch er uit ziet voor 15 dagen naar Venetië. Maar natuurlijk blijven we op stukken waar ’t erg mooi is wat langer. Ik zal probeeren wel reisschetsen te maken en zoveel als ’t kan, maar vooral veel zien. Zien.
We gaan met z’n drieën. Goede vrienden en met goede voornemens elkaar zo goed te helpen als ’t kan.
Die F 25,- zit zo. Ik moet minstens frs 1000,- hebben om over de Fransche grens te kunnen, en ook zoiets voor Italië. Ik verkocht een schilderij voor frs 1000,- op de tentoonstelling van ’t Instituut. En kleiner schilderij voor frs 500,- en 1 Julie krijg ik F 50,- van de Kon. Subsidie.
Dat is nu alles krap aan. Maar ’t gaat er zijn kosten op de fiets natuurlijk. Verder moet er nog een tent zijn en wat reiskleding. Dan is een en ander vrij goed geregeld. De pas komt in orde. Een lidmaatschap van de A.N.W.B. is wel wenschelijk maar niet nodig, zo dat 15 Julie we op onze ‘velos’ stijgen en we ‘trappen ’t af’.
Ik zal trachten zo nu dan wat indrukken te zenden.
Dag. Veel dank voor ’t toekomstige tientje en veel sukses met “de verkoop van m’n marchandises
Allemachtig dat verkopen van schilderijen.
Jullie Max.
Aan allen hartelijke groeten.
Brief van Max van Dam aan Jaap Hemelrijk
Den Weled Heer Dr. J. Hemelrijk, Bergen (Noord Holland), Olanda
Max v Dam, Calledel Avo Garia 1623 Dorsoduro, Venezia
Venezia, 9 Agosto [1936]
Waarde dr Hemelrijk,
Nu zit ik na een prachtige tocht van 15 dagen al een week in Venetië. Ik kan niet zeggen hoe blij ik ben gegaan te zijn. ’t Oorspronkelijke plan om met z’n drieën te reizen is tenslotte niet doorgegaan, zodat ik alleen ben vertrokken, wat ’t geweldige voordeel heeft dat ik gemakkelijker tot werken kan komen. Zo werk ik elke dag nogal stevig en ik maak veel schetsen. Venetië heeft me aan ’t werk gezet. De types vooral boeien me sterk en een direkte schets geeft soms een basis om later op door te kunnen gaan. Ik heb nu ’t gevoel door zo te werken veel in me te kunnen opnemen, om ’t later verwerkt te kunnen teruggeven.
Alle schetsen zijn snel geziene krabbels van beleefde momenten, en dat onderga ik elk ogenblik hier. Ik loop een 100M – ik sta stil. Grijp een krijt, maak een schets, en loop weer verder. Zo gaat ’t elke dag maar voort in deze week. Deze manier van werken geeft een zekere veerkracht en spanning aan ’t geziene.
En ’t licht in Venetië is zo prachtig! Ik hoop tot schilderen te komen in deze tijd, maar nu wil ik almaar meer tekenen. Ik geloof ook dat ik daar voorlopig nog meer aan zal hebben.
Ik kreeg uit België introdukties mee voor Venetië voor de organisatoren van de Biennale waardoor ik de gelegenheid ben gesteld, alle musea en pallazi grotto te bezoeken. Ik bezit zo een vijftal verschillende kaarten toegang gevende tot alle musea’s en kollektien die ik wil zien.
En ik zag prachtige dingen.
Titiaan in museum della Academia {Gallerie dell’Accademia} ‘La Dispozizione’. La Tempesta van {Jacopo Tintoretto}. Een ongelooflelijk rijk museum is die! In pallozzo ‘Rezzonico’ zag ik prachtige tekeningen van Tiepolo.
De erg barokke kerken herbergen Tiepolo’s, Titiaan, Tintoretto’s en Giovanni Bellini.
Om uit de veelheid de kern te voorschijn halen van ’t werkelijk schone, is eenige tijd voor nodig, maar dan begint Venetië ook te leven met z’n geweldige historie. Colleoni te paard, Andrea del Verrochio. De ijdele dogen in het pallazzo Ducale laten zich omringen door allegoren zoals de vrede en de gerechtigheid omhelzen elkaar. Het is bijna ironies om dan erna de brug der zuchten over te gaan en die gevangenissen te zien.
Venetië. 15e, 16e, 17e en 18e eeuw, een geweldig boeiende film rolt aan me voorbij. Ik kom dagen te kort!
Ik huurde hier ene kamertje voor 100 Lira per maand. Dat schijnt heel erg goedkoop te zijn. Bovendien kon ik in dat zelfde huis eten krijgen. Zodat ik me kan voeden voor 6,50 L per dag. Zodat ik erg goedkoop leef.
Jammer dat ik voor mijn fiets een 250 Lira statiegeld moest betalen aan de grens, zodat ik langzamerhand krap kom te zitten. Is er misschien een teekening verkocht? ’t Zal erg welkom zijn.
Mijn plan is om tot ongeveer 20 à 25 Augustus hier te blijven, dat hangt van ’t werk af. Gisteren begon ik aan een eerste grote tekening, omdat ’t toch niet bij schetsen kan blijven. Het bevalt me erg om er [?] iets te maken dat sterker is doorgewerkt. ’t Is een kompositie van schippers die komen met manden, fruit van en naar de stad.
Alles is dermate prachtig van beweging en tegelijkertijd zo moeilijk dat je je tanden er op stuk bijten kunt.
Als ik terug ben hoop ik eens naar Bergen te komen, om u toch eens die reis-indrukken te laten zien.
’t Is nodig voor een schilder om te trekken, dat maakt ’t begrip levend van wat met Schilderstermen noemt “groot zien”.
Dag! Hoe gaat ’t anders met allemaal – erg aan ’t genieten van de vakanties. Het is hier vandaag erg heet ‘tropo caldo’ zeggen ze, maar ik kan er nogal tegen. Het is niet zulk een benauwende hitte als in ’t Noorden ’t soms zijn kan.
Ik begin ’t Italiaansch al iets te verstaan met een mengelmoes van Fransch en Italiaansch sla ik me er door. Maar ik begrijp ze vrij gemakkelijk als ze langzaam spreken.
Ik zit nu midden in een volksbuurt met ‘s avonds wel moedige liederen, en overdag een razende aktiviteit.
’s Avonds is Venetië een wonder. Piazza San Marco is groot!
Soms onderga ik hier die gevoelige beleving van nauwelijkse overgang van realiteit en droom dan zit ik aan de voet van die grote kolonnes en staar over ’t wat er naar dat prachtige eilandje aan de overkant. Achter me “pallazzo Ducale” en basiliek San Marco. Een veelheid van stijlen waar de Byzanthijnsche domineert, maar altijd een harmonie. ’t Is zo goed te zijn in zulk een sterke atmosfeer, die duurzaam is gebleken voor altijd schijnt ‘t.
Het is heel goed. Dag veel liefs en groeten, jullie Max.
Brief van Max van Dam aan Jaap Hemelrijk
Aan Dr. J. Hemelrijk, “De Spar”, Bergen (Noord Holland)
Max, St. Jacobsmarkt 10, Antwerpen
Winterswijk, 28 Dec 1936
Waarde dr Hemelrijk,
In aansluiting op ’t telefoongesprek nog ’t volgende.
De organisatie van de tentoonstelling loopt. Er is bij de sociteit “De Eendracht” een achterzaaltje dat met jutte wordt behangen, en puik geschikt is voor ’t doel, ik krijg een grijzige wand nu.
De Maatschappij tot Nut van ’t Algemeen organiseert ’t geval mee, en de burgemeester toont zich erg sympathiek.
Er is een kaart in zee, waarop staat dat u een inleidend woord zult spreken.
Nu zijn mijn vacantiedagen gevuld met ’t snijden van glas, kartonnetjes en maken van lijsten en ’t huisgezin verdraagt nu een engelachtige gelatenheid al de onrustige rommel die dat met zich mee brengt.
Ik schat dat ik een 50 stuks heb ongeveer, schilderijen en teekeningen zamen.
Thuis vind Vader ’t leuk dat ik hier exposeer en dat geeft medewerking, zo zijn de verhoudingen gemakkelijker geworden, en dat op zich zelf is toch een heele opluchting.
Het gaat voorzover mogelijk goed. Leuk dat je komt!
Veel hartelijke groeten, ook aan uw vrouw, en liefs voor de kinderen,
Max.
’t Allerbeste voor 1937.
P.S. Voor de goede orde nog even deze praktiese dingen.
Opening Zaterdag 2 Jan 2.30
Sociteit de Eendracht, Zonnebrink
U komt 1 Jan? Fijn!
Tot ziens.
Max.
Landschap met Fort Saint Elme bij Collioure
In augustus 1937 arriveert Max van Dam in het Zuid-Franse vissersdorp Collioure, waar in de jaren ’30 talloze bekende en minder bekende schilders naartoe trekken. De plaats staat bekend om de bijzondere lichtval. Dit schilderij schildert Max vanuit de Place de la République, een geliefde plek onder schilders om hun ezel neer te zetten.
Brief van Max van Dam aan Jaap Hemelrijk
Antwerpen, 20 Jan 1937
Beste Jaap,
Even een briefje over ’t resultaat van de Winterswijkse tentoonstelling.
Merkwaardig, de menschen stonden er zo vreemd tegenover. Zo terughoudend en zo gereserveerd, maar er zijn 3 teekeningen verkocht à F 10,-. Toch heb ik nog een winst dat is een jas en een pak van Pa, dat was een noodzakelijke requisiet voor “t oog van de wereld”. Je weet wel dat cyclopen oog.
Erg leuk dat speechje de reacties waren zo merkwaardig en vol verrassingen.
Overweg wou eerst 3 dingen kopen, je weet wel die 3 die wat afgescheiden hingen op die vooruitspringende muur, maar hij twijfelde tusschen die Italiaanse man dat meisjeskopje er naast of die mannenkop.
Gisteren schreef hij me dat hij geen keus kon doen, en wenschte me veel succes!…
Och, al die soeza tenslotte. Ik werk maar liever, zoek wat te verdienen n’importe quoi en besteed zoveel mogelijk uren aan m’n werk. Ik heb alleen maar een echte zorg, met verstand en overleg te zoeken naar de tekortkomingen in m’n werk.
Ik ben maar voor één ding verantwoordelijk zul jij zeggen dat is voor de ‘kwaliteit van m’n werk’. Ik heb thuis een aantal dingen gelaten, de teekeningen zijn allen weer mee naar Antwerpen gegaan en ik ben weer bezig.
Ik was een tijd erg gehandicapt na m’n reis. Kon niet werken. Dat ben ik niet gewend. Nu gaat ’t weer ik voel me weer opgelucht.
Hebt u nog Winterswijkse couranten gelezen, ze hebben een gedeelte letterlijk overgenomen wat je hebt gezegd, heb ik gezien.
Vorige maand heb ik met Dordrecht en de Bredasche kunstkring mee geëxposeerd, natuurlijk niets verkocht.
Dat exposeren lijkt zo ijdel en kost altijd maar geld, van lijsten en verzenden. ’t Heeft au fond niets om ’t lijf. Altijd is ’t beste te wachten en met goed werk een goede tentoonstelling dat heeft zin. Een hoop om in godsnaam iets te verkopen om wat ruimer in de middelen te komen zitten is een ijdele hoop.
Zo van de week is een blinde n* komen poseren in m’n atelier. Wat een expressie en wat een vitaliteit ondanks alles. ’t Is een vroeger bokskampioen geweest in Amerika en werd op een tournee blind geslagen. Elke dag hoopt hij dat z’n gezicht zal terugkeren, en om dan weer fit te zijn en te kunnen boksen traint hij zich elke dag door na ’t poseren 2 uur lang de trap op en af te lopen, totdat hij nat van ’t zweet en erg vermoeid de tram pakt en naar huis rijdt. Gek is dat. Maar die moed en die volharding van die n* is bijna veel wijder.
Als iedere schilder bij ons een stukje van zichzelf zou kunnen zien in die n*, ze zouden kunnen leren hoe ze een borstel moeten vasthouden.
Ik heb voor die man’s volharding een geweldig respect.
Dag. Fijn je even geschreven te hebben.
’t Allerbeste voor allemaal.
Je Max.
Brief van Max van Dam aan Jaap Hemelrijk
fam Dr. J. Hemelrijk, “De Spar”, Bergen (Noord Holland)
13 -3 1937
Lieve vrienden,
Even iets van mij laten horen!
Er is voor jullie onderweg een schilderij Winterswijk voorstellend. Het is – of ’t zal verzonden worden van uit Breda. Ik hoop dat ’t een dezer dagen wel zal komen.
Hoe gaat ‘t?
Zoojuist kreeg ik een invitatie om in te zenden voor een tentoonstelling ‘voor geestelijke weerbaarheid’ en vind ik onder de bestuursleden de naam van Garmt Stuiveling als voorzitter.
Nu wil ’t toeval dat G.S. 19 Maart in Antwerpen komt spreken voor de soc. Klub van intelectuelen, waarvan ik ook lid ben.
Ik zou ’t erg prettig vinden om Garmt even te ontmoeten 19 Maart – in de loop van de dag om hem wat werk te laten zien in verband met die inzending. Daar ik zijn adres niet weet zou Mevrouw Hemelrijk m’n verzoek misschien willen doorzenden? (Bij voorbaat dank!)
Ik heb erg veel zin om in de Paaschvakantie even naar Bergen over te wippen of ’t gaan zal is een vraag – en misschien komt wel ongelegen die tijd.
’t Werk gaat vooruit. Ik ben blij er is een grotere zekerheid. En ik werk alles verder door waardoor ik voor grotere mogelijkheden en nog grotere moeilijkheden kom te staan.
Maar ’t boeit intenser.
Dag.
Veel liefs aan allen
de groeten
tot ziens
Jullie Max
P.S. de studie van Winterswijk voor jullie is van 1935. Dus niet van de laatste tijd. Ik zeg het als excuus om dat ’t veel schetsmatiger is dan de zaken die ik nu door werk.
Dag M.
Brief Max van Dam aan Jaap Hemelrijk
Den Weled Dr. J. Hemelrijk, “De Spar”, Bergen (Noord Holland)
[poststempel 9.IV.37]
Beste Jaap,
Je bent misschien verwonderd dat ik niet schreef. En eigenlijk zo afwezig was in Bergen. Maar allerlei problemen van erge intieme aard hielden me bezig. Moeilijkheden die op ’n afstand gemakkelijk kunnen worden opgelost. Maar zit je er midden in ’t neemt de proporties aan als of ze beslissend over leven en dood.
Als je van iemand houdt – echt intens – dan breekt ’t een zeker eenzaamheidsgevoel even – maar dat is dan ook alles.
Nu zijn schilders zo. Waar ze van houden daar werken ze mee. En ik werkte intens. Een heel slecht schilderij was nodig voor die tekeningen van ’t meisjeskopje dat je in Winterswijk zag ontstonden. Toen had ik ’t vast – er zijn ettelijke teekeningen ontstaan en hoe meer ik werkte, des te meer drong ik al tekenende door in ’t leven van de tekening – en ik werd hoe langer hoe verder van d’r verwijderd.
Ik kon er niets aan doen. ’t Was een afgrijselijk dualisme. Je hebt ’t goed gezegd in Winterswijk: “Je kiest niet uit. Je wordt uitgekozen.” En je hebt te voegen als een willig dienaar of je wilt of niet.
Dat dualisme was er al in Winterswijk. Ik voelde de waarheid van je gedachten vlak voor de Paaschvakantie kwam de uitbarsting in een geweldige scène.
Nu is ’t voorbij, voilà, maar in Bergen liep ik wat versuft rond.
Ik schrijf je even deze onbeduidende confidentie omdat ik besef dat ik nog al naar werkte op de buitenwereld. En heusch niet alleen op Fré Cohen. Die er met al d’r “verdrängte sexualität” ’t meest toegankelijk voor was.
Ik hoop dat je me begrijpt. En deze domme verontschuldiging neemt voor wat ze is. ’t Is voorbij en ’t heeft me opgelucht.
–
In Den Haag sprak ik Kleykamp. Hij zag dat werk van me. ’t Italiaanse landschap. De It. man met die gekrulde haren. Dat zelfportret (en dat meisjes kopje en een nieuwe tekening). Je zag die eerste 4 in Winterswijk. Hij wilde een tentoonstelling van m’n werk, sprak er zelfs warm over. Maar ik moest F 100,- geven voor drukkosten postzegels enz. en alle onvoorziene zaken in dien aard.
Hij zei dat ’t erg goedkoop was, omdat in de meeste gevallen de N.V. Kleykamp even F 400,- tot F 500,- hebben moest. Maar hij wilde een tentoonstelling van m’n werk daar mogelijk maken, omdat ’t werk hem sympathiek was.
Wat denk jij er van? Nogal pretenties hè – Max exposeert bij Kleykamp?
Hij had in ’t najaar ‘kleine zaaltjes’ voor me vrij. Ik zou een 40 stuks kunnen exposeren. (Wat teekeningen inbegrepen) en dan teekeningen los in portefeuille.
Wat denk je er van? Een goede kans – misschien toch beter nog even te wachten.
Ik heb eigenlijk niets geen haast. Ik zal maar stilletjes door werken, ik heb nog een aantal schilderijen te maken die er op wachten maar geschilderd te worden.
Ik zal met Kleykamp kontakt blijven houden maar me nog aan geen tijd binden.
O ja dat schilderij dat zou komen in Bergen!
Ik sprak Dr v Esso. Ik laat ’t bij hem brengen. Een prachtig harmonies interieur. ’t Hing erg goed. Misschien blijft ’t er. En koopt hij het. Een kansje.
Maar ’t fijnste is dat ’t zo goed hangt. Dat is toch wel een veilige gedachte iets van je goed te hebben ondergebracht. Er komt van Pulchri een stilleven voor je na. Na de tentoonstelling. Na 30 Mei.
Dag tot schrijf en tot ziens
Hartelijke veel liefs voor allen
je Max
Brief Max van Dam aan Aron van Dam
Antwerpen 14 Juni
Waarde pa.
Ik hoor zeer weinig over de schilderijen die zijn zoek geraakt en over de verf en ‘t doek dat u voor mij zoudt willen koopen –
Ik heb ’t zo erg nodig omdat m’n geld middelen uitgeput zijn en ik tot 1 juli moet wachten voor andere centen van de Kon. subsidie.
Ik zit erg verlegen omdat ik moet werken voor de tentoonstelling bij Kleykamp hierbij gaat die brief.
Hoe kom ik aan fl 100,- ?!
Maar er is nog iets – dat even wel strikt geheim en vertrouwelijk is.
1938 kan ik meedingen voor de Prijs van Rome. Ik was in correspondentie met de administratie van de Rijks Academie in Amsterdam en dat is in orde.
Daarvoor moet ik een jaar geweldig hard voorbereiden. Laat ‘t mogelijk zijn met dat doel in ‘t vooruitzicht iemand te vinden die mij fl 25.- per maand geeft een jaar lang zo spoedig mogelijk te beginnen-. En die aan het eind van dat jaar schilderijen mag uitzoeken uit m’n atelier-.
Is er niemand die dat durft te wagen en deze wissel op de toekomst durft te trekken –
Als u werkelijk belangstelling en goede wil hebt. Lijkt mij ’t voor u toch een klein kunstje om mij op deze of welke andere manier dan ook aan fl 25.- per maand te helpen-
Ik had verwacht dat je toch in Antwerpen de tentoonstelling was komen zien- dan was ‘t makkelijker om erover te spreken- Nu is het helaas al voorbij.
In afwachting van spoedige berichten
met groeten ook
voor Moeder, Ro en Jet
Jullie Max
Brief van Max van Dam aan Jaap Hemelrijk
Den Weled. Heer, Dr. J. Hemelrijk, “De Spar”, Bergen (Noord Holland)
Desguinlei 176, 14 Juni (1937)
Beste Jaap,
Heeft men vanuit “Pulchri” de beide stillevens gezonden die ik erg graag in de plaats had van de grote compositie.
Ik zou die wel graag in bruikleen willen geven tot ik ze weer nodig heb.
Jammer dat je niet terug schreef – nu heb ik een spijtig gevoel van iemand confidentie te hebben opgedragen en dat geeft zo iets peuterigs over mezelf dat ik haat.
Met ’t werk gaat ’t goed, ik werk veel, maar ik bewaar weinig. ’t Is financieel zo beroerd dat ik m’n doeken aan beide kanten moet beschilderen om voor alles toch te willen door blijven gaan.
Nu is er een handicap in ’t werk omdat ’t Instituut vakantie heeft en de curses afgelopen is. En ik er weer uittrekken wil tot October. ’t Moet om weer ruimte te krijgen.
Er is een tentoonstelling van ’t Instituut geweest en m’n werk zag ik bij elkaar. Dat deed me goed omdat ’t veel meer een eenheid was dan vroeger en ’t gaver was van conceptie dan ik verwacht had.
Nu m’n financieele kant.
Zoals ’t nu gaat, scharrelen gaat ’t niet meer ik verlies te veel werk en tijd.
Ik heb besloten na veel overleg mee te dingen voor de Prijs van Rome in 1938. Ik heb toch een kans en ik kan meedingen na informaties te Amsterdam te hebben ingewonnen.
Ik heb alle ‘remmingen’ en ‘scrupules’ op zij gezet en m’n vader geschreven. Dat ik dat van plan was en gevraagd stuur me per maand F25,- een jaar lang. Dan mag hij na afloop van dat jaar 5 schilderijen uitzoeken uit m’n atelier, ik zal dan materiaal genoeg hebben en ook te eten, ik zou dan voor een 150 frank per maand kunnen gaan wonen. Studeren ’s avonds verwarming hebben. Niet altijd de straat op. Onderdak ergens anders zoeken voor de kou. En alleen thuiskomen om te slapen.
Misschien dat hij ’t doet, met dit “Prijs v. Rome” doel voor ogen. Dan ziet hij misschien een ‘einde’. Hij was zo bang dat hij ‘geen einde’ zag aan m’n armoede. Er is wat voor te zeggen. Maar misschien heb ik hoop dat hij er op ingaat omdat ’t nogal zakelijk is gesteld m’n verzoek. Hij geeft wat en hij krijgt wat terug. En ik ga voor de ‘Prix de Rome’ op. Iets wat zijn ijdelheid streelt.
’t Is jammer zo te moeten denken. Wat zou ik ’t toch prettig hebben gevonden als alleen in een verstandhouding van begrijpen en meevoelen kon worden gereageeerd.
Er is een heimwee als ik aan Bergen terug denk en naar de wijze waarop jij en je vrouw met je kinderen omgaan. En dan denk ik ’t is moeilijk. Maar die openheid vind ik zo prachtig.
Als ik thuiskom moet ik alsmaar ‘opscheppen’ en als ik niet opschep dan wordt me verweten ik ben zo gesloten als een bus. En dan wordt me geleerd ‘eerzuchtig’ te zijn, vervloekt eerzuchtig maar ik vind eerzucht maar dom en klein. En ’t helpt me wezenlijk toch geen steek vooruit.
Ik zou willen dat je m’n laatste werk eens zag. Nu van de allerlaatste tijd. En ben zo blij dat ik ’t langzaam geconcentreerd stukje voor stukje vooruit kan brengen. En er is meer eenheid, concentratie en eenvoud. En dat maakt meer blij dan iets anders. Een duurzame en diepe blijheid.
Schrijf me eens hoe ’s staat met die stillevens.
Wat denk je van de Prix van Rome?
Zoude u me b.v. via Jaap Weijand kunnen helpen aan praktische wenken.
Word ik niet al te zeer tegengewerkt omdat ik geen leerling van Amsterdamsche academie ben. Maar of zijn deze poge is nodig voor ervaringen op te doen. En door ervaringen leer ik.
Ik heb toch veel moed!
Veel hartelijke groeten en ’t allerbeste
je Max
Brief van Aron van Dam aan Max van Dam
A van Dam / Winterswijk
Winterswijk 16 Juni 1937
Waarde Max
Van de schilderijen hebben wij verder ook niets gehoord. Ook de expediteur liet niets van zich hooren.
Toen heb ik hem een nota gezonden ten bedrage van F 340,-
Ook daarop heeft hij niet geantwoord. Daarop heb ik die vordering ter inning gegeven aan den advocaat eber Voorink. Waarschijnlijk zal hij gedagvaard moeten worden, zoodat een en ander in Zutphen zal moeten worden opgelost. Het zal nog wel even duren eer het zoo ver is, maar op het oogenblik kunnen wij niets anders doen dan afwachten. Zoodra ik wat naders weet zal ik je berichten.
Over de aankoop van verf en doek heb ik gesproken met den chef van de afdeeling Commissiehandel van de Handelskamer, die mij heeft beloofd er bij Talens over te zullen spreken en mij daarna berichten. Dat bericht wacht ik af.
De brief van Kleijkamp sluit ik hierbij in. Natuurlijk is die firma tegen betaling bereid zijne medewerking te verleenen. Zoo is niet alleen Kleijkamp, zoo is iedereen.
Ieder mensch heeft geld noodig om te kunnen leven. Ik heb je dat bij herhaling gezegd. Ook jij kunt zonder geld niet bestaan. Ik heb je daarom steeds voorgehouden in de eerste plaats te zorgen dat je iets kunt verdienen. Jij was een andere meening toegedaan en hebt derhalve zelve je toestand geschapen.
Helaas ben ik niet in staat meer geld te geven en hoe het in de toekomst zal gaan is zeer onzeker. Hoe kun je nu zeggen dat het voor mij een klein kunstje is om voor F 300,- te zorgen? Ik zie er geen kans toe.
Onder mijn kennissen heb ik niemand die iets voor de kunst over heeft, dan mooie woorden. Als ik je ander van dienst kan zijn, dan met pleizier en zoodra ik iets hoor van die verf en het doek, zal ik zien wat ik doen kan. Gemakkelijk zal dat ook niet gaan, omdat het allemaal kooplui zijn die alleen in beweging komen als er iets te verdienen is. Misschien levert dat schilderijenavontuur nog wat op.
Wij willen het hopen.
Intusschen wensch ik je goed succes en het beste.
Aan allen de h. groeten,
Pa.
Brief van Max van Dam aan Jaap Hemelrijk
Beste Jaap,
Heel hartelijke je uitvoerige brief. ’t Was een blijde ontmoeting. Als je bij jezelf misschien gezegd zult hebben “Max hecht toch wel eens te veel belang aan stemmingen…“ dan heb je gelijk. En als ’t was zoals sommige Antwerpsche vrienden wel eens zeggen “je leeft van stemmingen – en van uitersten” dan hebben ze geen gelijk. Omdat stemmingen bij mij zich meestal openbaren (die ervaringen heb ik dan toch!) in een wat broeierige atmosfeer, die geladen is met ‘n ingehouden maar ongerichte kracht.
Deze atmosfeer broeit zo lang door tot de ongerichte kracht een gerichte wordt en dan gebeurt er iets.
Dat iets is dan een schilderij of een andere gebeurtenis, die dan min of meer beslissend is op m’n verdere levensweg. Zo ook nu weer.
Nu worden ’t schilderijen, èn ook een gebeurtenis.
– Luister – Je weet ik ben een leerling van Opsomer vanaf Oktober 1933.
ik zal hem altijd dankbaar zijn toen ik bij hem kwam en tegen hem zei: “Ik wil graag werken.” Hij zag m’n teekeningen en duwde me maar direkt met de neus in de verf.
Over mijn verdere werk toonde hij zich de eerste tijd enthousiast.
Later toen ik ondanks de brutale greep in m’n nekvel doorzocht naar dat waar naar ik te luisteren had krachtens m’n eigen ‘moeten’ zoals jij dat uitdrukte… was ‘t…
“Ge zijt ’n artiest, maar ge kunt niet teekenen” – “Ge zijt teveel artiest” en dan weer “U moet construeeren. U zult verloren lopen als u niet construeert.” Dan viel zijn oog op een paar stevige getekende studiën, en hij zei: “Ziens – ge kunt ’t wel maar ge wilt niet.”
“Die deformaties zijn valsch.”
“Ge liegt omdat ge een andere kleur schildert achter uw figuur dan in de natuur.”
Hij schudt dan wat met z’n hoofd – zoekt naar woorden – vind niets en gaat weg. Maar bij de deur blijf hij even staan met ’t gezicht naar de deur. Draait zich even snel om en zegt: “t Is toch goe – ga maar voort” en loopt heel snel weg.
Dan zie ik hem wel eens in geen 3 weken – en plotseling komt hij binnen en dan zegt hij:
“U vind mij toch zeker een zeurpiet om zo over constructies te zagen – maar ’t is voor uw eigen goed dat ik ’t zeg.”
Die onzekerheid deed me sympathiek – bijna vaderlijk aan. Ik reageerde nooit veel – zei wat neutrale algemeenheden – en ging mijn eigen weg. Ik had een model en een atelier – dus dat was voor mij de hoofdzaak waarom ik in Antwerpen was.
Antwerpen heeft ambachtelijke beteekenis, geestelijk geen enkele.
Ik nam uit ’t ambachtelijke wat ik nemen kon en las wat ik nodig vond aan tegenwichten voor ’t andere.
’t Evenwicht was ‘au fond’ wel iets gespannen maar ’t was uit te houden.
(Dit evenwicht Opsomer Instituut eenerzijds – en ikzelf en m’n eigen omgeving anderzijds)
Jammer is ’t dat Opsomer daar zelf een eind aan maakte door zijn te grote persoonlijke eerzucht en z’n te klein inzicht.
Opsomer is direkteur van ’t Instituut – niet van de Academie. Dat staat ongeveer in verhouding van ’t middelb.[aar] onderwijs tot ’t Hoger onderwijs.
Nu moest hij worden ook direkteur Academie. Best.
Hij kreeg dus ’t belangrijkste deel van ’t heele Belgiese kunstonderwijs in handen.
Verder is ’t de zgn. “peintre officiel” de man met 7 bijna eeuwige officieele kunstgezag in Belgie, ‘n soort dictator dus.
Voor een vrij kunstenaar in deze niet benijdenswaardige positie, is ’t moeilijk zich te handhaven – vooral artistiek – en dat lukt hem m.i niet. Hij weet dat zelf heel goed. En daarom exposeert hij ver vn huis. Nederland o.a. maar ook in China – Londen – Amerika – Weenen – enz.
Zo is ’t begrijpelijk dat zijn roem meer een diplomatieke dan een artistieke roem is.
Gevolg – veel vijanden onder de Belgiese kunstenaars die zich teruggezet voelen.
Hij heeft hier een groot vriend o.a. Camille Huysmans, die hem door dik en dun verdedigt. Tenminste ’t schijnt zoo.
Wat moet er nu gebeuren in ’t binnenland? En zie daar. De tentoonstelling van ’t Instituut is daarvoor geschikt.
Niet die leerlingen worden geëxposeerd die zich zelf proberen te zijn. Maar die waarin men heel duidelijk van bovenaf de hand van de meester meent te herkennen.
Zo is de tentoonstelling van ’t Instituut altijd “plus Opsomer, que Opsomer” en viert ’t epigonendom hoogtij. Alleen met dit doel “épater le Bourgeois” – en dat lukt prachtig. Als de minister van Schone kunsten komt met Huysmans en al de hoge ambtenaren van ’t departement. Dan spreekt men van de traditie en een herleving van de Antw. schilderschool en Opsomer met een triomfantelijk gebaar toont de menigte “resultaten” in de vorm van grote doeken 4x3M. Komposities met 4 of 5 figuren… die op ’t eerste gezicht overdonderen. Ziet men ze evenwel langer, ze doorstaan de tijd nog géén dag.
En nu mijn werk. In deze expositie exposeerde ik 8 schilderijen en een 10 tal teekeningen.
Weliswaar was ’t slecht gehangen – wat achteraf, maar ’t was goed omdat bij elkaar hing. D.w.z. al de teekeningen bijeen en al de schilderijen bijeen. Hoewel op verschillende plaats.
Het bleek dat ik ondanks deze wijze van doen een afzonderlijke element was. En ik was blij omdat ik ’t kon toetsen aan de “duurzaamheid”. Misschien oordeel ik subjectief, maar ’t is mij zonder dat ik er om vroeg van verschillende zijden verteld door menschen die geen enkele reden hadden me te vleien.
Er werd over gesproken dat ik er heelemaal uit viel. ’t Kon me weinig schelen wat de ‘men’ zei. Maar wat deed nu Opsomer. De stad had aangeboden voor frs 20.000,- aan te kopen voor scholen en andere openbare gebouwen. Bijna van alles werd ter aanmoediging iets gekocht. Evenwel van mij niet. Ik vond ’t gezien de kwaliteit van al ’t andere werk – dit min of meer een opzettelijke demonstratie van de zijde v. Opsomer. “Kijk een zelfstandigheid in iets dat duur moet worden gekocht!” Dat is kleintjes.
Hij ontweek me stelselmatig gedurende de heele tentoonstelling en dat vond ik al verdacht. Ik sprak er niet over.
Toen schijnt Beckelers (wethouder van onderwijs) aan wie Wibaut indertijd had geschreven om me “in de gaten” te houden er zich mee te bemoeien en hij vond de manier van doen niet in orde. Ik wachtte af.
Toen liet Opsomer me roepen. Ik kwam.
O. “Wat denkt u van de tentoonstelling. Ik hoorde u was niet tevreden over de plaats!” Ik antwoordde dat ik nooit mijn ontevredenheid daarover had uitgesproken. Ik ben niet ontevreden, ik onderwerp me aan de plaats die me wordt toegedacht.
O. Maar wat vind u van de tentoonstelling?
Toen werd ik wat kort aangebonden en vroeg recht op de man af.
Wat wilt u dat ik eeuwige nietszeggende diplomatieke krassen uit – of moet ik open en ronduit m’n meening zeggen.
O. Ronduit.
En ik begon.
Was u al eens in een lompenpakhuis?
O. ………??
“In een lompenpakhuis staan een aantal tonnetjes op een rij en met een virtuoos gebaar zoekt de knecht ervoor de vodden uit.
Katoen bij katoen
Linnen bij linnen
Zijde bij zijde
Fijn j zelt hij tusschen wol en katoen. ’t Wordt doormidden gescheurd en hij luistert naar ’t geluid van ’t scheuren, dat geeft hem zekerheid.
Daarna worden de lompen vastgestampt en deksel er op – een etiket – klaar om omgewerkt te worden in een papierfabriek. Ze waren als “Peer Gynt” – bijna iets – en door “omgesmolten” te worden konden ze “iets” zijn.
Maar er zijn ook vodden die op de mesthoop komen en nergens voor dienen. Een stukje zijde van de blouse van Barones X naast een stukje van de blauw-wit geblokte werkschort van de vrouw die ‘de gemakken’ van den Instituut heeft gekuischt.”
Met dezelfde virtuositeit als de man uit ’t lompenpakhuis is ook de tentoonstelling van ’t Instituut samengesteld. Ik wijs u op de schilderijen die op de mesthoop terecht zijn gekomen… Zij die ooren hebben om te hooren en organen bezitten die ’t opnemen kunnen zij zouden kunnen verstaan zoiets als Job moet bedoeld hebben in ’t Oude Testament:
“De heer heeft gegeven de heer heeft genomen, geloofd en geprezen zij de naam des Heeren!”
Tableau. Hij begreep ’t maar half.
“Woorden” zei hij.
Toen een klein incident dat de man herkende. Hij had een tijdschrift van me geleend en wilde ’t teruggeven. Hij aarzelde bladerde ’t nog eens in. Liet blijken dat hij ’t graag hield. Ik bood ’t hem aan – cadeau.
O, nee “geen cadeaux van leerlingen”. Wat denkt u – nee – nee – dat zal ik betalen. Hier zijn 25 frank dat is niet te weinig. Ik weigerde beslist. “Je hebt ’t noodig”. Nee, nee, geeft ’t een arme man zei hij. Goed en ik nam ‘t. Toen ik bij de deur was zei hij “Ja eens zien op een ander Parijs bvd er is misschien meer te verdienen…”
Toen rilde ik – zei geen woord – en liep door. Ik voelde een tik van anti-semitisme.
Op de hoek Pelikaanstraat – Kievitstraat stond een arme joodsche bedelaar. Ik gaf hem de 25 frank met de groeten van Opsomer.
Daarna schreef ik dit briefje.
Geachte Heer Opsomer
De frs 25,- gaf ik aan een arme beeldelaar hoek Kievitstraat – Pelikaanstraat. Hij zei me met tranen in z’n ogen in ’t Joodsch dat ik hier vertaal:
“Gezegend worden zal hij – gezond blijven zal hij – z’n vrouw, z’n kinderen, tot in lengte van dagen. Hij de edelmoedige, de rechtvaaride, de goedhartige mensch.
Ik zal weenen op z’n graf….”
Omein
Hoogachtend,
Max v Dam
Toen ik thuis kwam vond ik ’n briefje waarin namens de burgemeester gevraagd werd om m’n werk te zien. Er zou een schilderij worden gekocht. Dit heeft nu Woensdag a.s. plaats.
Je begrijpt dat ik nu onmogelijk ben om nog een jaar terug te komen.
Wat te doen?
Een poging deed ik om voor een jaar aan iets meer geld te komen. Ik schreef m’n vader ’t voorstel een jaar lang f 25,- per maand. Na ’t eind van dat jaar 5 schilderijen kiezen uit wat ik maakte.
Misschien met het “Prix de Rome” plan dacht ik ’t is toch een zakelijk voorstel – misschien. Z’n antwoord gaat hierbij. (de andere punten doelen op volgende zaken)
- Hij had me verf en doek beloofd verleden jaar, ik herinnerde er nog maar aan.
Talens via “de Handelskamer” – eens afwachten wat dat oplevert – misschien is ’t iets goedkoper - En dat is beroerder.
In Winterswijk was veel werk uit Italië achtergebleven. De landschappen en koppen ongeveer 4 studies geschilderd en 4 geteekende. Er was met Pinksteren een tentoonstelling in ’t stadhuis van Breda. Ik kreeg een invitatie mee in te zenden. Vroeg aan thuis zend deze schilderijen in naar Breda, dit en dat adres. ’t Is verzonden, maar ze zijn nimmer aangekomen. Jammer. Men is in Winterswijk verantwoordelijk voor de verzending.
–
Nu wil ik graag proberen om een loge te krijgen om de Amsterdamsche academie. Misschien is ’t mogelijk om daarna met meer succes voor de “Prix de Rome” te werken. Ik weet niet de meest geschikte weg om daar te komen. Ik zal Jan Sluyters eens schrijven. Bovendien ken ik de gezindheid van de Hoogleraren niet nadat Roland Holst is weggegaan en hoe worden die loges verdeeld? En gaat ’t maar zo-zo, een loge krijgen. Een loge is gemakkleijk om de modellen en ’t atelier.
Bovendien is de steun misschien wat groter. Ik zou wel eens m’n voelhorens hier en daar willen uitsteken.
Graag zou ik als overgang naar Amsterdam wel een tijd in Bergen willen werken en zal graag te zijner tijd van de uitnoodiging gebruik maken.
Ik ga eerst een tijd naar ’t Zuiden weer met de fiets, zoals verleden jaar. Niet zo ver. Die tochten hebben op mij zulk een verruimend invloed.
Eind van deze maand zal ik wel weg zijn naar Frankrijk.
Lijkt ’t jouw gewenscht om eerst even voor de vakantie alles in orde te maken en daarna weg te gaan. Dat is veel rustiger. Dan zal schrijven niet veel helpen en moet ik met een paren werk onder mijn arm in de bus naar Amsterdam. ’t Lijkt me wel zo bazegoriek/kategoriek.
Ik zou aan prof Wolter willen polsen en dan eens spreken met Bobeldijk.
M’n lidmaatschap van Pulchri geeft me altijd wel een makkelijker introductie denk ik. Misschien ken jij wat van die Heeren.
’t Kan nooit kwaad ’t eens te proberen.
Lukt ’t niet die loge, dan wil ik in Amsterdam gaan werken vanaf October en toch meedoen. Lukt ’t ik heb geld en ga reizen.
Lukt ’t niet, ik ga naar Parijs – en dan komt de zol[der]kamertjes tijd in Parijs en zoek ik kontakt met ’t Parijse milieu om te oriënteren.
Of een schilder van onze generatie nog kontakt met de ‘École de Paris’ nodig heeft is nog twijfelachtig, maar Parijs heeft m.i. naast ’t voorbije dekadente destructieve van de zgn École de Paris, misschien toch iets concreets te bieden en constructiefs aan steun kan geven voor de toekomst.
Zo niet, we kunnen er ‘t “bien peinare” zoeken. We kunnen dat ook in Holland. Overal, waar je werkt. Mits met geheele liefde, geheele ziel en geheele overgave.
Is al moeilijkheid niet zo.
Zijn de schilders niet geboren als eenzamen om als eenzamen te sterven.
Leve de enkele echte vrienden!
Ik vind je opbeurende brief me goed doen en ook ’t schrijven van deze woorden.
Dag veel groeten Max
Brief van Max van Dam aan Dit Hemelrijk
19-6-‘37
Lieve Mevrouw H.
Ik ontving vanmorgen uw brief – schattig dat adressenboekje. Hartelijk dank.
Hoe gaat ’t dan. Aan de beterende hand?
Mijn beste wenschen voor een voorspoedig herstel – dank voor de bemoedigende woorden voor de aanval op Pa v. Dam’s centen.
We waren allen zeker nog in de hoop – ’t lukt. ’t Bijgaande antwoord van hem is de allercharmantste ontnuchtering die ik tot nu toe in de serie ontnuchteringen heb gerangschikt.
(Iets voor Garmt S. om daar een grafiese voorstelling van de maken bijv.
[grafiek tussen leeftijd en gevoeligheid, bij groeiende leeftijd flinke toename in gevoeligheid]
Maar ’t is maar een grapje.)
Hebt u de schets gezien die hij van me kocht in Antw.?
Dag tot ziens
veel liefs Max
Brief van Max van Dam aan Jaap Hemelrijk
Den Heer Dr. J. Hemelrijk, “De Spar”, Bergen (Noord Holland)
Desguinlei 176
Antwerpen, 29 juni 1937
Beste Jaap,
Er moet nog even een briefje achter de ‘big’ brief aan. M’n moeder zou zeggen: “wat ’n mezille…”
Het is zo.
Ik weet heel goed dat m’n Prix de Rome maar gedeeltelijk in m’n ontwikkeling – en een groter gedeelte er naast ligt maar ik wil t’ proberen omdat ik bouwen wil aan de grond waarop ik nog zal moeten steunen.
Ik verafschuw een schilderkunst die geen grond onder de voeten heeft. En overal hier omheen zie ik de schilder opduiken en even gemakkelijk verdwijnen die “laat maar schilderen” en “verf maar raak” tot basis kozen waarop hun werk steunt.
Ik weet wel dat een kunstenaar niet te veel moet redeneren. Maar hij moet toch wel eens nadenken en als ’t kan ook wel eens denken.
Nadenken nu bij mij voelde ik tekortkomingen in mijn werk – als een kop (’t komt er niet op aan welk een expressie) doorgaans wil blijven leven. Daar moet een schedel onder zitten en die heeft jukbeenderen en de ogen zitten in de kassen en een kop ingebouwd op een nek.
Daar moet zijn architektuur in ’t werk – er moet zijn een innerlijke monumentaliteit – om tot stijl te komen. Die stijl is de uitdrukking van een tijd – van een levensgevoel – van “verbonden” menschen. Dat “verbonden” misschien niet in religieuze zin, dan toch met een in die zin beleefde achtergrond.
–
Wel nu studeren voor de “Prix de Rome” doet mij geen kwaad. Bouw ik daarmee door ’t academisme heen aan ’t fundament van m’n werk.
’n Jaar lang. Geen expressie. Maar gebonden en constructie. ’n Jaar lang de anatomie bestuderen van ’t menschelijk lichaam. Wroeten in de elementaire waarheden van de schilderkunst die niet dood zijn als ze levend worden toegepast. Maar die nu kapotgedrukt zijn door een onbegrepen en “onbeleefd” academisme.
Ik durf ze nu onder de ogen te zien. Een paar jaar vroeger ben ik er van weggelopen doodsbenauwd ook te worden doodgedrukt door ’t middel dat doel werd in Amsterdam.
Nu voel ik dat ’t op ’t ogenblik ’t middel moet aangrijpen om ’t te verwerken.
Ik heb begrepen dat we in ’t leven niets mogen ontlopen maar dat we er midden in moeten gaan en er doorheen moeten er dwars door.
Ik ben niet bang eenige veren te laten – die groeien wel weer aan!
Wel nu in Antwerpen was ’t gebaar de allure en ’t is min als je ’t gaat voelen zo als Vondel zei:
“’t Eischt te meer ’t hart en niet zo zeer ’t gebaar.”
“’t Eene zonder ’t áèr dat maakt een leugenaar.”
(Ik geloof naar de letter niet heelemaal juist geciteerd. ’t Is uit ’t hoofd.)
Dat was nu ’t gesprek met Opsomer.
–
Ik sloeg spijkers met koppen en vroeg m’n vader F 25,- per maand. Dan beschik ik met de Kon. sub. over een bedrag van F 40,- per maand. Daar kan ik een kamertje huren in Amsterdam, eten, studeren, cerebraal en droog, voor de “Prix de Rome” werken van ’s morgens 7 tot ’s avonds 12. Lukt ’t ik zal kunnen reizen en er is iets gebeurd om ruimer te bewegen. Lukt ’t niet, ik heb toch niets verloren, alleen maar een illusie kwijtgeraakt en dat heb ik me in ieder geval niets te verwijten.
–
Maar helaas. M’n vader “ziet ’t einde niet” zoals hij zegt. Van F 50,- Kon. sub in 3 maanden kan ik niets doen, zonder bij te verdienen, en dan gaat ’t niet. ’t Is de regelmaat van studeren die kan helpen. Half werk in deze wil ik niet doen.
–
’t Is jammer. Dan ga ik maar door bohémien a pring te zwerven. Misschien is dat voor me weggelegd. En dat is toch prachtig, die wisseling van ideaal en werkelijkheid en droom en leven – waarheid en verbeelding.
(Ik bedoel dat absoluut niet ironies. Maar heel ernstig omdat ik geloof dat ieder mensch krijgt wat hem toekomt.) En in mijn diepste diepte vind ik eigenlijk dat dat voor me weggelegd is en ik ben er niet rouwig om.
–
Voilà. Daar zijn m’n intenties. Ik weet dat je me volkomen begrijpt. Daarin zit ook een stukje waarom wij beiden ’t werk van Jaap Weyand goed vinden. “die fond en die duurzaamheid”. Groet hem voor me.
Wees zelf erg hartelijk gegroet.
En ook je vrouw en de jongens en Dientje en veel goeds v Max.
Brief van Max van Dam aan Jaap Hemelrijk
30 Juni. [1937]
Beste Jaap,
Zojuist ontving ik je brief. Ik denk wel dat ik eerst de zaal in Amsterdam in orde ga maken. Daarvoor rol ik wat werk op – neem wat studies mee. Ik zal dat zo spoedig mogelijk doen.
Morgen krijg ik ’t geld van de burgemeester voor de gekochte teekening (frs. 500,- er voor betaald). Daarvan kan ik reizen naar Amsterdam. Ik zou dan graag naar Bergen wil doorkomen een paar dagen om dan even te praten. (Mag ik ’t beloofde tientje bewaren voor de terugreis? Erg hartelijk!)
Er zijn wel vage kansen om toch die F 25,- per maand te krijgen.
Een rijke diamanthandelaar heeft een zoon die schildert bij ons op ’t Instituut. Zoonlief heeft “een boontje” voor m’n werk. Hij wou werk van me leenen tijdens de vakantie. Doe ik liever niet zo maar. En ik vroeg toen misschien wat direkt – Waarom koop je ’t niet?
Volgende dag kwam hij terug.
Vader zou kennis met je willen maken!
Die kennismaking was een verovering.
Probleem. Vader zakenman – zoon schilder, ook bij hen. Als zakenman groot. Als vader sympathiek. Zijn zoon krijgt alle materieele steun van z’n ouders en ook morele steun.
Hij kocht een teekening van me en een klein schilderijtje samen frs 400,-
Toen vroeg hij naar “m’n toekomst” en ik heb hem uitgelegd “Prix de Rome”-plan. En m’n voorstel verteld dat ik m’n vader deed.
Later vertelde de zoon dat z’n vader “als de omstandigheden ’t zouden veroorloven” wilde ingaan op m’n voorstel om 5 schilderijen te kopen voor F 300 – weer dat “als… en dan afwachten.”
Misschien komt er van. Misschien niet. Weinig zeker is ’t maar de poging toch prettig.
Ik ontmoette verleden jaar een schilderes uit San Francisco te Florence. Ze had daar een schets van me gekocht.
Juist gisteren is ze me komen opzoeken – en wilde al mijn werk zien. Ze is 3 uur in m’n atelier gebleven en heeft alles gezien van de kleinste krabbels tot de composities toe.
Ze kent de schilder Diego Riviera (misschien van gehoord – hij heeft in Mexico belangrijke wandschilderingen gemaakt). Zij zou een prachtige connectie voor me kunnen zijn. Hij neemt jonge schilders die hem helpen met muurschilderingen. Misschien is er iets te doen.
Verder sprak van ’t zgn. “Carnegie Institute” – maar wat dat precies is heb ik niet goed begrepen. Ik geloof dat ’t een commissie is die werk uitzoekt voor Amerikaansche tentoonstellingen van “‘important painters’ in Europe”. Nou ja, dat kan nog wel wachten.
Maar ik heb zelden iemand bij me gehad die met zo een intense belangstelling en geduld (ikzelf was doodmoe van dat terugzien van die oude dingen) naar al die zaken keek.
Leuk, zo’n emotionele ontmoeting – erg aardig. S. Francisco – dat is dan Mexico – Florence en Antwerpen waren de draden die in mijn atelier bijeen kwamen.
Als ik in Bergen kom zal ik reproducties meebrengen van ’t werk van Diego Riviera.
Ik schrijf deze ontmoeting zo maar neer. Als een dagboek blad (god bewaar me voor dagboeken!) omdat ik dat ‘verbondene’ zo sympathiek vind.
Dag veel groeten en hartelijk
Max
Brief van Max van Dam aan Jaap Hemelrijk
Aan Den Heer Dr. J. Hemelrijk, “De Spar”, Bergen (Noord Holland), La Hollande
Le Dôme
Cafe – Bar Amêricain – Tabac
108, Boulevard du Montparnasse
Paris
Téléphone: ODEon 53-61
R.C. Seine 456-156
Paris, le Mardi 9 Juillet 1937
Beste Jaap,
Even een groet uit Parijs. Ik ben toch maar op de fiets gestapt. En ik ben er blij om. M’n plan is om verder te trekken tot de Bas-Pyreneeën, Perpignan en de dorpen in de omtrek. Gister heb ik hier een tentoonstelling gezien van ‘l ‘Art Independant’. Behalve de grafiek was er maar zeer weinig dat ik kon waarderen.
Onafhankelijke kunst mij dunkt ze is onafhankelijk van alles wat kunst is maar afhankelijk van mode. ’t Was goed te zien hoe geen ’t verval al was ingevreten. Omdat ieder inzender een jeugdwerk ingezonden had dat m.i misschien niet ‘zo knap’ dan ’t latere werk maar veel zuiverder van gevoel was.
Zo was er een jeugdwerk van Kees v Dongen – van Marie Laurencin, van Derain ea. Vlaminck. Er is toch in die jeugdwerken veel dat sympathiek is. Waarom heeft Parijs door snobbisme en valsch pathos zo veel bedorven? ’t Is toch zo’n prachtig levende stad!
Ik vind ’t toch prettig hier wat rond te neuzen en te ontdekken. Maar ik denk toch niet langer dan een week nog te blijven.
Ik ben vergeten wanneer jij in Parijs komt. Is ’t niet deze maand nog? Zou er gelegenheid zijn voor een rendez-vous? Of ben je te bezet met de leerlingen. Schrijf me even ik zou ’t wel leuk vinden.
Ik heb een kamertje opgedoken in
Pré St. Gervais
8 rue Simmonot
(au Pan coupé)
Dit is ver van centrum Parijs. En ik ben er alleen om te slapen (een buitenwijk).
Zo straks ga ik [Moïse] Kisling ontmoeten op z’n atelier. Ik hoop dan meer gewaar te worden over Parijs in verband met ’t werk.
Ik had graag naar Bergen even doorgekomen maar tenslotte trok mij ’t Zuiden van Frankrijk tegen de Spaansche grens zozeer dat ik dat maar doe om er even te gaan werken.
Morgen besteed ik voor de expositie aan ’t werk van El Greco gewijd en daarvoor kwam ik eigenlijk naar Parijs.
Als ’t mogelijk is dat ik je zie hier – laten we dan afspreken voor de Nikè van Samothrake – in ’t Louvre. De dag en ’t uur bepaal jij – zoals ’t uitkomt en laat ’t me even weten.
Dag goede groeten en tot ziens
Binnenkort meer je Max
Brief van Max van Dam aan Jaap Hemelrijk
Den Weled. Heer, Dr. J. Hemelrijk, “De Spar”, Bergen (Noord Holland), Pays-Bas
Max, 8 rue Simonnot, Pre St Gervais, Seine
Parijs, 14 Juillet 1937
Beste Jaap,
Verontschuldig deze kleine velletjes, het is van een krabbelblok.
Mijn briefje in het ‘Café le Dôme’ (‘Montparnasse snobbisme’) geschreven, gaat hier volgen een tweede.
Ik ben op reis gegaan omdat ’t niet nodig was dat ik eerst naar Amsterdam ging. Ik heb van de Rijksacademie voldoende inlichtingen gekregen. Het voornaamste is dat
- In ’t voorjaar 1938 een examen wordt gehouden zgn. ‘voor examen voor de Prijs v Rome’. De datum wordt in de grote bladen en ’t staatsblad bekend gemaakt.
- Daarna de compositie grote prijskamp
Je weet ik had graag naar Bergen gekomen maar nu ’t eventjes financieel ging gaf ik de voorkeur aan Frankrijk omdat ik daar wat ’t werk betreft meer aan zal hebben.
M’n bedoeling is vanuit Parijs over Dyon naar Perpignan te gaan en langs de Loire terug naar Parijs. De reis is heel voorspoedig verlopen tot nu toe. Ik ben nu vanaf de 8ste in Parijs en ik krijg de ‘atmosphere Parisienne’ al in m’n vingers. De ‘Pont-neuf’ heb ik al geteekend. En verder wat teekeningen van [shates et Luye endeee?] met de pen. Er zijn een 4 grote teekeningen . En 2 er van hebben het lichte gekregen dat Parijs zo mooi maakt.
Ik heb de gewaarwording gemakkelijk te werken. Er is niet die dwingende eigen zwaarte dat zich soms zo kinderlijk tusschen mij en m’n werk drijft. Ik ben nog niet beginnen te schilderen maar ik zou willen wachten tot ’t absoluut niet anders kan. Ik wacht eigenlijk met spanning op een briefje van je. Als ik niet zo dom was om je brief waarin de datum van je komst te P.in een koffer te sluiten en die te Antwerpen op te bergen, ik zou ’t geweten hebben.
En nu even m’n financieele ‘sla er door’ zijde.
Je weet ‘t – ik ben vertrokken met F50,- (kon. Sub) +500 frank Belgique van de verkochte teekening aan de stad Antwerpen.
+ een chèque van 10 dollar van die Amerikanen uit Florence waarover ik schreef.
Vanaf 1 Sep krijg ik die 10 dollar elke maand een jaar lang. Bof hè?
Groot ongeluk. Mijn eerste chèque is niet inbaar. Ze is getrokken op de Anglo-Calofornia Bank te San Francisco. Deze heeft in Parijs geen enkel filiaal en is alleen inbaar als ik een bankrekening had dan zou ’t worden kunnen verrekend. Nu neemt niemand hem aan. Strop. Wat moet ik doen? In Parijs raden ze me aan iemand te vinden die een bankrekening heeft, deze zou hem bij zijn bank kunnen aanbieden, die hem koopt. Met de bankrekening van die iemand als dekking. De bank biedt de chèque aan op zijn beurt aan te San Francisco en de zaak is gezond.
Ik ben er 100% van overtuigd dat de chèque de waarde heeft – wat moet ik doen? Ik heb helaas nog geen vrienden in Parijs met bankrekeningen. Zou jij er weg mee weten?
O ja mag ’t mij toegedachte tientje zolang in petto blijven tot ik in nood zit? Mag ik er dan om vragen?
Ik zag in St. Quentin prachtige La Tour’s. Een heel museum met pastels van La Tour. Het is zeker de moeite waard als je St. Quentin paseert (je reist met een auto?) om even binnen te lopen.
O ja. Er was bij kennissen een Amerikaans meisje (studente academie voor beeldende kunsten in New York) die met fam. op doorreis was naar Holland. Ze wilden een rustig pension een paar weken geloof ik. Aan zee en bosschen in de buurt. Toen beval ik Bergen aan. Ik gaf hen jouw adres. Misschien kun je die menschen wel aan zoiets helpen wat ze zoeken. Dat mocht ik toch wel doen? Le. toch niet voorbarig. ’t Was een alleraardigst meisje, nogal gevoelig, leek me.
Zondag in ’t Louvre doorgebracht. Geweldig museum is dat toch. Alles subliem toch veel ontdekkingen gedaan.
Salvator Rosa bevalt me erg, en een Velasquez enorm. El Greco was met prachtige zalen vertegenwoordigd. Maar zoveel juwelen aan de speciale Greco tentoonstelling laat te zien zijn deze 2 toch niet. Er is op die tentoonstelling een portret. Een laat werk dukt me dat toch ’t meest indringende soort (psychologies – en schilderkundig) wat er ooit geschilderd is.
Het was een drukkende heete dag toen ik de tentoonstelling zag, maar ik voelde alleen de klem waarin die Spanjaard me gevangen hield 2 uren lang. En daarna en de volgende dag ook en nu weer terwijl ik dit schrijf.
’t Louvre heeft de oude Grieken prachtig nieuw gerangschikt. Ik zag ’t bij avondverlichting en ik bleef gespannen zien, maar een droom van zoveel zuivere evenwichtige schoonheid.
“EINFALT UND STILLE GROßE” (Winckelmann)
Ze kunnen zeggen van de Grieken wat ze willen… maar zo zuiver gezien en… doe ’t maar eens!
Wie modeleert nu nog met zulk een meesterslag een oog, een neus en een mond om dan van een torso niet eens meer te spreken.
Parijs is toch duur voor zulke bohemienachtige wezens als ik ben. Alhoewel ik ’t biezonder getroffen heb wat kamer betreft kan ik toch niet meer doen dan rondneuzen. Om hier te werken werkelijk iets te doen, er is een paar jaar nodig om er in te komen. En ik geloof want dat ik die paar jaar nodig heb.. Nu verzamel ik indrukken. Die indrukken verwerken komt later wel, nu zien – en weergeven, blijven in de bedoeling waar in die schilderkunst zich beweegt ‘laden als maar laden’. De ontlaading zal natuurlijker wijze gebeuren en dan is ’t goed. Ik ben gerust op dat punt – als ik maar tijd heb.
Voordat ik naar Dijon ga wil toch nog een paar schetsen hebben van zaken die ik zou willen meenemen.
Ik begin landschap moeilijk te vinden en dat is een goed teeken. Het landschap heeft z’n eigen karakter, z’n eigen kleur, z’n eigen psygologie. Een landschap is als een groot gezien portret en dikwijls heel menselijk! Of is dat literatuur deze gedachten?
Ik hoop evenwel gauw een klein briefje te ontvangen over je komst hier.
In ieder geval ’t allerbeste ontstzilus, veel hartelijke groeten voor allemaal
je Max
Brief van Max van Dam aan Jaap Hemelrijk
Monsieur Dr. J. Hemelrijk, 91 Rue de St Cloud, Billancourt, Paris
Maison des Jeunes Cooperateurs [voorop]
Max, Paris [achterop]
Paris, Dinsdag [stempel 27 juli 1937]
Beste Jaap,
Als je dit briefje ontvangt ben ik onderweg naar Dyon. Voor vandaag is het er uitzonderlijk goed weer voor. Ik wil toch Parijs nog niet verlaten voor je even gedag gezegd te hebben.
Ik was blij met onze tocht zondag door ’t Louvre – ik zag Millet nooit zo goed als die dag!
Gisteren ben ik nog de chef d’oevre d’art Français gaan zien.
Heel mooi – vanaf de Gothiek tot en met Renoir. En enkele zeer mooie Manet’s.
Daarna zag ik een heele interessante collectie van Gogh in de ‘expositie’ – toen sprak de invloed van Millet op van Gogh toch wel sterk aan.
De heer Kukenheim zei me: “hij hield niet van dat ‘vu atravert en tempérament’. Ik vraag mij af – wat gezien? En dan houdt hij niet van Rembrandt? Kan hij geen Velasquez bewonderen of een El Greco [– “vu a travers un temperament” – …?-..?]
De natuur, de menschen, de kleur, het beteekent toch die natuur, die menschen, die kleur – liefhebben of desnoods wat anders. Maar in ieder geval een persoonlijke gevoeligheid hebben tegenover alles.
Is ’t dan alleen interessant of mooi om historiese herinneringen. En is ’t niet mooi om nu morgen in ’t nu al historie –
We doen niet anders dan geschiedenis maken als we doen. Laten we tenminste leven.
Ik geloof we rechtvaardigen op die wijze de zin van ons bestaan.
Dag. ’t Allerbeste.
Fijn even onze ontmoeting in Parijs.
Nog een paar genoeglijke dagen
Max.
Brief van Max van Dam aan Jaap Hemelrijk
Den Heer Dr. J. Hemelrijk, “De Spar”, Bergen (Noord Holland), Pays-Bas
Max, 5 Augustus, Dyon
[brief met gedrukte briefkaart van Latour (Quentin de)]
[Dyon,] 5 Augustus [1937]
Beste Jaap,
Vanmiddag ontving ik de carte leg en je brief. Jullie vertrek uit Parijs werd dus toch nog zo dat iedereen is meegekomen! Ik had daar een hard hoofd in omdat er plotseling zulk een overstelpende drukte was. En je reisgenoten in alle gelatenheid op de fruitkoopende meisjes zaten te wachten en ’t werd al 10 voor 8. Toen gaf ik Karel tenslotte je koffer – er was geen doorkomen aan en er werden geen perronkaartjes afgeleverd, en op goed geluk schoof de gymnasiaste door de contrôle. Ik ben werkelijk gerust nu alles behouden is aangekomen.
Mijn reis is tot nu toe werkelijk, zo voorspoedig als ’t maar zijn kan.
Toen ik uit Parijs vertrok was er juist een mannenkoor gearriveerd uit Baskenland, daar waar ik naar toe wilde – uit de buurt v Pau. Natuurlijk – inlichtingen te over. Er zijn jeugdherbergen daar zodat ik als ’t moet voor frs 4,- per nacht onderdak heb. Nu slaap afwisselend bij boeren in ’t stroo – en jeugdherbergen.
’t Stroo bevalt me beter dan de jeugdherbergen – want ‘tout mieux’. Ik heb gratis stroo logies + modellen en een landschap dat me pakt. Ik stap altijd af waar ’t me vast houdt.
Ik heb gevoel mijn reis naar Baskenland voor te bereiden omdat ik ’n voorkeur heb voor ruiger aandoende landschappen dan ’t meer ‘jolie’ alhier gedeelte.
Die Zuid-Franschen zijn zo half Spanjaarden en half Franschen. Althans die daar in de Rue St. Cloud zijn afgestapt.
Ik vertrok terwijl zij zongen ‘t was werkelijk mooi.
“Vous partez-bien” zei die oude sympathie grijze dame – die je misschien wel zult herinneren.
Fontaineblau heeft een geweldig bosch – enorm, en een boerderij als jeugdherberg of omgekeerd. Ik ben er een dag gebleven om te werken.
Volgende station Tonnerre. Heel oud stadje in de heuvels van de Bourgogne. Daarna Sombernon of Vittaux. Volgende Dyon. Ik zag ‘t museum vanmiddag. Buiten de pastels van Monet (een prachtige Claude Monet!) en 2 Quentins de La Tour was er een mooie Rubens en zeer fraai vroeg en laad Middeleeuwsch uit de periodes van de Hertogen van Bourgogne.
Dyon lijkt me erg interessant. Zowel om zijn historiese als artistieke herinneringen.
Ik denk hier 3 dagen te blijven – daarna de Miai door. Ik weet de route nog niet zeker want dat veranderd naar orientering ter plaatse. Dank voor je brief. Ik heb een erg prettige herinnering aan onze ontmoeting in Parijs. Opmerking Kukenheim sympathiek.
Veel hart. groeten voor allen
je Max
Brief van Max van Dam aan Jaap H
Monsieur Dr. J. Hemelrijk, “De Spar”, Bergen (Noord Holland), Pays-Bas
Max, Collioure
Collioure, Pyr Orient, 31 Aug. [1937]
Beste Jaap,
Bij toeval kwam ik in dit dorp terecht – tusschen Perpignan en Port Vendres – een visschershaven aan de Middellandsche Zee. ’t Oord is subliem om te werken – een harmonie van blauwe, roze en witte tonen. Ik ben naar ’t Zuiden gegaan om kleur te vinden. En hier in Collioure is ’t en van een brilliante zuiverheid en ’t licht is van een stralende helderheid en een enorme kracht.
Ik ben hier de 26ste gekomen en blijf stellig tot de 5e september. Het is financieel een dobber op ’t ogenblik, want ik ben met olieverf begonnen op papier. En ’t aanvullen van materiaal in dit dorp is flink duur. Dat komt omdat de visschers alle doodarm zijn. Ze krijgen haast niets voor hun sardines. Gevolg iedere vreemdeling die gebruik wil maken van dit pittoreske oord wordt geplunderd. Eten b.v. in een hotel kost 15 frank – ’t goedkoopste – dus kook ik zelf. Lukt vrij goed. Op een spiritusvuur. Gaat puik. Ik hoorde dat hier vroeger menschen als Dérain, Kisling, Picasso, Dufy e.a. hebben gewerkt. Maar ik vond het niet afgegraasd en zag niet de stempel die zij op ’t oord hebben gedrukt.
M’n tocht is erg voorspoedig en productief tot nu toe. Ik ben erg tevreden. Parijs – Dyon – Le Puy – Mende – Gorges du Tarn – St Enemie – Millau – Carcassonne – Quillan – daarna Perpignan – Collioure – verder gaat m’n tocht dwars de Pyreneeën door – tot Oloron St Marie, dan Hossegor – Bordeaux naar boven terug.
Ik vroeg in ’t vorige briefkaart uit Quillan of de Am. chèque al geïnd is? Ik zou graag wat goed hebben bij me voor ik de Pyreneeën door trek. Is het je mogelijk me een voorschot op die chèque te geven? Erg graag. Ik schiet met 200 frank al een heel stuk op.
Misschien zond je naar aanleiding van de briefkaart al iets naar Oloron St Marie – dan is ’t goed. De post zend ’t vandaar door naar Collioure (Poste Restante).
Verdienen in Frankrijk lukt absoluut niet. Ik sprak verschillende Fransche schilders die hier werken op ’t ogenblik. Zij klagen steen en been over de verkoop.
Nou ja ’t zakelijk gedeelte van ’t vak is allerellendigst, dat is ook zo in Bergen. Ik ben erg blij te kunnen werken en werk vrij hard. En ben over enkele studies zelfs tevreden – dat is een goed ding. Ik ontmoet een grote vitaliteit in de kleur.
Leuk ’t blauw van Collioure!
In afwachting
veel hartelijke groeten Max
P.S. Ontving zojuist de brief die naar Parijs was gezonden. Oloron S.t Marie zond de brief door. Is hij 2x uit Bergen vertrokken? Max.
Brief Max van Dam aan Jaap Hemelrijk
Monsieur Dr. J. Hemelrijk, “De Spar”, Bergen (Noord Holland), Pays-Bas
Max, Collioure, Pyr Orient, France
Collioure, 2 sep [1937]
Beste Jaap,
Tusschen 2 studies in (vanmorgen van 6 ½ tot 10 en vanmiddag 4 uur) vind ik even tijd om je te schrijven.
Ik moet je schrijven. Ik heb ’t werk beet en ik ben enthousiast hier te werken.
Er liggen naast me een 16 studies waarin een belangrijke evoluties. Ik vreet de kleur – en de kleur verteert mij –
Het blauw van de zee geeft aan de huizen, de bergen en het zand zulk een superbe kornaliteit dat ’t bijna onmogelijk is niet te werken.
Een diep blauwe zee. Witte boten, visschers met donkerbruine koppen in lichte-blauwe pakken. Een citadel – en een oude kerk van roze steen die een baai omsluiten worden door de zon verteerd in een wondere tinteling van licht en kleur.
Er is hier zo veel dat ‘aanteigt’ aan mijn talent dat ik handen en en tijd te kort kom – Waarom tijd te kort?
Ik vraag me voortdurend af waarom hier niet de winter over te blijven. Ik kan een atelier hier huren voor 6 maanden voor 5 francs per dag. In ieder geval rek ik m’n verblijf hier zo lang mogelijk.
“La peinture […] un vraine bonheur”
Ik ben begonnen met groter formaat – dat opent mogelijkheden. Mogelijkheden om te composeren, mogelijkheden voor kleur vooral.
Wat denk je. Ik zit er nu één maand, ik kom er in, waarom niet blijven, ’t is zo beroerd met dat geld. Maar ik denk ’n groot stuk te kunnen vooruit te komen door te blijven werken.
Er zit echter de ‘Prix de Rome’ – ergens achter in m’n hoofd – en ’t schijnt zo ver weg – maar dat moet ook.
Jij begrijpt me best. Je voelt m’n moeilijkheden – maar ik los ze mild op door te omzeilen. Ik zit in een ononderbroken stroom van werk en het gaat stap voor stap verder. Te kunnen werken. Je kunt niet gelooven wat ’t beteekent.
In de zon, in de schaduw, een lucht, de bergen, en die zee! ’t Is een gorns, een straf – zonder verf zomaar ergens en zonder linnen te werken. Papier en O.I inkt waterverf – en soms verf op papier – een plank – geleerd op m’n knieen – op een steen zitten te werken. ’t Beperkt de mogelijkheden zo. Maar ik werk, dat tilt over al die petite misères heen, en al is ’t erg primitief de beloning is des te groter – er komt in sommige studies een intensiteit die ik nooit te voren had.
Schrijf me eens terug. Ik weet ‘t – jij ziet me groeien. Het geeft me altijd zulk een gelukkige beleving als ik eens wat van je hoor.
Jij hebt iets voor schilderkunst – en een soort liefde voor de verf – dat ik me soms verbaasd afvraag
Waarom schilder jij ook niet?
Ik herinner me je wijze van zien in ’t Louver. Je liefde voor Millet en je intuitie voor elke zuivere beleving.
Vanuit deze hoek van Frankrijk vlakbij Spanje met dan lichte en echte kleur – een groet en een flinke handdruk vol spanning van ’n fijn en toon en een rythme. ’t Is allemaal meer dan verf.
Veel hartelijks voor allen
tot ziens
Max
Brief van Max van Dam aan Jaap Hemelrijk
Café des Sports
Propriétaire: René Pous
Collioure (P.O.) le , 8 Septembre [1937]
Beste Jaap,
Ontving zojuist je brief met de 100 frank – en met de post daarna de chèque uit Alkmaar dat is in orde. Ik ben je erg dankbaar vooral door de manier waarop je me door de geldzorgen heentrekt.
Ik blijf stellig de winter over in Collioure en heb nu naast de visschershaven ook Port Vendres en de dorpen in de bergen in de omtrek.
Ik ben over de wijze waarop ik werk meer tevreden dan over de resultaten, tant mieux eigenlijk.
Ik begin vroeg ’s morgens als de zon opkomt dan hangt over de bergen en ’t dorp en de zee een gesluierd licht dat zo subtiel en subliem van kleur is dat een studie haast zichzelf maakt.
Zo heb ik nu vanaf 26 Aug tot nu toe een kleine 30 studies van een +/- 50×65 formaat en een 32×50.
Dit zijn allen min of meer aanloopen maar bij elkaar zijn ’t allen nuttige accenten – ‘taches de couleur’ om tot een synthese te komen. Die vanzelf moet ontstaan, dat is een kwestie van groei.
Daarom ben ik zo blij de winter over te blijven. Er is een kans om te komen tot ‘un popre métier’ en men moet nu eenmaal ijzer smeden als ’t heet is. Ik heb nu onder handen een serie teekeningen (studies) voor een compositie van de ‘ [?] du filet’ – dat zijn een aantal vrouwen tegen de zee als achtergrond of een grijze door de zon verteerde muur, die de netten van de vissers herstellen. Die vrouwen hebben prachthanden, zo vergroeit met ’t werk dat ze elke dag hebben te doen dat die handen een eigen expressie en eigen leven beginnen te krijgen.
Alors, laat ik er niet meer over praten – ik zit er midden in. Schilders die wel praten over hun werk, praten ’t kapot, er is voor ’n schilder een grote waarheid in ’t spreken is zilver – zwijgen is goud. Dat zwijgen wordt dan spreken tegelijkertijd in ’t werk! We hebben onze ogen en onze handen! Er is een excuus om wat te praten als er wat bezinning nodig is. Nu heb ik die niet nodig. Later.
Nu iets over materiaalkwesties. M’n vader schreef me indertijd – misschien herinner je je ‘t – dat met Talens wel iets te doen zou zijn voor verf. Nu heb ik hem gevraagd – maak spoed. Talens heeft een filiaal in Frankrijk. Die kan op order van de Hollandsche fabriek mij een kist Rembrandtverf sturen en wat borstels. Hij was in een laatste brief ‘aanminnig’ en stuurde wel ‘een tientje’ dat was overgebleven van een vacantiereis per auto.
Zo zie je, leve de inkonsewentie!
Och die vader van me is eigenlijk een bovenste beste brave man. Maar is een beetje een mensch met wat veel ‘partipris’. Ik denk z’n autodidactiese opvoeding in doctrinair Marxistische geest doet dat – den mensch is een product van omstandigheden –
Eng. Eng.
‘De omstandigheden zijn altijd producten van menschen’! De waarheid is in wisselwerking van de twee. Maar ik ben geen filosoof – dat is jouw vak. Ik denk mijn vader had wel eens willen praten. Hij heeft als vader een zorg voor de toekomst – en terecht.
Ik blijf nu voorlopig in Collioure – adres
Chez mainson Ponsaillé
Collioure
Pyr. Orient.
Ik zal nog een regeling treffen voor wat goedkopere haar – ’t schijnt me mogelijk.
Ik schilderde vanmorgen vanaf m’n terras een berglandschap. ’t Is de eerste uit m’n nieuwe atelier. Ik zie nu vijf brokken die gedaan moeten worden.
Ik kan beginnen.
Uit een overvloed en een rijkdom hier heel veel hartelijke groeten en een grote genegenheid
je Max
Brief van Aron van Dam aan Max van Dam
A van Dam
Groenlosche weg 27 – telef 53
Winterswijk
Winterswijk, 8 Sept. 1937
Waarde Max,
Je hebt gelijk. Wij dachten laten wij de jongen ‘Oggenebbisch’ een tientje sturen. ’t Was echter niet om te bevorderen, dat je daardoor langer aan de Spaansche grens zoud blijven, maar het was ‘Rosj Hasjana’ ofwel Joodsch nieuwjaar en wij wisten niet in welke omstandigheden je verkeerde. Daarom werd dat tientje gestuurd om te bevorderen dat je die dagen in staat was om je behoorlijk te scheren en behoorlijke maaltijden te gebruiken. Hetgeen voor ons in ieder geval een prettige gedachte was.
Wanneer je nu in je brief laat doorschemeren dat een tientje zoo goed als van geen beteekenis is kunnen wij ons dat verklaren. Die neemt niet weg, dat een tientje voor ons ook een offer is en dat het niet onze schuld is dat jij het moeilijk hebt. Ik meen dat ik voor jou gedaan heb wat in mijn vermogen was en jij moet met jezelf maar uitmaken of het verantwoord is zoo’n reis te ondernemen zonder middelen.
Wanneer ik nog niet geslaagd ben om jou aan materiaal te helpen moet je mij daarvoor geen verwijt maken.
Ik heb je geschreven wat jij voor de verschillende ingrediënten gewoonlijk betaalde, maar heb daarop nimmer antwoord ontvangen.
Bovendien heb ik niet gedacht dat het nog beteekenis had, waar jij enige duizenden kilometers ver weg was.
Het is vreeselijk jammer dat je vader niet in staat is je steeds van de noodige middelen te voorzien, maar die heeft zich in den loop der jaren heel wat moeten ontzeggen wegens gebrek aan de noodige contanten.
Wat ik voor je doen kan wil ik graag doen, voorzover mijn krachten dat toelaten. Misschien kom je ook nog eens tot de conclusie dat er wel eens gekozen moet worden tusschen het wenschelijke en het bereikbare.
Intusschen lijkt het ons ondoenlijk dat je zoo blijf doorgaan en vragen wij ons af of de prijs voor de verwezelijking van de idealen niet te hoog is.
Ik heb gemeend je dit eens te moeten zeggen, omdat het sarcasme uit je brief daartoe aanleiding was. Intusschen wensch ik je het allerbeste en veel geluk.
Pa
Brief van Max van Dam aan Jaap Hemelrijk
Den weled. Heer, Dr. J. Hemelrijk, “De Spar”, Bergen (Noord Holland), La Hollande
Max, Maison Ponsaillé
Collioure, 17 Sep. [1937]
Beste Jaap,
Hierbij zend ik je ’n brief van m’n vader – ik zou haast zeggen ’n ‘document lumaires’.
Ik was over de toon van z’n schrijven prettig gestemd over een echte vaderlijke onrust die me warm aandeed. Ik schreef direct terug – uitvoerig over m’n werk – over het verblijf in Collioure – over m’n financiën – over de aankoop in Antwerpen en de Amerikanen – etc – en de toekomst. Knoopte daaraan vast de materiaalbelofte. M’n brief was vertrouwelijk open. Op de man af geen diplomatie – geen levens diplomatie. Ik zei volkomen uit wat ik voelde toen ik z’n brief las.
En nu
Hij antwoordt niet. Hij antwoordde niet direkt – dat zegt voor mij genoeg. Hij heeft niet gereageerd tot nu toe. Dat is bitter.
Jij wilt met hem gaan praten – och ’t is de circle vieux. – Wat baat ‘t.
Een zin als of de prijs voor de verwezelijking van je idealen niet te hoog is? zegt genoeg.
Zijn geestelijke goederen (afgezien nog ‘idealen’) een kwestie van vraag en aanbod?
Heeft dan een half begrepen Marxisme tot zulk een botte normalisering van geestelijke waarden geleid – O doodarme S.D.A.P.! en welk een schamel socialisme.
P.S. 27 september nog niet geantwoord.
Integendeel. Ik verheug me in dit visschersdorp te zitten. Met een werkspanning die ik nog niet kende. Ik zou als ik wat verder ben eens een paar studiën willen sturen als ’t mogelijk is.
Zet ’t eens naast de anderen die je hebt van me. Ik doe ’t graag – ons kontakt wordt levendiger daardoor!
Misschien een klein studietje voor je verjaardag, de groten zijn zo moeilijk te verzenden. Wanneer ben je jarig?
Vandaag heb ik een prachtige dag gehad. ’t Was een grijze dag en in de getemperde tonaliteit gloeide een kleur als in een gebrandschilderd raam – ’t was als een brokje puur geluk in een pover menschenbestaan.
[schets van Max’ uitzicht]
Dit is een krabbel vanaf ’t terras van m’n atelier. Er bestaan van dit onderwerp 3 studies – onder verschillend licht geschilderd, prachtig om te doen – maar moeilijk.
Nu begint hier ook iets van de herfst te komen en langzamerhand kleuren de blauwe bladeren van de druivenstruik zich rood – er breekt dan iets van ’t volle overrijpe van de kleur door.
Ik heb nog een paar weken te wachten, dan ben ik een stapje verder.
Ik wil uit deze Collioure kuur tevoorschijn komen verrijkt met een kleur.
Gaait – ik ben tevreden.
Ik ben tevreden over m’n manier van werken dat geeft goede en vooral frissche resultaten.
Ik moet echter nog leeren meer geduld te hebben. Ik heb door te veel te werken dingen (kleur – conceptie – visie) die voor mij van wezenlijke waarde waren verdrongen voor impressies, maar eigenaardig is dat die dingen komen nu vanzelf weer boven. En ’t blijkt een eigen kracht te hebben.
Prachtig zie ik – ga verder. En dat gebeurt nu ook.
’t Is goed in Frankrijk te zijn. De Fransschen hebben iets van sympathieke ‘bon sens’ – een evenwicht in alle dingen – in alle levenwsilligen bijna – het gevoel en verstand – beleefdheid en openhartigheid – vorm en expressie – vooral bij de vrouw dat laatste.
Zou Oscar Wilde die van de Franschen hebben gekregen?
‘To cuire your soul with your sence and to cuire your sences with your soul.’
Ik ontmoette hier 2 Eng. schilders zeer sympathiek. Zijn ze daarom zo sympathiek?
Maandag
Regen. Voor ’t eerst. Eigenaardig wat een verandering van kleur.
Ik opende het venster – de kleur grijs van de lucht is prachtig tegen een rossig okertoon van de Pyreneen met een frissche groen ervoor.
Zo
een oud fort
[schets met een oud fort, boven op een heuvel / een schets met een blok huizen, okergeel]
Ontving de 2e Am chèque.
Ik heb hem nog niet geind. Hier in Collioure is geen bank. Daarvoor moet ik naar Port Vendre. Dat is iets voor vandaag.
Man ik leef.
Heel veel hartelijks en groeten
Voor alles
Je Max
Brief van Max van Dam aan Jaap Hemelrijk
Den weled. Heer, Dr. J. Hemelrijk, “De Spar”, Bergen (Noord Holland), La Hollande
Max, Collioure, [Maison] Ponsaillé
Een postzegel voor Jaapje van rep. Andorra (Sp – Fransche grens)
Collioure, 3 Okt. [1937]
(P.S. Ik ben je erg dankbaar voor je sympathieke instelling tov m’n vader en moeder – je hebt gelijk M.)
Beste Jaap,
Een werk dag achter de rug waar tegen je ‘ziezo’ zegt. Met model gewerkt – een visscher is komen poseren en dankzij de frs 200 kon dat extraatje er af. Hij komt nog terug de man.
Ik maakte 2 studies van hem.
Vanmorgen 2 andere visschers maar schetsen.
Het licht is hier zo subliem – vooral in de herfst nu en in de vorege morgen dat ’t een levende getuigenis was voor jouw gedachten over de vrijheid, de ruimte, en ’t onbelemmerd zijn.
Ik dacht er aan toen ik naar de Pyreneeën keek. Onafhankelijkheid van geest en ziel is zo noodzakelijk voor ieder die een borstel vast moet houden.
Ik hing 3 grote studies van bergen naast elkaar die vlak na elkaar gemaakt zijn. Er was een ruimte in! Ik merkte ’t heel zonderling op.
Toen ik m’n werk van de muur haalde en omkeerde was ’t alsof m’n atelier inéén schrompelde en veel nauwer, kleiner werd. Toen heb ik ‘t maar weer opgehangen.
Is ’t niet iets zuiver schilderkundig een echte schildervoldoening als je eigen werk die proef op de som geeft!
Ik ben blij dat prof v Meurs met de Parijsche schetsen was ingenomen.
Uitstekend, met heel veel genoegen de beide schetsen voor Mevrouw’s verjaardag!
Ik vind ’t erg prettig dat je aan die schetsen deze bestemming hebt gegeven.
Prachtig idee, ik hoop dat ’t haar plezier zal doen, dan heeft ’t inderdaad z’n bestemming bereikt. Heel goed.
Ik ben eigenlijk te zeer bezig om me neer te zetten en te schrijven. Maar ik wou je toch even dit briefje sturen.
Heel veel hartelijke groeten
’t allerbeste
Max
Details uit brief Max van Dam aan …
Details brief 19 oktober 1937
Ik begin me eerst goed te beseffen wat ´t is, zien en weergeven – want ´t is vooral zien – en dan weergeven.
Schilderen is 100% zien – de rest is literatuur. Zolang ik kan blijven zien in Collioure zolang blijf ik er.
Maar is dan toch ‘de poot’ die de lijn maakt en de kleur! Leve ‘de poot’. Die ‘poot’ dat is ´t echte iets van de schilder. De poot van Max van Dam is maar een klein pootje nog die moet groeien. Ik heb goede moed dat deze zal groeien. Er zijn ogenblikken dat ik ´t voel groeien. ´t Is toch een geweldig vak schilder.
Veel hartelijks en warme vriendschap
Max
Brief van Max van Dam aan Jaap Hemelrijk
Monsieur Le Dr. J. Hemelrijk, “De Spar”, Bergen (Noord Holland), La Hollande
Max, Maison Ponsaillé
Le Dôme
Cafe – Bar Amêricain – Tabac
108, Boulevard du Montparnasse
Paris
Téléphone: ODEon 53-61
R.C. Seine 456-156
Paris, le Mardi 9 nov. [1937]
Beste Jaap,
Met je Carte de legimitation en je 100 frank + de chéque ben ik naar Parijs gegaan. In Toulouse was niets voor mij. Ik kon onmogelijk de winter over blijven tot ’t voorjaar in Collioure – beter in de lente er te zijn. Ik werkte in zo’n tempo dat ’t onmogelijk was door te gaan op die manier – want naast de winst aan een zekere breedheid kreeg ik ’n verlies aan diepte. Ik was er aan toe om nu eens stevig op één ding door te gaan. Zonder dat m’n aandacht vaneen werd gereten door dringend interessante détails links en rechts om me heen. Ik verliet Collioure op een goed moment. Om te kunnen zeggen – ziezo dat zijn studies – nu ’t werk, een andere bladzijde en ik kwam in ’t volle Parijs terecht en ben een Picasso gaan waarderen. Ik bedoel eigenlijk ik begrijp er nu een beetje van – en hij heeft me gelijk gegeven – en een stimulans.
Van Dufy zag ik in de tentoonstelling ‘l Art Independant geen interessant en boeiend werk naast Picasso en Dérain vooral, een markante figuur.
Ik ben erg blij m’n eigen ervaringen te kunnen toetsen aan hen – en ik geloof ik ben in ‘waardering gegroeid’ zoals jij dat uitdrukte.
Gisteren ben ik voorgesteld aan Monsieur Adnet ‘Directeur de la Compagnie des Arts Français’. Een erg sympathieke ontmoeting voor mij – want hij toonde zich na m’n eerste schetsen erg geïnteresseerd. En hij besteedde verder de heele morgen er aan om al m’n werk te zien dat ik bij me had – en had veel waardering.
Hij vond alleen dat ik op moest passen voor te grote handigheid een te groot gemak door dat ik te snel heb gewerkt. Het zelfde hadden me trouwens Boticelli en vooral Giotto al gezegd toen ik wat aandachtig in de zaal van de Italiaansche primitieven rondwandelde. En ’t is ook ’t essentieele van een opmerking van Bouwien uit je brief te distelleren wanneer ik ’t goed lees.
Verder was ik vanmorgen in ’t atelier van Roland Oudot – een belangrijk schilder met een zeer fijne kleur.
En nu m’n voorlopige toekomstplannen.
Ik keer terug naar Antwerpen zonder Opsomer. Maar ik herinner me dat je mij zo edelmoedig hebt aangeboden om eens een tijd in Bergen te komen werken. Ik zou dat erg graag doen. Zo als ’t nu is kan ’t best. Ik ben nog niet rijp om in Frankrijk te blijven. Een beetje ‘Bergensche kunstmest’ en ik ga beter gewapend later naar Frankrijk terug. Want dat weet ik wel zeker. Zonder kontakt met ’t Zuiden en met Parijs ontbeer ik te veel voor een behoorlijke ontwikkeling van m’n werk.
Parijs werkt ongelooflijk stimuleerend ’t douwt iemand met ‘kop en ooren’ (zeggen ze in Winterswijk, maar ik zou zeggen mee kop en ogen) in de moeilijkheden – geestelijk en materieele – ben je ’t waard.
Parijs douwt je er ook weer uit…..
En nu moet ik ’t eerst nog waard worden – om te kunnen wonen in zulk een groot huis als Parijs of Collioure – dat is de hele ‘Midi’ Ban. Faut mieux ik heb de tijd nog.
Ik heb aan ‘aie foud’ te werken van mij – die Hollandsche foud. Die goede stevige ontdergzou waar eeen Jaap Weyand bv met z’n beide benen boven opstaat.
Ik voelde ’t toen Rembrandt in ’t Louvre me de huid volschold met verwijten die groot en ernstig waren.
‘Aandacht. Grote intense aandacht – voor alle dingen zonder – Zoek ’t niet te ver, ’t is altijd dichtbij, soms te dicht. Ga dan maar op een afstand staan – dan zie je beter.’
’t Is zo zuiver in schilderkunst. Je ziet telkens een facet meer van een ander waar je van houdt, als je ’t eerst voor je zelf heb ontdekt.
Bouwien en de vrouwen! Dat is Duitsch. Vrouwen met een fijne intuïtie – met een grotere gevoeligheid dan mannen – hun omgang werkt veredelend op me. (Sommige vrouwen dan.) Als hij ’t zonder die gevoeligheid – of überhaupt zonder gevoeligheid in z’n werk kan stellen – al la Bonheur – hij is dan m.i. niet op een genoeg en zal onmogelijk verder kunnen evolueren – maar m’n opmerking is misschien wat gewaagd.
Ik ken niet waardering alleen zijn erg handige schetsen die een mooiere kleur suggereren dan hij schildert.
Vandaar zal z’n opmerkingen over vrouwen wel ‘met de rede omkleed’ zijn. (Je vindt splendide uitdrukkingen voor sommige begrippen. Je hebt toch veel van een artiest).
Schrijf me als ’t plan om naar Bergen te komen voor jullie huis mogelijk is.
Misschien is er een kleine werkruimte te vinden buiten je huis. En ik slaap boven op de zolder bij jullie.
Ik denk nog aan de Prix de Rome. Het is uit alle kwaden nog ’t beste kwaad om aan wat geld te komen.
Iets verdienen in Parijs nu, is volslagen onmogelijk. Ik probeerde het en kreeg flink m’n kous op de kop. Maar dat is goed ook.
Ik ben er absoluut nog niet aan toe – om aan de ‘verkoopbaarheid’ van sommige schilderijen te denken – dat komt of dat komt niet. Daar kan ik niets aan doen.
Het leven van een schilderij moet eigenlijk één doorlopende studie zijn – dat is ’t ware.
Het allerbeste
Tot ziens
Hart. groeten
Max
Brief van Max van Dam aan Jaap Hemelrijk
Den weled. Heer, Dr. J. Hemelrijk, “De Spar”, Bergen (Noord Holland)
Max, Desguinlei 176, Antwerpen
[poststempel: Antwerpen, 19 Nov. 1937]
Beste Jaap,
Ik ben bezig m’n atelier op te ruimen. Nu zit ik in de knoop omdat ik niet goed weet wat ik met al die studies moet doen. Ik kan toch niet alles verbranden. Zou ’t mogelijk zijn als ik ’t beste er uit zoek en in een kist pak en ’t naar Bergen stuur en ’t zo lang op jouw zolder bewaar. Is dat mogelijk?
Voor mij is dat de eenvoudigste oplossing
1e omdat ik graag in Bergen een tijd wil komen werken
2e omdat ik toch een gooi wil doen naar de Prijs van Rome (’t is een geldbron om proberen aan te boren) dan is ’t andere werk veilig opgeborgen op jouw zolder – en dan hoef ik ’t niet meer te zien.
Mag ik een dezer dagen eens naar Bergen komen om ’t Collioure werk te laten zien. Dat zal me groot plezier doen. We kunnen dan beter praten over m’n verdere plannen en aan ’t laatste werk zie je toch meer wat ik nog allemaal moet doen.
Schrijf me even of ik kan komen in de laatste week van Nov.
Het allerbeste en tot ziens
Max
Briefje van Rika Hopper aan Max van Dam
12 april 1938
Beste Max!
Wat ben jij vooruit gegaan.. Ongelooflijk gewoon.
Ik vind je arbeid schitterend en buitengewoon knap!
Ga zo voort! M’n jongen
Hartelijke groeten van je …. : Rika Hopper
Brief van Garmt Stuiveling aan Max van Dam
13 April ‘38
Beste Max,
Vanmiddag was ik bij Santee Landweer en bezag de mooie collectie, waarvan ik natuurlijk verschillende dingen reeds kende.
Je opmerking, om vooral eens te letten op het weideland, was juist: ik vind het inderdaad een van de mooiste dingen die er hangen. Hoewel: ook de grote tekeing van het kerkhof vind ik bijzonder goed; fascinerend zelfs door de merkwaardige bouw van de kleuren in het vlak. Dat de twee schetsjes verkocht waren, verwondert mij niet: ik snuffelde ook de gehele map door, ik ben dol op zulke schetsmatige dingen, en vond die twee toch vrijwel de beste. Een enkel landschap trof mij ook daaronder.
De volgorde van voorkeur is voor mij geworden: 28 {weidelandschap / niet gesigneerd}, 11 {le Puy de Bang}, 3 {Bangels}, 17 {kerkhof}. Er is echter een kwestie die mij puzzelt: de prijs. Aan de ene kant vind ik steeds meer, dat de artist behoort te worden betaald; aan de andere kant kan ik mij de luxe van schilderijen te kopen niet permitteren. Ik sprak je onlangs al eens over het zonderlinge verschil tussen de prijs van beeldend werk en literair werk: ik zie nóg niet in, waarom een sonnet van mij niet gelijkwaardig zou wezen aan een schets van Troelstra, een litho van Van Dobbenburgh, een ets van X, een tekening van Y. Aan het Vondelboekje heb ik vier of vijf maanden gewerkt – natuurlijk naast mijn gewone arbeid, maar dat doet een schilder, die practisch lééft van de tekenlessen, toch ook. Totnutoe heeft het me 4,50 opgebracht, en als we tijd hebben van leven, wordt dat misschien nog wel eens 5,50. Ik zie bij dat Kerkhof F 200,- staan: ik mag aannemen, dat je daaraan iets kórter hebt gewerkt, dan ik aan Erasmus. De opbreng[s]t evenwel is nagenoeg gelijk.
Maar dit is alles lichtelijk overbodig: zakelijk gesproken is de situatie zó, dat jij van je normale prijs af moet trekken het bedrag, dat de teruggegeven schets waard is, en dat daarna door mij moet worden bepaald, òf in de komende tijd mijn kansen aanwezig zijn om je te betalen. Anders zal ik nee moeten zeggen. Want zèlf honger te lijden voor kunst die je máákt, is nog daar aan toe; maar met je drieën honger te lijden voor kunst die je kóópt, is absurd.
Overigens wilde ik je vragen, of niet de mogelijkheid bestaat, je schilderijen een maand in onze school te Hilversum te hangen. Wij hebben steeds kleine exposities, ter kunstzinnige ontwikkeling van leerlingen. De pers komt ook, en somtijds een vader of moeder. Verkocht wordt er weinig of niets, maar blijkbaar bij Santee [met potlood:] {gezond betekent abc Max] óók niet. Wij mogen van het bestuur er echter niet veel kosten voor maken.
[in kantlijn:] {goed, zal ik doen!}
Hart gr, Garmt Stuiveling
Brief van Max van Dam aan Dirkje Hemelrijk
Mevr D. A. Hemelrijk – de Jong, “De Spar”, Bergen (Noord Holland)
Max, Weteringschans 136
[poststempel: Amsterdam – 18 april 1938]
2e Paaschdag [ 18 april 1938]
Lieve sparremoeder,
Hoe gaat ‘t? Even dit briefje – om te zeggen dat er zo nu en dan nog net even tijd is om samen koffiedrinken – zo half 11 ‘smorgens.
Ik praat niet over Epstein of over vrouwen maar over anatomie wat je geen zier schelen zal maar ik doe ’t toch met mijn … vasthoudendheid. Dan repeteer ik.
Ik denk zo het je interesseert je hoe de menschen zijn. Merkwaardig, oneindig interessanter is ’t om te zien hoe God zelf ze in elkaar heeft gezet. Sommigen met de zegen erbij anderen met een zucht en een vage hoop – zie maar wat je van jezelf maakt.
Zo bouwt ieder aan z’n mogelijkheden en ontstaat ’t geheel met oneindig interessante á la toires.
Het kamertje van Jan werkt goed! ’t Ruikt er naar Wis- en Natuurkunde. Dat is logica en sjoleern. Dat helpt ons de stof te overzien. Groot zien dat is de toer. Enkele markante lijnen.
Bv Costuumkunde. ’t Begint bij Adam (een versch vijgeblaadje!). Karakterisseer het kostuum van de Egyptenaren! Streng religieus.
de Grieken – gratie – elegance – natuurlijkheid – eenvoud persoonlijk –
[zijkant] groeten natuurlijk voor allemaal! Max
de Romeinen – als je een speld neemt er in prikt – [?]
de Renaissance – éparer le bourgeois
19e eeuw – reformaress [?]
20e eeuw – merkwaardig – nieuwzakelijk erotiek
Een hoed die de ogen bedekt – een rood aangezette mond – verder beenen – die rappen op de gaspedalen van een Lincoln Zephyr – en als zo’n geval zich beweegt een nerveus renpaard…. (O. Freud!)
Zonder te weten moet je in een U. B. gaan zitten en ‘lire un livre d’un certain monsieur Zamaiaïcos’ [?]. L’histoire de la costume …. a travers les siècles – of (is ’t sceux!) mais non … la costume…
Un à travres un temperament – dat is niet zutter in de U.S. maar als je kijkt… kijkt…
We leven in een groote kooi.
Leve de vrijheid!
Hierbij een briefje van Garmt. ’t Zal je wel interesseren omdat ’t van Garmt is.
Hoe met ik dan nu karakteriseren. Ik weet ’t niet. Ik heb hem terug geschreven dat een sonnet van hem niet te vergeijken is met een tekening van [Jelle] Troelstra of [Aart van] Dobbenburgh. ’t Zijn ongelijksoortige groot’heden’.
Dag, ik ga verder werken.
Veel liefs.
Max
Brief van Max van Dam aan Jaap Hemelrijk
Dr. J. Hemelrijk, “De Spar”, Bergen (Noord Holland)
Max
Amsterdam
Beste Jaap,
Midden in de icongrafie – stop – en ik overzie wat ik heb gedaan die 14 dagen. Ik ben tamelijk tevreden, want ik heb gedaan wat ik me voorstelde te doen. Anatomie is bijna klaar opt ’t been na. In Mâle ben ik goed op streek
L’art réligieux du XIII-siècle – erg interessant die iconographie. En soms echt fijn want hij bespreekt tot op de bodem de beteekenis van alle mogelijke figuren die aan een kathedraal voorkomen de kathedraal ‘c’est la conscience’ du moyen age’
Prachtig zoals ’t wordt uitgesponnen – ‘Le genie du moyen âge fut un génie harmonieux. Le Paradie de Dante et les porches de Chartres sont des symphonies.
L’art du XIII-siècle merite d’être défini – une musique fixée.
De spanning tusschen vrijheid en gebondenheid, de wisselwerking tusschen vrije en dienende kunst blijkt een polarisatie te zijn. Hoe vrij worden ’t dienende en hoe dienend het vrije.
In Holland teruggekomen – in jouw veiligheid van ‘De Spar’ – was ik alles kwijt. Verloren en eenzaam. Nu ik hier op dit kamertje van Jan zit en achtereenvolgens weer voor de ‘kathedraal van Chratres, dan weer op een regenachtige dag tuur naar de beelden van de facaaden van de Notre Dam in Parijs, dan weggedoken tegen een pijler naar het portaal van het kerkje te Vezelay – en verder met dat innerlijke plezier dat toch alleen maar ’t beschouwen van kunstwerken geven kan… naar die eenvoudige beelding kan kijken van ‘des Vices et les Vertus’ – allez onzin. Maar levend. En vooral zo zuiver – ‘l’âime est un champ de bataille’ dat is het Romaans gekarakteriseerd – met een afleiding naar de antieken. ‘Entre dan l’homme contre la fatalité.
Hoe de jaargetijden zijn voorgesteld! Met ’t deeken van de dierenriem. Liturgien voorgeschreven – maar ’t zijn direkt geziene figuren de boeren van de velden rond ‘ ’t massif central’ – en ik kom zo hier weer tegen
Zoals ik je van de zomer ben tegen gekomen. Mij zijn nu dierbaar geworden die enkele teekening vaneenvoudige boeren gemaakt rondom Vezelay en iets westelijker Chatel Montagne.
‘C’est lourd – hè-la route’ – en dat gebaar typisch Fransch. Zo slaan met de hand even, ontspannend vingers.
En ik antwoord. – – Ça va. – – Je viendrai. – Alors ‘Bon courage’ – zegt dan de boer – en ik kreeg wijn van hem. En ik heb weer veel moed om verder te gaan.
Zo ook nu…
Mij breekt ’t door dat ’t gaat om die eenvoud en om die verdieping. Zowel als ’t gaat om die synthese als om ’t detail.
Ik raak die noodelooze haast kwijt. Ik merk ’t als ik modelteeken. Ik ben meer ‘open’ geworden. Voor de bouw van iets. De constructie van een kop en lichaam. En voor denkbeelden van anderen.
Dus ’t gaat ’t goede richting uit.
Geduld maar. En vooral eenvoudig. Geen groote dingen willen doen. Dat komt wel… als ’t rijp is. Of ’t komt niet.
Winterswijk
Nu ben ik juist in W’wijk. En ben direkt aan ’t landschap begonnen met bloeiende bomen. Ik moest gaan. Omdat ’t schilderij eerder af moet dan was afgesproken.
Ik heb 2 ochtenden al geschilderd en werkelijk ’n eenvoudige en rustige studie zonder pretenties – ik zou zeggen ‘hoera’.
Nu maak ’t heelemaal af en begin ’t schilderij.
Ik heb maar een week en ik voel me niet gehaast.
Er is een goede concentratie.
30 April ben ik weer in Amsterdam.
Ik werk ‘smorgens aan ’t schilderij
Studeer ‘smiddags en ‘savonds.
Hartelijke groeten aan allen
Max.
Brief van Max van Dam aan Jaap Hemelrijk
Amsterdam, zondag
[1938]
Beste Jaap,
Gisteren hebben we ons schilderij moeten afleveren en we mochten elkaars werk zien.
4 totaal verschillende schilderijen… en 4 verschillende visien. Merkwaardig.
Ik weet niet goed wat ik ervan moet zeggen. Maar ik denk dat ik geen slechte figuur maak.
Maandag komt de jury bij elkaar en de 13e Oktober hooren we pas de uitslag. Dat valt tegen zo’n tijd wachten.
Mag ik in Bergen komen? Ik zou met deze herfsttinten graag wat werken. Een paar buitenstudies maken om “je oog uit te spoelen” zoals de Franschen zeggen.
Het is wel een opluchting nu ’t voorbij is. Ik moet doodgewoon doorgaan, Prix of geen Prix-resultaten in ’t vooruitzicht. Toch heeft ‘t 3 maanden werken aan een schilderij me veel geleerd en ik ben er blij mee. Ik zou nu ook op m’n grote landschapstudies kunnen terugkomen en deze verder te brengen.
Alles moet er nu op gericht zijn om vooral niet te gauw los te laten.
Deze instelling is toch een wezenlijke winst die uit deze maanden werken is overgebleven.
Misschien kan ik m’n voorstudies mee brengen naar Bergen. Dat is waarschijnlijk wel mogelijk.
Dinsdag of woensdag zou ’t best uitkomen voor me en dan blijven tot de 13e Oktober.
Zou het kunnen? Ik ben zo bang t.o van je vrouw onbescheiden te zijn.
Hartelijk al ’t goede Max
Brief van Max van Dam aan Jaap Hemelrijk
Weled. Heer, Dr. J. Hemelrijk, “De Spar”, Bergen (Noord Holland)
Max / Ak. v beeldende kunsten, Stadhouderskade 86
[Amsterdam, 22 Sep. 1938]
P.S. de kamer in de 2e Weteringdwarsstraat 41 is nog niet vrij voor me. Ik woon bij de Esso’s kan best – tot volgende week.
Adres: Akademie v beeldende kunsten, Stadhouderskade 86, Amsterdam
Beste Jaap,
Telkens begon ik een brief aan je over dat [?] incident – maar ik kan ’t niet, ’t is te laag bij de grond om er in een brief aan jou over te schrijven.
Ik voel zo heel duidelijk aan dat jij me voor de volle 100% vertrouwd – vooral in de mogelijkheden van m’n werk, dat nu zeker verder moet gaan nu dat ’t Prix schilderij zo goed als af is.
Jij bent de eerste geweest die mij vanaf Antwerpen door je brieven een hand hebt toegestoken en me hebt aangemoedigd waar je kon. Toen ik op reis ging m’n eerste tocht naar Italië – heb ik jouw tientje in de achterzakje van m’n portefeuille en zo lang mogelijk gerekt om ’t niet uitgeven. Na de misère in Genua moest ’t wel…
Er zijn meer indrukken die me aan je binden, vooral je begrijpen van m’n werk.
Weet je Jaap, ik zoek, moeilijk soms, naar die vormen waarin ik de expressie zie van die bepaalde sfeer om die onderwerpen die me troffen. Ik ben ontzettend blij in Holland teruggekomen te zijn om me te wijden telkens aan één ding en dat is nu goddank m’n eerste schilderij geworden. Echt, m’n eerste – waarin alle zoeken en tasten van 5 jaar ploeteren zijn gekulmineerd.
Het is zo goed geknauwd te worden door alles; je ouders, de school, de liefde… en soms ’t leven zelf… Je weet niet welk een ontroering ik voel toen ik enkele brieven die je naar Antwerpen schreef nog eens over last. En die naar Collioure vooral, woorden van troost, moed en sympathie. En je liefde voor ’t werk…
Ik heb in gedachten de moed gehad jouw m’n eerste schilderij op te dragen. Omdat wij samen alleen voelen hoe nodig ’t is zo constructief te bouwen aan ’t werk. Voetje voor voetje, met verstand en overleg. Al wat er gevoel aan is komt wel mee.
Een goed schilderij is monumentaal en vrij tegelijkertijd. Ze is levensarchitektuur.
Er is een kern waarom zich iets langzaam kristaliseert. Ik ben zo verlangend naar je reactie op dit laatste schilderij.
Hartelijk gr. Max
Schrijf me gauw.
Uittreksel Prix De Rome
Brief van Max van Dam aan zijn familie
Amsterdam Maart 1939
Waarde allen.
Nu kan Vader nog zo pessimisties zijn als hij wil. Maar er is geen enkele reden voor om te schrijven dat er geen toekomst mogelijk kan zijn.
Ik schilder nu vanaf Oct. 1933. Elke dag. En als ik nu mijn laatste werk zie dan is er toch wel iets gegroeid in die 5 jaar. Notabene 5 jaar. Een periode van tasten -zoeken- er/en nu eigenlijk Amsterdam zal een begin worden van de opbouw mijn werk en mijn persoonlijkheid. Nu begint dan stil aan en dat is goed heel goed dat ‘t begint. Om mij heen [ligt] op ’t ogenblik alles stil, er is geen bruisend artistiek leven, er is een tijd van ellendig gematerialiseer, onrust, antisemitisme dreigend oorlogsgevaar. Wie als kunstenaar in die tijd zijn aandacht te uitsluitend op geld konsentreert heeft ’t mis- absoluut mis. Die vergooit zich.
Maar degenen die zijn krachten als een onderstroom kan laten werken, in de beslotenheid van zijn atelier door blijft werken, ondanks armoede, ontbering en niet altijd warm eten, dat zijn de sterken, die gebruiken een tijd als deze voor het fundament van hun oeuvre.
De grote Franschen als Picasso en Braque.
p.2
Je moet meer contact met me houden. Je moet je meer verdiepen. Je moet enthousiast worden voor de schilderkunst. Je moet meer dingen ontdekken die [het] leven waard maken geleefd te worden. Je moet je omringen met schoonheid en met levensvreugde.
’t is voorjaar en de zon schijnt. Dat is geweldig. Overal springen knoppen uit. De bomen gaan bloeien. En je hebt geduld. … Die bomen geven vruchten in het najaar. Dan “het es was ingebracht”.
Precies een Mensch…Wat je wil.
Moet ik mijn bloesems afplukken en in een vaas zetten? Dan gaat de boom dood en verdorren de bloemen na een tijdje.
Nee, ik wil een boom zijn!
Wortels in de grond…
Die f. 25,- die jij geeft voor ’t atelier is de mest opdat de wortels sterker worden.
Want de grond is hard – rotshard – maar niet onvruchtbaar…
Dat is de moed – de grote moed – Leve de moed.
Veel liefs, Max
hebben de mogelijkheden ontzaggelijk uitgebreid
zij hebben aan ’t schilderij een ruimte gegeven, … jou … architektuur kunnen spreken van het vlak ?
Onze generatie krijgt de kans in die ruimte te spreken, Hebben je iets te zeggen, dat moeten we nog maar afwachten, maar laten we niet te snel wat willen, laten we alleen maar groeien in ons werk. En … worden we en dan pas zijn we er.
To be or not te be’ zei Hamlet
Elke ? kunstenaar heeft nu een maar ? Jo’s beetje krankzinnigheid, dat onderscheid hen van de andere menschen.
Het begint met iets aan te voelen en iets te zien dat wil – dat moet ik weergeven, en daar begint ’t al, en als ’t af is, dan merkt hij dat ’t heel ver af staat van wat hij wilde… en hij begint opnieuw en weer een nieuwe krankzinnigheid… erg. Er is een verschil, de gekken in Meereberg zijn chaoties, ongericht… de artisten ? zijn gerichte gekken of worden gericht…
Als ik de zekerheid heb dat je mijn atelier betaald elke maand gedurende een tijdje, dan zijn deze paar vierkante meter van mij zij en dan mee fl 25 in de maand, het is ’t bescheidenste wat ik
p.3
vraag, en je kunt er schilderijen voor krijgen.. Maar als je aan komt dragen met het predicaat wat de leek mooi vind, dan zeg ik dat weet ik niet dan moet je maar een handel beginnen in de smakeloze prullen die de leek koopt, en de barjan ? … Na Ast. ? Heeft honderden van die rommel, die kan er een fabriek van laten draaien, dat vind de leek mooi, en ik schijt er op. Ik wil zelfs niet in dat gezelschap langes en hun centen wil ik ook niet.
Menschen die mijn werk kopen moeten er van houden, en die waardering moet ik lang ? gaan veroveren door mijn overtuiging en mijn liefde voor ’t vak.
In 1933 begonnen,
In 1938 de zilveren medaille voor de Prix de Rome.
1936 en ’37 reizen in Frankrijk en Italië, … een begin, beter begin kan ik niet wenschen, en je bent zo ongeduldig omdat ik geen geld genoeg verdien.
Jij moet geld verdienen en veel want jij bent een maatschappelijk man, wat je doet moet je goed doen, waarom verdien niet meer?
Is het ? toch dat geld verdienden als levensinzet bepaald, dat moet … ook doen,
p. 4
Je moet meer kontakt met me houden, je moet je meer verdiepen, je moet enthousiast worden voor de schilderkunst, je moet meer dingen ontdekken die leven waard maken geleefd te worden. Je moet je omringen met schoonheid en met levensvreugde.
’t Is voorjaar en de zon schijnt, dat is geweldig, overal springen knoppen uit, de bomen gaan bloeien, en je hebt geduld, die bomen geven vruchten in ’t najaar, dan had ? er wat …gebracht’
Precies een mensch. Wat je wil moet ik mijn bloesem afplukken en in een vaasje zetten. Dan gaat de boom dood en de bloesem verdorren naar een tijdje.
Nee ik wil een boom zijn!
Wortels in de grond…
Die fl 25. Voor ’t atelier dat jij geeft is de mest
Opdat de wortels sterker worden, want de grond is hard, rotshard… maar niet onvruchtbaar…
Dat is de moed, de groote moed,
Leve de moed
Veel liefs
Max
Brief van Max van Dam aan de familie Van Dam
Amsterdam Maart 1939
Waarde allen.
Nu kan Vader nog zo pessimisties zijn als hij wil. Maar er is geen enkele reden voor om te schrijven dat er geen toekomst mogelijk kan zijn
Ik schilder nu vanaf Oct. 1933. Elke dag. En als ik nu mijn laatste werk zie dan is er toch wel iets gegroeid in die 5 jaar. Notabene 5 jaar. Een periode van tasten -zoeken- er/en nu eigenlijk Amsterdam zal een begin worden van de opbouw mijn werk en mijn persoonlijkheid. Nu begint dan stil aan en dat is goed heel goed dat ‘t begint. Om mij heen ? op ’t ogenblik ligt alles stil, er is geen bruisend artistiek leven, er is een tijd van ellendig gematerialiseerd ? onrust, antisemietisme dreigend oorlogsgevaar,. Wie als kunstenaar in die tijd zijn aandacht te uitsluitend op leed ? konsentreert heeft ’t mis- absoluut mis. Die vergooit zich.
Maar de genenes ? die zijn krachten als een onderstroom kan laten werken, is de beslotenheid van zijn atelier door blijft werken. Ondanks armoede ontbering en niet altijd warm eten, dat zijn de sterken, die gebruiken een tijd als deze voor het fundament van hun oeuvre.
Be ? grote Franschen als Picasso en Braque? …
p.2
hebben de mogelijkheden ontzaggelijk uitgebreid
zij hebben aan ’t schilderij een ruimte gegeven, … jou … architektuur kunnen spreken van het vlak ?
Onze generatie krijgt de kans in die ruimte te spreken, Hebben je iets te zeggen, dat moeten we nog maar afwachten, maar laten we niet te snel wat willen, laten we alleen maar groeien in ons werk. En … worden we en dan pas zijn we er.
To be or not te be’ zei Hamlet
Elke ? kunstenaar heeft nu een maar ? Jo’s beetje krankzinnigheid, dat onderscheid hen van de andere menschen.
Het begint met iets aan te voelen en iets te zien dat wil – dat moet ik weergeven, en daar begint ’t al, en als ’t af is, dan merkt hij dat ’t heel ver af staat van wat hij wilde… en hij begint opnieuw en weer een nieuwe krankzinnigheid… erg. Er is een verschil, de gekken in Meereberg zijn chaoties, ongericht… de artisten ? zijn gerichte gekken of worden gericht…
Als ik de zekerheid heb dat je mijn atelier betaald elke maand gedurende een tijdje, dan zijn deze paar vierkante meter van mij zij en dan mee fl 25 in de maand, het is ’t bescheidenste wat ik
p.3
vraag, en je kunt er schilderijen voor krijgen.. Maar als je aan komt dragen met het predicaat wat de leek mooi vind, dan zeg ik dat weet ik niet dan moet je maar een handel beginnen in de smakeloze prullen die de leek koopt, en de barjan ? … Na Ast. ? Heeft honderden van die rommel, die kan er een fabriek van laten draaien, dat vind de leek mooi, en ik schijt er op. Ik wil zelfs niet in dat gezelschap langes en hun centen wil ik ook niet.
Menschen die mijn werk kopen moeten er van houden, en die waardering moet ik lang ? gaan veroveren door mijn overtuiging en mijn liefde voor ’t vak.
In 1933 begonnen,
In 1938 de zilveren medaille voor de Prix de Rome.
1936 en ’37 reizen in Frankrijk en Italië, … een begin, beter begin kan ik niet wenschen, en je bent zo ongeduldig omdat ik geen geld genoeg verdien.
Jij moet geld verdienen en veel want jij bent een maatschappelijk man, wat je doet moet je goed doen, waarom verdien niet meer?
Is het ? toch dat geld verdienden als levensinzet bepaald, dat moet … ook doen,
p. 4
Je moet meer kontakt met me houden, je moet je meer verdiepen, je moet enthousiast worden voor de schilderkunst, je moet meer dingen ontdekken die leven waard maken geleefd te worden. Je moet je omringen met schoonheid en met levensvreugde.
’t Is voorjaar en de zon schijnt, dat is geweldig, overal springen knoppen uit, de bomen gaan bloeien, en je hebt geduld, die bomen geven vruchten in ’t najaar, dan had ? er wat …gebracht’
Precies een mensch. Wat je wil moet ik mijn bloesem afplukken en in een vaasje zetten. Dan gaat de boom dood en de bloesem verdorren naar een tijdje.
Nee ik wil een boom zijn!
Wortels in de grond…
Die fl 25. Voor ’t atelier dat jij geeft is de mest
Opdat de wortels sterker worden, want de grond is hard, rotshard… maar niet onvruchtbaar…
Dat is de moed, de groote moed,
Leve de moed
Veel liefs
Max
Brief van Max van Dam aan Jaap Hemelrijk
Den weled. Heer, Dr. J. Hemelrijk, Rurhotel Tesserete bij Lugano Suisse
Max Amstelkade 180
Woensdag 31 mei 1939
Beste grote vriend Jaap,
Je begrijpt zeker niet waarom ik niet eerder schreef – maar geloof me ik begrijp ’t zelf evenmin.
Ettelijke keren ben ik begonnen aan brieven maar die waren problematiek en verwarrend en dat wou ik je niet aandoen, want hoe meer ik theoretiseer hoe slechter ik schilder. en omdat m’n natuur neigt naar ’t probleem en naar literair geteoretiseer praat ik minder over m’n werk – en ik schilder beter – beter dat wil zeggen – vooral een voller en een rijper kleur.
Het gaat vooruit! Nu weer na de drukte van de Prix. Je hebt gelijk gehad- de Prix ligt naast m´n evolutie – niet in de lijn. Ik mag mijn handen in elkaar knijpen dat het noodlot mij de zilveren heeft gegeven en niet de gouden. Ik zou 3 jaar aan de leiband hebben gelopen – 3 van de beste jaren in de ontwikkelingsgang van een jong kunstenaar.
Wat goed is en wat slecht is in m’n werk controleert zich nu in m’n stillevens van de laatste tijd scherper – Ze staan op een rijtje in m’n atelier. Het stilleven met de bloemkool, appels, citroenen en de rode fond (1) het stilleven met de siervruchten in een interieur van vieux roze op een zwarte tafel (2), de siervruchten op een matten stoel voor ’t venster (3), gele appels en citroenen op fel gele stoelen (4) (geel!) en tenslotte het laatste waar ik nog mee bezig ben de rode tafel – en de gele vruchten en het zwart (5).
Dit zijn enkele indrukken – deze krabbels zijn te summier om voldoende te zien. Maar ’t is niet voor de details. Misschien kun je eraan zien hoe telkens de compositie zich heeft verbeterd, vereenvoudigd en kloeker is geworden.
Het tweede stileeven is bij Pulchri geexposeerd.
Geen te goede critiek hierbij! Over ’t licht gesproken. Hang ’t eens naast Weyand! Hoe doet ’t dan!
Er tusschen door zijn 2 landschappen ontstaan die niet Fransch maar Hollandsch in z’n ‘couleur locale’ en iets hebben waarop verder is door te gaan.
De dag voor Hemelvaartsdag kwam ik op weg naar Nijenrode voor een concert van Huberman langs de Loosdrechtsche plassen.
Ploseling kwam er een dreigende onweerswolk aanzetten over de plassen recht op me aan.
Prachtig. Een loodzwaar blauwgrijs wolk tegen een geelachtige lucht over een pijnlijke rimpelig water – waarin ‘kitscherig’ 3 roodwitblauwe vlaggetjes wapperden. Grandioos.
Het heele concert maakte die indruk tot een schilderij en ik had ’t maar op te schrijven op twee doeken – de dreiging en de opklaring.
Een van deze landschappen heb ik voor jouw bestemd… omdat er thuis op de Spar die Colnot nog hangt – van ’t zelfde onderwerp. Ik zou eens willen zien hoe die elkaar verdragen.
Er tusschen door naakt geschilderd en proberen te studeren met geen enkel resultaat. Ik bereik niets langs cerebrale weg. Ik moet gedreven worden. De sfeer van de Akademie werkt tegen. Toch ga ik er heen. Studeren is een noodzakelijke discipline oefening.
Het komt op ’t meesterschap aan.
De laatste tijd geeft luisteren naar muziek mij een ontzaggelijke stimulans.
Rachmaninoff bv en ook Mengelberg. Die indrukken deel ik met Jan. En ik sta in bewondering voor z’n verrassend heldere kijk als is voor hem het kunstenaarschap de melodie en het gekunde (meesterschap) het t[h]ema – voor mij vaak andersom – maar dat komt omdat ik zelf bezig ben, en dat is dan goed zo dat verschil van uitgangspunt.
Ik luister met plezier en met aandacht naar Jans opmerkingen die zeer de moeite waard zijn.
Met Pinksteren was ik op de ‘Spar’. Ik had een sterke neiging om naar je toe te komen daar in Tesserete voor de laatste weken dat je er nog bent. Wanneer kom je terug?
We waren alleen in gedachten bij je en luisterden naar de 3e van Beethoven op Jans verjaardag!
Er komt een meisje in m’n atelier werken als ik naar de akademie ben. Ze heeft talent.
Als ze me aanraakt droom ik en voel ik me groeien. Er was een tekort op dat punt.
Ik ben er erg dankbaar voor. Ze heet Claartje van Dien en is heel mooi! – Ze laat je groeien!
Veel liefs en erge hartelijke groeten en beste wenschen
Je Max.
Brief van Max van Dam aan Jaap Hemelrijk
Amsterdam
Maandagmorgen
Lieve Jaap,
Ik ben erg blij met je bemoedigend briefje en de F 10,- die erg goed van pas kwamen omdat er veel kosten waren deze maand voor verhuizen etc. en misschien kan er nog een gift af voor een schilderij dat ik zou willen inzenden op de tentoonstelling in ’t Rijksmuseum waarvoor jij mij de formulieren hebt doorgezonden.
Ik ben voorlopig als alles niet duurder wordt geholpen met die F 30,- per maand. Het gaat net als basis. Ik moet nu wel zorgen dat er zo nu en dan wat verkocht wordt om materiaal e.d. aan te zuiveren. M’n atelier op de Heerengracht bevalt me meer dan prima. Het is er echt werkplaats. Ik heb er een podium voor modellen, een kast, enz., prachtig Noorderlicht en dit kost me voorloopig F 10,- per maand. M’n slaapkamertje kost F 5,- per maand. Bad en koffie ’s morgens inbegrepen.
Ik heb nu een grotere besparing dan F 5,- per week. Behalve de ‘petites misères’ de la vie – heb ik veel werklust. Ik schilder nu pas na de Prix me eigenlijk helemaal weer los. Ik ben nu met een paar herfstlandschappen in de stad bezig met die oker en cadmium bomen en blauwachtige huizen in de regen.
Amsterdam schilderen in dit jaargetijde is altijd in de buurt van Breitner – en telkens wordt ik weer getroffen door de grootheid van Breitner, een grootheid die direkt en 100% schilderkundige vitaliteit is. Zonder eenige problematiek – alhoewel ik niet wil beweren dat hij geen problematiek heeft gekend. De zelfportretten zijn daarvan ’t bewijs o.m maar ’n overwonnen problematiek.
Zie je dat voortdurend vechten met z’n eigen op je geroepe moeilijkheden – en met moeilijkheden die al werkende tevoorschijn zijn gekomen. Dat trekt me onweerstaanbaar aan in z’n werk. ’n Heel groot kunstenaar – de grootste van de 19e eeuw.
Ik heb net m’n penselen gewassen na m’n laatste stilleven dat heel bijz. van kleur is; bijna uitbundig. Rode en witte bloemen tegen een rijzige vibrerende fond met fruit en druiven op een witte schaal en een geel doosje er vruchten op de grond.
[schets van stilleven met uitleg]
Verder staat er nog een stilleven op stapel tegen ’t raam als achtergrond.
Verdomme wat is ’t geel moeilijk – om ‘t ‘uit de verf’ te krijgen.
Dag Jaap erg veel liefs voor allemaal de hart. groeten
tot spoedig ziens Max
Details uit brief van Max van Dam aan Jaap Hemelrijk
Blz. 4/5:
De oorlog heeft mij strop op strop bezorgd. Ik behoef weliswaar geen soldaat te spelen. Maar ik zou een tentoonstelling hebben in Perpignan (in ´t stadhuis – door de mairie aangeboden – … zoiets, onder bescherming van ´t Nederlandse consulaat – manifestation Francia – Hollandaise…. Inzenden voor de Parijse salon – misschien via galeriezaak – misschien de collioure schilderijen mee naar Amerika voor expositie – gaat niet door).
Blz. 6:
Nu maar werken tot er een bom op onze kop valt. Ik kan me er niet over opwinden. Ik koop geen zandzakken voor een dubbeltje per zak. Komt ´t dan komt ´t maar. Ik kan het noodlot niet dwingen. Het uur dat ik werk is bevrijding en dat is iets.
Brief van Max van Dam aan Jaap Hemelrijk
Amsterdam
Maandag
Beste Jaap,
Hoera. Een landschap van me bij Arti is bekroond met F 100,- De heeren hebben een harde pil geslikt want ’t ging niet erg van harte.
Huib Luns raffelde een paar opmerkingen af. Een Jury rapport verscheen zonder eenig commentaar en men gaf F 300,- aan het slechtste schilderij van de tentoonstelling. In ieder geval mag ik de handen in elkaar knijpen dat er nog een korreltje af viel.
Ik vond ’t heel erg prettig dat ik je Zaterdag nog even heb gezien. Ik heb sindsdien nog verder gewerkt aan het Stadsgezicht – het is bijna gereed. Ik hoop dat ik ’t niet verknoei.
Ik ga nu model teekenen.
Tot ziens weer ziens
Dag Hartelijke groeten voor allemaal
je Max
P.S. Pols Colnot eens terloops hoe of ’t allemaal ging met die Willem van Colle geschiedenis. Hij is bestuurslid van Arti. Interesseert me wel. Dag Max
Tentoonstelling: Onze kunst van heden in het Rijksmuseum
Onze kunst van heden was een expositie in het Rijksmuseum Amsterdam van 18 november 1939 t/m 29 februari 1940.
Vanwege de oorlogsdreiging waren de grote kunstwerken als De Nachtwacht in opdracht van de Nederlandse overheid uit het Rijksmuseum weggehaald en op een veilige plaats in een bunker opgeborgen. Om de leeggekomen ruimte toch nuttig te kunnen gebruiken en bezoekers te trekken is een expositie gehouden met 750 kunstenaars en 3163 werken. Er kwamen meer dan 38.500 belangstellenden op af.
In de brochure van de expositie schrijft museumdirecteur dr. F. Schmidt-Degener in het voorwoord over plaats en tijd van de tentoonstelling:
De plaats is die bij uitstek nationale plek: het Rijksmuseum. De druk van het ogenblik behoeft geen nadere omschrijving: wij doorleven de bezorgdheid van de kleine staten, die zich bedreigd gevoelen in hun onafhankelijke groei. De inzender: kunstenaars in groten getale en die ditmaal de vaandels van hun verenigingen hebben verruild voor de éne banier der Saamhorigheid en wier eenparig streven gesymboliseerd wordt, op het affiche, door het Geuze-motief der ineengeslagen handen.
Brief van Max van Dam aan Jaap Hemelrijk
Amsterdam.
Zaterdag. (Kerstvac 1939)
Lieve vriend Jaap,
Ik zit voor ’t raam in de Scheldestraat en kijk uit over een wonderlijk land van fijne grijzen met hier en daar een bruine toon, overzaaid met hier en daar sneeuw regen en verzadigde luchten.
’t Landschap heeft iets van ’t geziene. Ik merk ’t niet op. Maar ’t landschap merkt mij op. En verwijt me m’n onrust – en ik denk aan Weyand. Ik begrijp er iets meer van. Ik zeg je Jaap je hebt gelijk! Het is de kunstenaar die telt. Het zit hem vooral in ’t portret van Eit. En het groote stilleven met de goud fazant, in de huiskamer – daar zit hier en daar iets van de bereikte ‘objektiviteit’ in. Ik kan je zo de stukken er in aanwijzen. Ik zag ’t een 10 min voor ik wegging. Toen we bij elkaar zaten – en ’t bleef me bij de hele treinreis en daarna thuis. Zoals de witte lap ligt over die blauwe plank. En zoals het vaasje tegen de foud staat.
Er is ’t portret van Eit de kop en de foud niet de kop tegen de foud die binden elkaar nog niet. ’t Is nog te analy tiex gezien, en analyties gebleven.
Dat streven naar objektiviteit is grandioos het is een haast, ‘religieuze’ objektiviteit. Dat werk is oerHollandsch en reike naar de 16e eeuw (niet de 17de!) de gespannen 16e eeuw!
Met al onze uit ’t lood geslagen -ismen zijn we nog geen stap verder gekomen.
Een Vermeer van Delft moet met z’n 16e eeuwsche geest naast Rembrandt even eenzaam zijn geweest als Jaap Weyand naast… niks nu –
Daarom Jaap – heb je gelijk – heb je altijd gelijk – en ben je een peadagoog artiest – want telkens als ik je weer zie zet je me op m’n benen – komen m’n kleine zorgjes en je kompliceerdheden me klein voor. Als m’n eigen ‘gevangen appeltjes’ in het Stilleven boven – en jij bent ’t lichtende fruitmandje op de roode tafel!
Zoals Weyand tot ‘objectiviteit’ komt via ’t analytiese zien – tracht ik tot die objekeit (het grote het!) te komen via ’t synthetiese zien. Dat is mijn aard en m’n temperament.
Het stilleven is een poging!
Ik vraag je om waardering om die poging – en om hulp zo als alleen jij die geven kunt.
Je bent een groot vriend. Ik hou ontzettend veel van je
Heel veel goeds en alles je Max
Briefkaart van Max van Dam aan Jaap Hemelrijk
Beste Jaap,
Ik zit nog een paar dagen in Hengelo.
Ik denk erover om er een dag bij aan te knopen, even met een schetsboek naar Winterswijk te gaan, om iets uitvoeriger te kunnen zijn.
Bedankt voor de “opdrachten”.
Uit je brief kwam zulk een blijmoedige toon dat ik je er om lief heb.
Zodra ik weer terug [ben] zal ik alles nazoeken wat ik uit Winterswijk heb en het je doen toekomen.
Ik kom graag weer eens.
Veel lieve groeten aan allemaal,
Je Max
Voorjaarstentoonstelling: De Onafhankelijken in het Stedelijk Museum Amsterdam
Tentoonstelling: Kunst in het harnas in het Stedelijk Museum Amsterdam
Kort na de bevrijding van de Duitse bezetting in Nederland nam de Nederlandse Federatie van Beroepsverenigingen van Kunstenaars, afdeling Beeldende Kunsten, het initiatief voor een tentoonstelling ter herinnering aan Nederlandse kunstenaars die tijdens de Tweede Wereldoorlog waren omgekomen, maar ook aan hen die actief waren in het verzet. Het doel wordt in de inleiding van de tentoonstellingscatalogus beschreven als:
Het bijeenbrengen en exposeren van de kunstwerken, die men op deze tentoonstelling aantreft, beoogt slechts één doel: het wil een eerbetuiging zijn aan hen, die den bezetter hun verzetswil toonden, ofwel het slachtoffer werden van de onmenselijkheid van dienzelfden bezetter. Men vindt hier derhalve zowel het werk van die kunstenaars, welke om hun ras, geloof en politieke overtuiging werden vervolgd of vernietigd, alsook van hen, die de strijd aanbonden met de brengers van nationale onderdrukking, honger, en – vergeten wij het niet – de Kultuurkamer, om in die strijd in het concentratiekamp en de cel te worden opgesloten, of hun leven te geven voor de idee van een vrij land en een vrije kunst.
De tentoonstelling gaf geen compleet overzicht van het werk van de kunstenaars, dat kon ook niet vanwege het tijdsbestek en de logistieke problemen zo kort na de oorlog. De naam Kunst in het harnas verwijst zowel naar het afwijzen van de dwang van de bezetter, als naar het verzet daartegen. De door Wim Bosma gemaakte tentoonstellingsposter vertoont een kruis, wapenschild en witte lelie tegen een beschadigd gebouw, met daarboven een vliegende vogel (vredesduif).
Tentoonstelling: Kunst in vrijheid in het Rijksmuseum
Ere-tentoonstelling Tjipke Visser en Max van Dam
Kunstenaars Centrum Bergen
11e expositie
Kunstzaal “De rustende jager”
Contribuanten: gratis toegang
Niet-leden: f 0,25 p.p.